BWBR0018989
Geldig vanaf 2023-12-14
Artikel 74
Uitvoeringsregeling Meststoffenwet
1. Als forfaitaire productienormen per melkkoe als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0019031/artikel/66" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 66, tweede lid, van het besluit</a>worden voor de naar de gemiddelde melkproductie en naar het gemiddelde ureumgehalte in de geproduceerde melk onderscheiden melkkoeien vastgesteld de normen die zijn vermeld in bijlage D, tabellen IIA en IIB.
2. De gemiddelde melkproductie per melkkoe, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0019031/artikel/66" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 66, tweede lid, van het besluit</a>, wordt bepaald door de hoeveelheid in het desbetreffende kalenderjaar op het bedrijf geproduceerde koemelk te delen door het gemiddeld aantal in het desbetreffende kalenderjaar op het bedrijf gehouden melkkoeien.
3. De totale hoeveelheid in een kalenderjaar op het bedrijf geproduceerde koemelk en het gemiddelde ureumgehalte, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0019031/artikel/66" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 66, tweede lid, van het besluit</a>, worden vastgesteld overeenkomstig de artikelen 75a tot en met 75d.
4. In afwijking van het tweede en het derde lid zijn de gemiddelde melkproductie en het gemiddelde ureumgehalte van koemelk van melkkoeien van landbouwers die 50 procent of meer van de op het eigen bedrijf geproduceerde melk zelf verwerken tot of verkopen als eindproduct, 7.500 kilogram onderscheidenlijk 26 milligram per 100 gram.
5. In afwijking van het derde lid is het gemiddelde ureumgehalte in koemelk van melkkoeien van bedrijven die meer dan 50 procent van de geproduceerde koemelk leveren aan ondernemingen waar maximaal 500.000 kilogram koemelk per jaar wordt verwerkt 26 milligram per 100 gram.
2. De gemiddelde melkproductie per melkkoe, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0019031/artikel/66" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 66, tweede lid, van het besluit</a>, wordt bepaald door de hoeveelheid in het desbetreffende kalenderjaar op het bedrijf geproduceerde koemelk te delen door het gemiddeld aantal in het desbetreffende kalenderjaar op het bedrijf gehouden melkkoeien.
3. De totale hoeveelheid in een kalenderjaar op het bedrijf geproduceerde koemelk en het gemiddelde ureumgehalte, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0019031/artikel/66" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 66, tweede lid, van het besluit</a>, worden vastgesteld overeenkomstig de artikelen 75a tot en met 75d.
4. In afwijking van het tweede en het derde lid zijn de gemiddelde melkproductie en het gemiddelde ureumgehalte van koemelk van melkkoeien van landbouwers die 50 procent of meer van de op het eigen bedrijf geproduceerde melk zelf verwerken tot of verkopen als eindproduct, 7.500 kilogram onderscheidenlijk 26 milligram per 100 gram.
5. In afwijking van het derde lid is het gemiddelde ureumgehalte in koemelk van melkkoeien van bedrijven die meer dan 50 procent van de geproduceerde koemelk leveren aan ondernemingen waar maximaal 500.000 kilogram koemelk per jaar wordt verwerkt 26 milligram per 100 gram.