BWBR0018726
Geldig vanaf 2005-09-14
Artikel 3
Tijdelijke subsidieregeling beëindiging subsidiëring schoonmaakdiensten particulieren
1. De minister verleent op aanvraag aan een werkgever gedurende het kalenderjaar 2006 een subsidie als bijdrage in de loonkosten van zijn werknemer.
2. De subsidie, bedoeld in het eerste lid, is gelijk aan de subsidie waarop de werkgever op grond van artikel 4 van de Regeling schoonmaakdiensten particulieren 2005, zoals die luidde onmiddellijk voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze regeling, aanspraak zou hebben, indien geen toepassing zou zijn gegeven aan artikel 7, eerste lid, tot een maximum van het aantal bij de werkgever in dienst zijnde RSP-medewerkers, genoemd in bijlage 1 als bedoeld in artikel 3 van de Regeling schoonmaakdiensten particulieren 2005. Op de hoogte van de subsidie, bedoeld in de eerste volzin, blijft artikel 10 van de Regeling schoonmaakdiensten particulieren 2005van toepassing.
3. Indien gedurende het kalenderjaar 2006 met betrekking tot een werknemer positieve uitstroom als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, onder 1°, naar een andere werkgever wordt gerealiseerd, wordt de subsidie, bedoeld in het eerste lid, met betrekking tot de loonkosten van die werknemer op dezelfde voet voortgezet tot uiterlijk het einde van de duur van de arbeidsovereenkomst met die werknemer, dan wel indien de duur van die arbeidsovereenkomst van onbepaalde tijd is of een bepaalde tijd heeft die voortduurt na 1 januari 2007, tot uiterlijk 1 januari 2007.
4. Het derde lid is niet van toepassing indien aansluitend op, dan wel binnen zes maanden na de beëindiging van de RSP-gesubsidieerde arbeidsovereenkomst, met de persoon die op grond van die RSP-gesubsidieerde arbeidsovereenkomst werkzaam was een arbeidsovereenkomst als bedoeld in hoofdstuk 3 van de Wet sociale werkvoorzieningwordt gesloten, een dienstbetrekking wordt aangegaan als bedoeld in die wet, een dienstbetrekking wordt aangegaan met toepassing van een voorziening als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand, dan wel een dienstbetrekking wordt aangegaan waarbij anderszins subsidie als bijdrage in de loonkosten van die persoon, of compensatie voor aan die persoon verbonden kosten wordt verleend.
2. De subsidie, bedoeld in het eerste lid, is gelijk aan de subsidie waarop de werkgever op grond van artikel 4 van de Regeling schoonmaakdiensten particulieren 2005, zoals die luidde onmiddellijk voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze regeling, aanspraak zou hebben, indien geen toepassing zou zijn gegeven aan artikel 7, eerste lid, tot een maximum van het aantal bij de werkgever in dienst zijnde RSP-medewerkers, genoemd in bijlage 1 als bedoeld in artikel 3 van de Regeling schoonmaakdiensten particulieren 2005. Op de hoogte van de subsidie, bedoeld in de eerste volzin, blijft artikel 10 van de Regeling schoonmaakdiensten particulieren 2005van toepassing.
3. Indien gedurende het kalenderjaar 2006 met betrekking tot een werknemer positieve uitstroom als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, onder 1°, naar een andere werkgever wordt gerealiseerd, wordt de subsidie, bedoeld in het eerste lid, met betrekking tot de loonkosten van die werknemer op dezelfde voet voortgezet tot uiterlijk het einde van de duur van de arbeidsovereenkomst met die werknemer, dan wel indien de duur van die arbeidsovereenkomst van onbepaalde tijd is of een bepaalde tijd heeft die voortduurt na 1 januari 2007, tot uiterlijk 1 januari 2007.
4. Het derde lid is niet van toepassing indien aansluitend op, dan wel binnen zes maanden na de beëindiging van de RSP-gesubsidieerde arbeidsovereenkomst, met de persoon die op grond van die RSP-gesubsidieerde arbeidsovereenkomst werkzaam was een arbeidsovereenkomst als bedoeld in hoofdstuk 3 van de Wet sociale werkvoorzieningwordt gesloten, een dienstbetrekking wordt aangegaan als bedoeld in die wet, een dienstbetrekking wordt aangegaan met toepassing van een voorziening als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand, dan wel een dienstbetrekking wordt aangegaan waarbij anderszins subsidie als bijdrage in de loonkosten van die persoon, of compensatie voor aan die persoon verbonden kosten wordt verleend.