BWBR0018732
Geldig vanaf 2005-09-11
Artikel 8
Regeling capaciteitsvermindering zeevisserij 2005
1. De subsidieontvanger is verplicht om binnen drie maanden, te rekenen vanaf de datum van de beschikking tot subsidieverlening, ervoor zorg te dragen dat:
a. hetzij de sloop van het vissersvaartuig, hetzij de definitieve bestemming van het vissersvaartuig voor niet commerciële andere doeleinden dan de visserij heeft plaatsgevonden, waarbij in het laatstbedoelde geval de op het vissersvaartuig aanwezige vistuigen en de overige apparatuur specifiek bestemd en geschikt voor de visserij zijn verwijderd;
b. de lettertekens en het nummer van het vissersvaartuig, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Registratieregeling vissersvaartuigen 1998, zijn verwijderd;
c. de inschrijving van het vissersvaartuig in het register, bedoeld in artikel 4 van het besluit, is doorgehaald;
d. de teboekstelling van het vissersvaartuig in de openbare registers, bedoeld in afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, ongedaan is gemaakt.
2. De minister kan de in het eerste lid genoemde termijn op een met redenen omkleed verzoek van de subsidieontvanger éénmalig met ten hoogste vier weken verlengen.
a. hetzij de sloop van het vissersvaartuig, hetzij de definitieve bestemming van het vissersvaartuig voor niet commerciële andere doeleinden dan de visserij heeft plaatsgevonden, waarbij in het laatstbedoelde geval de op het vissersvaartuig aanwezige vistuigen en de overige apparatuur specifiek bestemd en geschikt voor de visserij zijn verwijderd;
b. de lettertekens en het nummer van het vissersvaartuig, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Registratieregeling vissersvaartuigen 1998, zijn verwijderd;
c. de inschrijving van het vissersvaartuig in het register, bedoeld in artikel 4 van het besluit, is doorgehaald;
d. de teboekstelling van het vissersvaartuig in de openbare registers, bedoeld in afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, ongedaan is gemaakt.
2. De minister kan de in het eerste lid genoemde termijn op een met redenen omkleed verzoek van de subsidieontvanger éénmalig met ten hoogste vier weken verlengen.