BWBR0018812
Geldig vanaf 2005-10-07
Artikel 6
Regeling bekostiging personeels- en arbeidsmarktbeleid po 2005–2006
1. De bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid voor scholen voor speciaal onderwijs bestaat uit een bedrag dat gelijk is aan A+B+C, waarin:
A = het aantal SO-leerlingen en VSO-leerlingen, vermenigvuldigd met de bedragen in de bijlagegenoemd onder A;
B = het aantal cumi-leerlingen, vermenigvuldigd met € 114,39;
C = het aantal ambulant begeleide leerlingen, vermenigvuldigd met € 160,46.
2. De bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid, bedoeld in het eerste lid, voor scholen voor speciaal onderwijs die op 1 oktober 2001 werden bezocht door 50% of meer cumi-leerlingen, wordt verhoogd met een bedrag dat gelijk is aan: D = (het aantal leerlingen vermenigvuldigd met het in de bijlageonder B genoemde bedrag) plus (het aantal cumi-leerlingen vermenigvuldigd met € 379,84) plus (het aantal ambulant begeleide leerlingen vermenigvuldigd met € 82,32).
3. De in de bijlageonder A en B genoemde bedragen zijn afhankelijk van de onderwijssoort.
4. Bij de vaststelling van het aantal leerlingen ten behoeve van de berekening van A en D worden leerlingen op residentiële plaatsen niet meegeteld en wordt het aantal residentiële plaatsen geteld als leerling.
5. Tenzij in dit artikel anders wordt aangegeven, wordt het aantal leerlingen vastgesteld overeenkomstig artikel 118 van de Wet op de expertisecentra, waarbij wordt uitgegaan van de gegevens die door het bevoegd gezag worden geleverd. Indien het door de accountant geconstateerde leerlingaantal daarvan afwijkt, vindt een herberekening plaats van de omvang van de bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid.
A = het aantal SO-leerlingen en VSO-leerlingen, vermenigvuldigd met de bedragen in de bijlagegenoemd onder A;
B = het aantal cumi-leerlingen, vermenigvuldigd met € 114,39;
C = het aantal ambulant begeleide leerlingen, vermenigvuldigd met € 160,46.
2. De bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid, bedoeld in het eerste lid, voor scholen voor speciaal onderwijs die op 1 oktober 2001 werden bezocht door 50% of meer cumi-leerlingen, wordt verhoogd met een bedrag dat gelijk is aan: D = (het aantal leerlingen vermenigvuldigd met het in de bijlageonder B genoemde bedrag) plus (het aantal cumi-leerlingen vermenigvuldigd met € 379,84) plus (het aantal ambulant begeleide leerlingen vermenigvuldigd met € 82,32).
3. De in de bijlageonder A en B genoemde bedragen zijn afhankelijk van de onderwijssoort.
4. Bij de vaststelling van het aantal leerlingen ten behoeve van de berekening van A en D worden leerlingen op residentiële plaatsen niet meegeteld en wordt het aantal residentiële plaatsen geteld als leerling.
5. Tenzij in dit artikel anders wordt aangegeven, wordt het aantal leerlingen vastgesteld overeenkomstig artikel 118 van de Wet op de expertisecentra, waarbij wordt uitgegaan van de gegevens die door het bevoegd gezag worden geleverd. Indien het door de accountant geconstateerde leerlingaantal daarvan afwijkt, vindt een herberekening plaats van de omvang van de bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid.