BWBR0018989
Geldig vanaf 2023-12-14
Artikel 69
Uitvoeringsregeling Meststoffenwet
1. Indien dierlijke meststoffen afkomstig van paarden of pony's van een bedrijf worden afgevoerd naar een intermediaire onderneming waar tussenopslag van maximaal 48 uur van deze meststoffen plaatsvindt voordat deze meststoffen worden afgevoerd naar een onderneming waar deze meststoffen worden gebruikt voor de productie van substraat voor de teelt van champignons of van een grondstof voor de productie van dat substraat, kan de desbetreffende hoeveelheid dierlijke meststoffen, in zoverre in afwijking van <a href="/wet/BWBR0019031/artikel/68" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 68, eerste lid, van het besluit</a>, worden bepaald op basis van de in bijlage I, tabel II, voor de desbetreffende mestsoort vermelde forfaitaire stikstofgehalten, onderscheidenlijk fosfaatgehalten.
2. Indien de in het eerste lid bedoelde dierlijke meststoffen die in tussenopslag hebben gelegen van de intermediaire onderneming worden afgevoerd naar een onderneming waar deze meststoffen worden gebruikt voor de productie van het in het eerste lid bedoelde substraat of in het eerste lid bedoelde grondstof, kan de desbetreffende hoeveelheid dierlijke meststoffen, in zoverre in afwijking van <a href="/wet/BWBR0019031/artikel/68" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 68, eerste lid, van het besluit</a>, worden bepaald op basis van de in bijlage I, tabel II, voor de desbetreffende mestsoort vermelde forfaitaire stikstofgehalten, onderscheidenlijk fosfaatgehalten.
3. Indien dierlijke meststoffen afkomstig van paarden of pony's van een bedrijf worden afgevoerd naar een onderneming waar deze meststoffen worden gebruikt voor de productie van substraat voor de teelt van champignons of van een grondstof voor de productie van substraat, kan de desbetreffende hoeveelheid dierlijke meststoffen, in zoverre in afwijking van <a href="/wet/BWBR0019031/artikel/68" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 68, eerste lid, van het besluit</a>, worden bepaald op basis van de in bijlage I, tabel II, voor de desbetreffende mestsoort vermelde forfaitaire stikstofgehalten, onderscheidenlijk fosfaatgehalten.
4. Indien dierlijke meststoffen afkomstig van paarden of pony's tijdens het vervoer worden overgeladen op een ander transportmiddel waarna deze meststoffen worden vervoerd naar een onderneming waar deze meststoffen worden gebruikt voor de productie van substraat voor de teelt van champignons of van een grondstof voor de productie van substraat dan wel worden vervoerd naar een intermediaire onderneming waar tussenopslag van maximaal 48 uur van deze meststoffen plaatsvindt voordat deze meststoffen worden afgevoerd naar een hiervoor bedoelde onderneming, kan de desbetreffende hoeveelheid dierlijke meststoffen, in zoverre in afwijking van <a href="/wet/BWBR0019031/artikel/68" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 68, eerste lid, van het besluit</a>, worden bepaald op basis van de in bijlage I, tabel II, voor de desbetreffende mestsoort vermelde forfaitaire stikstofgehalten, onderscheidenlijk fosfaatgehalten.
5. Indien het in het derde lid bedoelde substraat van een onderneming of een bedrijf wordt afgevoerd naar een bedrijf waar dit substraat wordt gebruikt voor de teelt van champignons, kan de desbetreffende hoeveelheid dierlijke meststoffen, in zoverre in afwijking van <a href="/wet/BWBR0019031/artikel/68" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 68, eerste lid, van het besluit</a>, worden bepaald op basis van de in bijlage I, tabel II, voor de desbetreffende mestsoort vermelde forfaitaire stikstofgehalten, onderscheidenlijk fosfaatgehalten.
6. Indien het in het vijfde lid bedoelde substraat in de vorm van champost van een bedrijf wordt afgevoerd naar een ander bedrijf, kan de desbetreffende hoeveelheid dierlijke meststoffen, in zoverre in afwijking van <a href="/wet/BWBR0019031/artikel/68" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 68, eerste lid, van het besluit</a>, worden bepaald op basis van de in bijlage I, tabel II, voor de desbetreffende mestsoort vermelde forfaitaire stikstofgehalten, onderscheidenlijk fosfaatgehalten.
