BWBR0019070
Geldig vanaf 2017-03-28
Artikel 2.26
Besluit Wfsv
1. Onder een voorziening als bedoeld in artikel 38b, tweede lid, van de Wfsv, wordt verstaan:
a. de vervoersvoorziening, de intermediaire activiteit, de meeneembare voorziening of de noodzakelijke persoonlijke ondersteuning, bedoeld in artikel 35, tweede lid, van de Wet WIA;
b. de voorzieningen, die het college van burgemeester en wethouders noodzakelijk acht voor de arbeidsinschakeling en heeft verstrekt op grond van artikel 10 van de Participatiewet.
2. De vaststelling door het UWV dat een persoon een arbeidsbeperkte is, bedoeld in artikel 38b, tweede lid, van de Wfsv, vindt plaats op verzoek van het college van burgemeester en wethouders dan wel op aanvraag van betrokkene zelf.
a. de vervoersvoorziening, de intermediaire activiteit, de meeneembare voorziening of de noodzakelijke persoonlijke ondersteuning, bedoeld in artikel 35, tweede lid, van de Wet WIA;
b. de voorzieningen, die het college van burgemeester en wethouders noodzakelijk acht voor de arbeidsinschakeling en heeft verstrekt op grond van artikel 10 van de Participatiewet.
2. De vaststelling door het UWV dat een persoon een arbeidsbeperkte is, bedoeld in artikel 38b, tweede lid, van de Wfsv, vindt plaats op verzoek van het college van burgemeester en wethouders dan wel op aanvraag van betrokkene zelf.