BWBR0018997
Geldig vanaf 2008-12-03
Artikel 11
Subsidieregeling IOP-TTI-module van de experimentele Kaderregeling subsidies innovatieprojecten
1. De subsidie-ontvanger voert het onderzoek uit overeenkomstig het activiteitenplan en het jaarwerkplan met begroting waarop de subsidieverlening betrekking heeft en vóór het bij de subsidieverlening bepaalde tijdstip, behoudens voorafgaande schriftelijke ontheffing van de minister voor het vertragen, het essentieel wijzigen of het stopzetten van het onderzoek.
2. De minister kan aan een ontheffing als bedoeld in het eerste lid voorschriften verbinden.
3. De subsidie-ontvanger voert een zelfstandige administratie met betrekking tot de subsidie, gerelateerd aan de kostensoorten, genoemd in artikel 5, waaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze is af te leiden:
a. de aard, inhoud en voortgang van de verrichte werkzaamheden;
b. de gemaakte en betaalde onderzoekskosten;
c. het aantal uren dat per werknemer is besteed aan het onderzoek.
4. De administratie als bedoeld in het derde lid wordt tot 5 jaar na vaststelling van de subsidie bewaard.
5. De subsidie-ontvanger verleent medewerking aan een evaluatie-onderzoek naar de toepassing en de effecten van de regeling, voor zover deze medewerking redelijkerwijs van hem verlangd kan worden.
6. De subsidie-ontvanger doet onverwijld nadat een verzoek tot verlening van surséance van betaling aan of faillietverklaring van hem bij de rechtbank is ingediend daarvan mededeling aan de minister.
2. De minister kan aan een ontheffing als bedoeld in het eerste lid voorschriften verbinden.
3. De subsidie-ontvanger voert een zelfstandige administratie met betrekking tot de subsidie, gerelateerd aan de kostensoorten, genoemd in artikel 5, waaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze is af te leiden:
a. de aard, inhoud en voortgang van de verrichte werkzaamheden;
b. de gemaakte en betaalde onderzoekskosten;
c. het aantal uren dat per werknemer is besteed aan het onderzoek.
4. De administratie als bedoeld in het derde lid wordt tot 5 jaar na vaststelling van de subsidie bewaard.
5. De subsidie-ontvanger verleent medewerking aan een evaluatie-onderzoek naar de toepassing en de effecten van de regeling, voor zover deze medewerking redelijkerwijs van hem verlangd kan worden.
6. De subsidie-ontvanger doet onverwijld nadat een verzoek tot verlening van surséance van betaling aan of faillietverklaring van hem bij de rechtbank is ingediend daarvan mededeling aan de minister.