7. Indien het in het vijfde lid bedoelde substraat in de vorm van champost van een bedrijf wordt geëxporteerd, kan de desbetreffende hoeveelheid dierlijke meststoffen, in zoverre in afwijking van <a href="/wet/BWBR0019031/artikel/68" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 68, eerste lid, van het besluit</a>, worden bepaald op basis van de in bijlage I, tabel II, voor de desbetreffende mestsoort vermelde forfaitaire stikstofgehalten, onderscheidenlijk fosfaatgehalten.
8. <a href="/wet/BWBR0019031/artikel/49" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 49 van het besluit</a>en de artikelen 56, 57, eerste lid, en 59, eerste lid, zijn niet van toepassing op vervoer van dierlijke meststoffen als bedoeld in het eerste, tweede, derde en vierde lid.
9. De <a href="/wet/BWBR0019031/artikel/48" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 48 tot en met 51 van het besluit</a>en de artikelen 53 tot en met 61zijn niet van toepassing op vervoer van dierlijke meststoffen als bedoeld in het vijfde lid.
10. De artikelen 57, eerste lid, en 59, eerste lid, zijn niet van toepassing op vervoer van dierlijke meststoffen als bedoeld in het zesde en zevende lid.
11. Het gewicht van de hoeveelheid dierlijke meststoffen, bedoeld in het eerste, tweede, derde, vierde, vijfde, zesde en zevende lid, wordt bepaald op basis van het volume en het soortelijk gewicht van de meststoffen.
12. In afwijking, van artikel 59, vierde lid, onderdeel c, wordt bij de weegmelding het gewicht dat overeenkomstig het elfde lid is bepaald, bevestigd, indien dit overeenkomt met het bij de vooraanmelding geschatte gewicht, dan wel aangepast, indien dit afwijkt van het bij de vooraanmelding geschatte gewicht, en aan rVDM gezonden.
13. Bij het vervoer van dierlijke meststoffen overeenkomstig het vierde lid draagt de vervoerder er zorg voor dat bij de vooraanmelding, bedoeld in artikel 54, eerste lid, tevens het kenteken van motorrijtuig, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0006622/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de Wegenverkeerswet 1994</a>, en, indien daarvan afwijkend, tevens het kenteken van het getrokken voertuig waarin de vracht mest wordt overgeladen, aan rVDM worden verstrekt. De kentekens van het motorrijtuig en het getrokken voertuig waarin wordt overgeladen kunnen worden gewijzigd tot het tijdstip van overladen.
14. Bij het vervoer van dierlijke meststoffen overeenkomstig het eerste, tweede, derde en vierde lid, draagt de vervoerder er zorg voor dat op het tijdstip van het lossen van de dierlijke meststoffen, onder vermelding van het desbetreffende rVDM-nummer, de datum en het tijdstip van het lossen van het transportmiddel worden vastgelegd en onverwijld aan rVDM worden gezonden.
15. De vervoerder meldt in de gevallen, genoemd in het eerste, tweede, derde, vierde, zesde en zevende lid, indien voor de betreffende mestcodes in de vracht geen forfaitaire gehalten zijn vastgesteld, de hoeveelheid fosfaat en stikstof in de betreffende vracht, onder vermelding van het desbetreffende rVDM-nummer aan de minister.
16. Het vervoer van dierlijke meststoffen, bedoeld in het vijfde lid, gaat vergezeld van een document dat in ieder geval gegevens bevat over:
a. de naam, het adres en de woonplaats van de leverancier;
b. het door de minister ter identificatie verstrekte relatienummer van de afnemer;
c. het gewicht van de hoeveelheid afgeleverd product in tonnen of in kilogrammen; en
d. het soort product.
17. Indien naar het oordeel van de minister de juiste naleving van de regels inzake de gewichtsbepaling bij het vervoer van dierlijke meststoffen, bedoeld in het zesde en zevende lid, door een vervoerder onvoldoende verzekerd is, kan de minister bepalen dat in die gevallen in afwijking van het tiende lid, artikel 59, eerste lid, gedurende een door hem nader te bepalen periode van toepassing is.
