BWBR0018997
Geldig vanaf 2008-12-03
Artikel 8
Subsidieregeling IOP-TTI-module van de experimentele Kaderregeling subsidies innovatieprojecten
1. De minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag indien:
a. de aanvraag niet voldoet aan deze regeling;
b. gegronde vrees bestaat dat de betrokkenen het onderzoek niet kunnen financieren;
c. het onaannemelijk wordt geacht, dat het onderzoek binnen de gestelde periode kan worden voltooid.
2. De minister beslist afwijzend indien hij van oordeel is dat:
a. aannemelijk is, dat het onderzoek ook zonder de subsidie zonder belangrijke vertraging zou worden uitgevoerd;
b. onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische en economische haalbaarheid van het onderzoek;
c. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen de capaciteiten hebben om het onderzoek naar behoren uit te voeren;
d. van het onderzoek onvoldoende positieve gevolgen voor de Nederlandse economie te verwachten zijn.
e. er een aanzienlijke kans is dat de uitvoering of het resultaat van het onderzoek zal leiden tot een ernstige aantasting van milieu of leefomgeving.
a. de aanvraag niet voldoet aan deze regeling;
b. gegronde vrees bestaat dat de betrokkenen het onderzoek niet kunnen financieren;
c. het onaannemelijk wordt geacht, dat het onderzoek binnen de gestelde periode kan worden voltooid.
2. De minister beslist afwijzend indien hij van oordeel is dat:
a. aannemelijk is, dat het onderzoek ook zonder de subsidie zonder belangrijke vertraging zou worden uitgevoerd;
b. onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische en economische haalbaarheid van het onderzoek;
c. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen de capaciteiten hebben om het onderzoek naar behoren uit te voeren;
d. van het onderzoek onvoldoende positieve gevolgen voor de Nederlandse economie te verwachten zijn.
e. er een aanzienlijke kans is dat de uitvoering of het resultaat van het onderzoek zal leiden tot een ernstige aantasting van milieu of leefomgeving.