BWBR0018989
Geldig vanaf 2023-12-14
Artikel 72a
Uitvoeringsregeling Meststoffenwet
1. Als categorieën landbouwers als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0004054/artikel/21" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 21, tweede lid, onderdeel d, onder 2°</a>en <a href="/wet/BWBR0004054/artikel/33a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 33a, tweede lid, onderdeel b, onder 2°, van de wet</a>worden aangewezen:
a. landbouwers die een veehouderijbedrijf exploiteren voor dierlijke productie, als bedoeld in artikel 14 van Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad (PbEU 2018, L 150) en de dierlijke meststoffen overdragen of laten overdragen aan een afnemer die behoort tot de categorie afnemers, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a;
b. landbouwers die op hun bedrijf dierlijke meststoffen afkomstig van paarden, pony’s of pluimvee produceren, en deze dierlijke meststoffen overdragen of laten overdragen aan een afnemer die behoort tot de categorie afnemers, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, waarbij de afvoer, bedoeld in artikel 69, eerste lid, tevens wordt beschouwd als het overdragen of laten overdragen aan een afnemer die behoort tot de categorie afnemers, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b.
2. Als categorieën afnemers als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0004054/artikel/21" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 21, tweede lid, onderdeel d, onder 2°</a>en <a href="/wet/BWBR0004054/artikel/33a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 33a, tweede lid, onderdeel b, onder 2°, van de wet</a>worden aangewezen:
a. landbouwers die een bedrijf exploiteren voor plantaardige productie, als bedoeld in artikel 12 van Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad (PbEU 2018, L 150);
b. ondernemers die champignonsubstraat bereiden.
3. Een afnemer als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, die in een kalenderjaar ingevolge <a href="/wet/BWBR0004054/artikel/21" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 21, tweede lid, onderdeel d, onder 2°</a>en <a href="/wet/BWBR0004054/artikel/33a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 33a, tweede lid, onderdeel b, onder 2°, van de wet</a>, een hoeveelheid dierlijke meststoffen, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, ontvangt, gebruikt in het desbetreffende kalenderjaar die hoeveelheid dierlijke meststoffen, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, voor de bereiding van champignonsubstraat.
4. Een landbouwer als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, die gebruik maakt van de uitzondering van <a href="/wet/BWBR0004054/artikel/33a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 33a, tweede lid, aanhef en onderdeel b, onder 2°</a>, of <a href="/wet/BWBR0004054/artikel/21" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 21, tweede lid, aanhef en onderdeel d, onder 2°, van de wet</a>, is voor de hoeveelheid dierlijke meststoffen respectievelijk de hoeveelheid met melkvee geproduceerd fosfaat die hij overdraagt of laat overdragen, vrijgesteld van de verplichting, bedoeld in artikel 33a, tweede lid, aanhef, respectievelijk artikel 21, tweede lid, aanhef, van de wet, dat in het desbetreffende kalenderjaar te doen.
a. landbouwers die een veehouderijbedrijf exploiteren voor dierlijke productie, als bedoeld in artikel 14 van Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad (PbEU 2018, L 150) en de dierlijke meststoffen overdragen of laten overdragen aan een afnemer die behoort tot de categorie afnemers, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a;
b. landbouwers die op hun bedrijf dierlijke meststoffen afkomstig van paarden, pony’s of pluimvee produceren, en deze dierlijke meststoffen overdragen of laten overdragen aan een afnemer die behoort tot de categorie afnemers, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, waarbij de afvoer, bedoeld in artikel 69, eerste lid, tevens wordt beschouwd als het overdragen of laten overdragen aan een afnemer die behoort tot de categorie afnemers, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b.
2. Als categorieën afnemers als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0004054/artikel/21" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 21, tweede lid, onderdeel d, onder 2°</a>en <a href="/wet/BWBR0004054/artikel/33a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 33a, tweede lid, onderdeel b, onder 2°, van de wet</a>worden aangewezen:
a. landbouwers die een bedrijf exploiteren voor plantaardige productie, als bedoeld in artikel 12 van Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad (PbEU 2018, L 150);
b. ondernemers die champignonsubstraat bereiden.
3. Een afnemer als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, die in een kalenderjaar ingevolge <a href="/wet/BWBR0004054/artikel/21" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 21, tweede lid, onderdeel d, onder 2°</a>en <a href="/wet/BWBR0004054/artikel/33a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 33a, tweede lid, onderdeel b, onder 2°, van de wet</a>, een hoeveelheid dierlijke meststoffen, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, ontvangt, gebruikt in het desbetreffende kalenderjaar die hoeveelheid dierlijke meststoffen, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, voor de bereiding van champignonsubstraat.
4. Een landbouwer als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, die gebruik maakt van de uitzondering van <a href="/wet/BWBR0004054/artikel/33a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 33a, tweede lid, aanhef en onderdeel b, onder 2°</a>, of <a href="/wet/BWBR0004054/artikel/21" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 21, tweede lid, aanhef en onderdeel d, onder 2°, van de wet</a>, is voor de hoeveelheid dierlijke meststoffen respectievelijk de hoeveelheid met melkvee geproduceerd fosfaat die hij overdraagt of laat overdragen, vrijgesteld van de verplichting, bedoeld in artikel 33a, tweede lid, aanhef, respectievelijk artikel 21, tweede lid, aanhef, van de wet, dat in het desbetreffende kalenderjaar te doen.