BWBR0019070
Geldig vanaf 2017-03-28
Artikel 2.33
Besluit Wfsv
1. Voor de vaststelling of de quotumheffing niet is verschuldigd door de uitlener die minder dan 25 vermenigvuldigd met het gemiddeld aantal verloonde uren per werknemer heeft verantwoord, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0017745/artikel/34" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 34, vierde en zesde lid, van de Wfsv</a>, wordt het aantal verloonde uren van uitzendpersoneel in mindering gebracht op het totaal aantal verloonde uren die de werkgever in de loonaangifte heeft verantwoord.
2. Voor de vaststelling of de quotumheffing niet is verschuldigd door het bestuur van een openbaar lichaam als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003740/artikel/8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen</a>dan wel en privaatrechtelijke rechtspersoon die als uitvoerder van de <a href="/wet/BWBR0008903" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet sociale werkvoorziening</a>is aangewezen op grond van <a href="/wet/BWBR0008903/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1, tweede lid</a>, dan wel <a href="/wet/BWBR0008903/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2 van de Wet sociale werkvoorziening</a>en als activiteit heeft het ter beschikking stellen van arbeidskrachten, die minder dan 25 vermenigvuldigd met het gemiddeld aantal verloonde uren per werknemer heeft verantwoord, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0017745/artikel/34" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 34, vierde en zesde lid, van de Wfsv</a>, wordt het aantal verloonde uren van arbeidsbeperkten die arbeid verrichten in een dienstbetrekking in de zin van artikel 2, eerste lid, van de Wet sociale werkvoorziening in mindering gebracht op het totaal aantal verloonde uren die de werkgever in de loonaangifte heeft verantwoord.
2. Voor de vaststelling of de quotumheffing niet is verschuldigd door het bestuur van een openbaar lichaam als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003740/artikel/8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen</a>dan wel en privaatrechtelijke rechtspersoon die als uitvoerder van de <a href="/wet/BWBR0008903" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet sociale werkvoorziening</a>is aangewezen op grond van <a href="/wet/BWBR0008903/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1, tweede lid</a>, dan wel <a href="/wet/BWBR0008903/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2 van de Wet sociale werkvoorziening</a>en als activiteit heeft het ter beschikking stellen van arbeidskrachten, die minder dan 25 vermenigvuldigd met het gemiddeld aantal verloonde uren per werknemer heeft verantwoord, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0017745/artikel/34" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 34, vierde en zesde lid, van de Wfsv</a>, wordt het aantal verloonde uren van arbeidsbeperkten die arbeid verrichten in een dienstbetrekking in de zin van artikel 2, eerste lid, van de Wet sociale werkvoorziening in mindering gebracht op het totaal aantal verloonde uren die de werkgever in de loonaangifte heeft verantwoord.