18. Naleving is in ieder geval onvoldoende verzekerd, indien ten minste één keer door middel van een weging op een weegbrug ter controle van het geschatte gewicht door krachtens <a href="/wet/BWBR0004054/artikel/47" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 47, eerste lid, van de wet</a>aangewezen ambtenaren een afwijking van 10% of meer is vastgesteld ten opzichte van het geschatte gewicht.
2. Indien de in het eerste lid bedoelde dierlijke meststoffen die in tussenopslag hebben gelegen van de intermediaire onderneming worden afgevoerd naar een onderneming waar deze meststoffen worden gebruikt voor de productie van het in het eerste lid bedoelde substraat of in het eerste lid bedoelde grondstof, kan de desbetreffende hoeveelheid dierlijke meststoffen, in zoverre in afwijking van <a href="/wet/BWBR0019031/artikel/68" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 68, eerste lid, van het besluit</a>, worden bepaald op basis van de in bijlage I, tabel II, voor de desbetreffende mestsoort vermelde forfaitaire stikstofgehalten, onderscheidenlijk fosfaatgehalten.
3. Indien dierlijke meststoffen afkomstig van paarden of pony's van een bedrijf worden afgevoerd naar een onderneming waar deze meststoffen worden gebruikt voor de productie van substraat voor de teelt van champignons of van een grondstof voor de productie van substraat, kan de desbetreffende hoeveelheid dierlijke meststoffen, in zoverre in afwijking van <a href="/wet/BWBR0019031/artikel/68" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 68, eerste lid, van het besluit</a>, worden bepaald op basis van de in bijlage I, tabel II, voor de desbetreffende mestsoort vermelde forfaitaire stikstofgehalten, onderscheidenlijk fosfaatgehalten.
4. Indien dierlijke meststoffen afkomstig van paarden of pony's tijdens het vervoer worden overgeladen op een ander transportmiddel waarna deze meststoffen worden vervoerd naar een onderneming waar deze meststoffen worden gebruikt voor de productie van substraat voor de teelt van champignons of van een grondstof voor de productie van substraat dan wel worden vervoerd naar een intermediaire onderneming waar tussenopslag van maximaal 48 uur van deze meststoffen plaatsvindt voordat deze meststoffen worden afgevoerd naar een hiervoor bedoelde onderneming, kan de desbetreffende hoeveelheid dierlijke meststoffen, in zoverre in afwijking van <a href="/wet/BWBR0019031/artikel/68" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 68, eerste lid, van het besluit</a>, worden bepaald op basis van de in bijlage I, tabel II, voor de desbetreffende mestsoort vermelde forfaitaire stikstofgehalten, onderscheidenlijk fosfaatgehalten.
5. Indien het in het derde lid bedoelde substraat van een onderneming of een bedrijf wordt afgevoerd naar een bedrijf waar dit substraat wordt gebruikt voor de teelt van champignons, kan de desbetreffende hoeveelheid dierlijke meststoffen, in zoverre in afwijking van <a href="/wet/BWBR0019031/artikel/68" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 68, eerste lid, van het besluit</a>, worden bepaald op basis van de in bijlage I, tabel II, voor de desbetreffende mestsoort vermelde forfaitaire stikstofgehalten, onderscheidenlijk fosfaatgehalten.
6. Indien het in het vijfde lid bedoelde substraat in de vorm van champost van een bedrijf wordt afgevoerd naar een ander bedrijf, kan de desbetreffende hoeveelheid dierlijke meststoffen, in zoverre in afwijking van <a href="/wet/BWBR0019031/artikel/68" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 68, eerste lid, van het besluit</a>, worden bepaald op basis van de in bijlage I, tabel II, voor de desbetreffende mestsoort vermelde forfaitaire stikstofgehalten, onderscheidenlijk fosfaatgehalten.
7. Indien het in het vijfde lid bedoelde substraat in de vorm van champost van een bedrijf wordt geëxporteerd, kan de desbetreffende hoeveelheid dierlijke meststoffen, in zoverre in afwijking van <a href="/wet/BWBR0019031/artikel/68" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 68, eerste lid, van het besluit</a>, worden bepaald op basis van de in bijlage I, tabel II, voor de desbetreffende mestsoort vermelde forfaitaire stikstofgehalten, onderscheidenlijk fosfaatgehalten.
