BWBR0018732
Geldig vanaf 2005-09-11
Artikel 4
Regeling capaciteitsvermindering zeevisserij 2005
1. De aanvraag voor subsidieverlening, bedoeld in artikel 2, kan worden ingediend in de periode van 12 september tot en met 7 november 2005.
2. Het subsidieplafond voor de op grond van deze regeling te verstrekken subsidies bedraagt:
a. € 4.000.000 voor vissersvaartuigen die behoren tot segment MFL 1 of MFL 2 en waarvoor een garnalenvergunning is verleend en geen contingent is toegekend;
b. € 32.000.000 voor vissersvaartuigen die behoren tot het segment MFL 1 en waarvoor een contingent is toegekend.
3. De minister verdeelt het beschikbare bedrag in volgorde van ontvangst van de aanvragen tot subsidieverlening, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag volledig is, als datum van ontvangst geldt.
4. Bij de verdeling van het beschikbare bedrag op grond van het derde lid wordt in totaal niet meer dan € 18.000.000 toegekend aan eigenaren van vissersvaartuigen die blijkens het visserijregister Urk als thuishaven hebben.
5. Indien door toewijzing van aanvragen met dezelfde datum van ontvangst het subsidieplafond zou worden overschreden, geschiedt de toewijzing aan de hand van het rangschikken van de op deze datum ontvangen aanvragen, waarbij telkenmale de hoogst gerangschikte aanvraag het eerst voor toewijzing in aanmerking komt. De rangschikking van aanvragen wordt als volgt bepaald:
a. voorrang wordt verleend aan vissers die gegevens hebben overgelegd waaruit naar het oordeel van de minister blijkt dat zij het afgelopen jaar meer dan de helft van de voor hen beschikbare zeedagen hebben gevist in de Voordelta, zoals beschreven in Beschikking 2004/813/EG van de Europese Commissie van 7 december 2004 tot vaststelling, op grond van Richtlijn 92/43/EEG van de Raad, van de lijst van gebieden van communautair belang voor de Atlantische biogeografische regio (PbEG L 387) waarbij de onderlinge rangschikking tussen deze vissers plaatsvindt volgens loting, welke geschiedt door een vanwege de minister aan te wijzen notaris;
b. voor de overige aanvragen vindt de rangschikking plaats volgens loting, welke geschiedt door een vanwege de minister aan te wijzen notaris.
2. Het subsidieplafond voor de op grond van deze regeling te verstrekken subsidies bedraagt:
a. € 4.000.000 voor vissersvaartuigen die behoren tot segment MFL 1 of MFL 2 en waarvoor een garnalenvergunning is verleend en geen contingent is toegekend;
b. € 32.000.000 voor vissersvaartuigen die behoren tot het segment MFL 1 en waarvoor een contingent is toegekend.
3. De minister verdeelt het beschikbare bedrag in volgorde van ontvangst van de aanvragen tot subsidieverlening, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag volledig is, als datum van ontvangst geldt.
4. Bij de verdeling van het beschikbare bedrag op grond van het derde lid wordt in totaal niet meer dan € 18.000.000 toegekend aan eigenaren van vissersvaartuigen die blijkens het visserijregister Urk als thuishaven hebben.
5. Indien door toewijzing van aanvragen met dezelfde datum van ontvangst het subsidieplafond zou worden overschreden, geschiedt de toewijzing aan de hand van het rangschikken van de op deze datum ontvangen aanvragen, waarbij telkenmale de hoogst gerangschikte aanvraag het eerst voor toewijzing in aanmerking komt. De rangschikking van aanvragen wordt als volgt bepaald:
a. voorrang wordt verleend aan vissers die gegevens hebben overgelegd waaruit naar het oordeel van de minister blijkt dat zij het afgelopen jaar meer dan de helft van de voor hen beschikbare zeedagen hebben gevist in de Voordelta, zoals beschreven in Beschikking 2004/813/EG van de Europese Commissie van 7 december 2004 tot vaststelling, op grond van Richtlijn 92/43/EEG van de Raad, van de lijst van gebieden van communautair belang voor de Atlantische biogeografische regio (PbEG L 387) waarbij de onderlinge rangschikking tussen deze vissers plaatsvindt volgens loting, welke geschiedt door een vanwege de minister aan te wijzen notaris;
b. voor de overige aanvragen vindt de rangschikking plaats volgens loting, welke geschiedt door een vanwege de minister aan te wijzen notaris.