BWBR0018989
Geldig vanaf 2023-12-14
Artikel 66
Uitvoeringsregeling Meststoffenwet
1. Indien dierlijke meststoffen van een bedrijf worden afgevoerd naar een natuurterrein dat de hoofdfunctie natuur heeft als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0004054/artikel/3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3, tweede lid, van de Meststoffenwet</a>en de <a href="/wet/BWBR0019031/artikel/25a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 25a</a>en <a href="/wet/BWBR0019031/artikel/32" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">32 van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet</a>of overige gronden als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0041330" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">bijlage I, onderdeel A, bij het Besluit activiteiten leefomgeving</a>, waarvan de desbetreffende landbouwer het exclusieve gebruiksrecht heeft, kan de desbetreffende hoeveelheid dierlijke meststoffen, in zoverre in afwijking van <a href="/wet/BWBR0019031/artikel/68" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 68, eerste lid, van het besluit</a>, worden bepaald op basis van de in bijlage I, tabel I, voor de desbetreffende mestsoort vermelde forfaitaire stikstofgehalten, onderscheidenlijk fosfaatgehalten, onder de volgende voorwaarden:
a. de totale hoeveelheid dierlijke meststoffen die in een kalenderjaar naar het natuurterrein wordt afgevoerd, bedraagt uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, ten hoogste het product van het aantal hectaren natuurterrein en de hoeveelheid fosfaat die ingevolge de artikelen 4.1195, 4.1196 en 4.1197 van het Besluit activiteiten leefomgeving per hectare van dat natuurterrein mag worden gebruikt; en
b. de afstand tussen de productielocatie van het bedrijf waarvan de dierlijke meststoffen afkomstig zijn en het desbetreffende natuurterrein bedraagt hemelsbreed ten hoogste twintig kilometer.
2. De <a href="/wet/BWBR0019031/artikel/48" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 48</a>, <a href="/wet/BWBR0019031/artikel/48b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">48b</a>en <a href="/wet/BWBR0019031/artikel/49" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">49 van het besluit</a>en de artikelen 56, 57, eerste lid, en 59, eerste lid, zijn niet van toepassing op vervoer van dierlijke meststoffen als bedoeld in het eerste lid.
3. Het gewicht van de hoeveelheid dierlijke meststoffen, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald op basis van het volume en het soortelijk gewicht van de meststoffen.
4. In afwijking, van artikel 59, vierde lid, onderdeel c, wordt bij de weegmelding het gewicht dat overeenkomstig het derde lid is bepaald, bevestigd, indien dit overeenkomt met het bij de vooraanmelding geschatte gewicht, dan wel aangepast, indien dit afwijkt van het bij de vooraanmelding geschatte gewicht, en aan rVDM gezonden.
5. De vervoerder draagt er zorg voor dat op het tijdstip van het lossen van de dierlijke meststoffen, onder vermelding van het desbetreffende rVDM-nummer, de datum en het tijdstip van het lossen van het transportmiddel worden vastgelegd en onverwijld aan rVDM worden gezonden.
6. De vervoerder meldt, indien voor de betreffende mestcodes in de vracht geen forfaitaire gehalten zijn vastgesteld, de hoeveelheid fosfaat en stikstof in de betreffende vracht, onder vermelding van het desbetreffende rVDM-nummer aan de minister.
a. de totale hoeveelheid dierlijke meststoffen die in een kalenderjaar naar het natuurterrein wordt afgevoerd, bedraagt uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, ten hoogste het product van het aantal hectaren natuurterrein en de hoeveelheid fosfaat die ingevolge de artikelen 4.1195, 4.1196 en 4.1197 van het Besluit activiteiten leefomgeving per hectare van dat natuurterrein mag worden gebruikt; en
b. de afstand tussen de productielocatie van het bedrijf waarvan de dierlijke meststoffen afkomstig zijn en het desbetreffende natuurterrein bedraagt hemelsbreed ten hoogste twintig kilometer.
2. De <a href="/wet/BWBR0019031/artikel/48" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 48</a>, <a href="/wet/BWBR0019031/artikel/48b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">48b</a>en <a href="/wet/BWBR0019031/artikel/49" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">49 van het besluit</a>en de artikelen 56, 57, eerste lid, en 59, eerste lid, zijn niet van toepassing op vervoer van dierlijke meststoffen als bedoeld in het eerste lid.
3. Het gewicht van de hoeveelheid dierlijke meststoffen, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald op basis van het volume en het soortelijk gewicht van de meststoffen.
4. In afwijking, van artikel 59, vierde lid, onderdeel c, wordt bij de weegmelding het gewicht dat overeenkomstig het derde lid is bepaald, bevestigd, indien dit overeenkomt met het bij de vooraanmelding geschatte gewicht, dan wel aangepast, indien dit afwijkt van het bij de vooraanmelding geschatte gewicht, en aan rVDM gezonden.
5. De vervoerder draagt er zorg voor dat op het tijdstip van het lossen van de dierlijke meststoffen, onder vermelding van het desbetreffende rVDM-nummer, de datum en het tijdstip van het lossen van het transportmiddel worden vastgelegd en onverwijld aan rVDM worden gezonden.
6. De vervoerder meldt, indien voor de betreffende mestcodes in de vracht geen forfaitaire gehalten zijn vastgesteld, de hoeveelheid fosfaat en stikstof in de betreffende vracht, onder vermelding van het desbetreffende rVDM-nummer aan de minister.