8. <a href="/wet/BWBR0019031/artikel/49" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 49 van het besluit</a>en de artikelen 56, 57, eerste lid, en 59, eerste lid, zijn niet van toepassing op vervoer van dierlijke meststoffen als bedoeld in het eerste, tweede, derde en vierde lid.
9. De <a href="/wet/BWBR0019031/artikel/48" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 48 tot en met 51 van het besluit</a>en de artikelen 53 tot en met 61zijn niet van toepassing op vervoer van dierlijke meststoffen als bedoeld in het vijfde lid.
10. De artikelen 57, eerste lid, en 59, eerste lid, zijn niet van toepassing op vervoer van dierlijke meststoffen als bedoeld in het zesde en zevende lid.
11. Het gewicht van de hoeveelheid dierlijke meststoffen, bedoeld in het eerste, tweede, derde, vierde, vijfde, zesde en zevende lid, wordt bepaald op basis van het volume en het soortelijk gewicht van de meststoffen.
12. In afwijking, van artikel 59, vierde lid, onderdeel c, wordt bij de weegmelding het gewicht dat overeenkomstig het elfde lid is bepaald, bevestigd, indien dit overeenkomt met het bij de vooraanmelding geschatte gewicht, dan wel aangepast, indien dit afwijkt van het bij de vooraanmelding geschatte gewicht, en aan rVDM gezonden.
13. Bij het vervoer van dierlijke meststoffen overeenkomstig het vierde lid draagt de vervoerder er zorg voor dat bij de vooraanmelding, bedoeld in artikel 54, eerste lid, tevens het kenteken van motorrijtuig, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0006622/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de Wegenverkeerswet 1994</a>, en, indien daarvan afwijkend, tevens het kenteken van het getrokken voertuig waarin de vracht mest wordt overgeladen, aan rVDM worden verstrekt. De kentekens van het motorrijtuig en het getrokken voertuig waarin wordt overgeladen kunnen worden gewijzigd tot het tijdstip van overladen.
14. Bij het vervoer van dierlijke meststoffen overeenkomstig het eerste, tweede, derde en vierde lid, draagt de vervoerder er zorg voor dat op het tijdstip van het lossen van de dierlijke meststoffen, onder vermelding van het desbetreffende rVDM-nummer, de datum en het tijdstip van het lossen van het transportmiddel worden vastgelegd en onverwijld aan rVDM worden gezonden.
15. De vervoerder meldt in de gevallen, genoemd in het eerste, tweede, derde, vierde, zesde en zevende lid, indien voor de betreffende mestcodes in de vracht geen forfaitaire gehalten zijn vastgesteld, de hoeveelheid fosfaat en stikstof in de betreffende vracht, onder vermelding van het desbetreffende rVDM-nummer aan de minister.
16. Het vervoer van dierlijke meststoffen, bedoeld in het vijfde lid, gaat vergezeld van een document dat in ieder geval gegevens bevat over:
a. de naam, het adres en de woonplaats van de leverancier;
b. het door de minister ter identificatie verstrekte relatienummer van de afnemer;
c. het gewicht van de hoeveelheid afgeleverd product in tonnen of in kilogrammen; en
d. het soort product.
17. Indien naar het oordeel van de minister de juiste naleving van de regels inzake de gewichtsbepaling bij het vervoer van dierlijke meststoffen, bedoeld in het zesde en zevende lid, door een vervoerder onvoldoende verzekerd is, kan de minister bepalen dat in die gevallen in afwijking van het tiende lid, artikel 59, eerste lid, gedurende een door hem nader te bepalen periode van toepassing is.
18. Naleving is in ieder geval onvoldoende verzekerd, indien ten minste één keer door middel van een weging op een weegbrug ter controle van het geschatte gewicht door krachtens <a href="/wet/BWBR0004054/artikel/47" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 47, eerste lid, van de wet</a>aangewezen ambtenaren een afwijking van 10% of meer is vastgesteld ten opzichte van het geschatte gewicht.