BWBR0019100
Geldig vanaf 2005-12-01
Artikel 4
SZW Regeling Opvang en Klachtenprocedure Ongewenste Omgangsvormen 2005
1. Een medewerker als omschreven in artikel 1ddie met ongewenst gedrag wordt of werd geconfronteerd kan zich, onverminderd het recht om een klacht in te dienen, wenden tot een vertrouwenspersoon, waarbij kan worden bezien of doorverwijzing naar de Raadsman SZW bij kan dragen aan een voor de medewerker aanvaardbare oplossing.
2. Tot de mogelijkheden van een aanvaardbare oplossing behoort in ieder geval het door de Raadsman SZW mondeling aan de orde stellen van enige voorkomende vorm van ongewenst gedrag bij het management van de eenheid waar binnen de klager met dat gedrag is geconfronteerd.
3. Een medewerker als omschreven in artikel 1ddie tijdens de uitoefening van zijn/haar werkzaamheden met enige vorm van ongewenst gedrag als omschreven in artikel 1hwordt geconfronteerd door externen (niet zijnde een medewerker als omschreven in artikel 1d) kan zich wenden tot een vertrouwenspersoon voor een gesprek en/of verdere begeleiding bij het doen van aangifte bij de politie.
2. Tot de mogelijkheden van een aanvaardbare oplossing behoort in ieder geval het door de Raadsman SZW mondeling aan de orde stellen van enige voorkomende vorm van ongewenst gedrag bij het management van de eenheid waar binnen de klager met dat gedrag is geconfronteerd.
3. Een medewerker als omschreven in artikel 1ddie tijdens de uitoefening van zijn/haar werkzaamheden met enige vorm van ongewenst gedrag als omschreven in artikel 1hwordt geconfronteerd door externen (niet zijnde een medewerker als omschreven in artikel 1d) kan zich wenden tot een vertrouwenspersoon voor een gesprek en/of verdere begeleiding bij het doen van aangifte bij de politie.