BWBR0018726
Geldig vanaf 2005-09-14
Artikel 10
Tijdelijke subsidieregeling beëindiging subsidiëring schoonmaakdiensten particulieren
1. De beslissing op de aanvraag tot subsidieverlening wordt uiterlijk 15 december 2005 door de minister genomen.
2. Namens de minister geeft OSB met betrekking tot het verlenen van subsidie op grond van artikel 3, eerste lid, een beschikking tot subsidieverlening.
3. De subsidie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt verleend met ingang 1 januari 2006.
4. De minister betaalt de subsidie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, bij wijze van voorschot per kwartaal. De betaling met betrekking tot het eerste kwartaal van het jaar 2006 vindt plaats aan de hand van de aanvraag tot subsidieverlening. De betaling met betrekking tot onderscheidenlijk het tweede, derde en vierde kwartaal van het jaar 2006 vindt plaats aan de hand van een declaratie met opgave van gegevens over arbeidsuren volgens de arbeidsovereenkomst en het aantal arbeidsuren waarvoor de werkgever loon heeft betaald. In de declaratie vermeldt de subsidieaanvrager tevens het aantal werknemers met wie de arbeidsovereenkomst is beëindigd, telkens de ingangsdatum van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, alsmede het aantal werknemers ten aanzien van wie sprake is van positieve uitstroom.
5. Het voorschot, bedoeld in het vierde lid, is met betrekking tot het eerste kwartaal van het jaar 2006 in hoogte gelijk aan de subsidie waarop de subsidieaanvrager in het derde kwartaal van het jaar 2005 op grond van de Regeling schoonmaakdiensten particulieren 2005aanspraak had.
6. De subsidieaanvrager maakt bij de indiening van een declaratie als bedoeld in het vierde lid, gebruik van het daarvoor door de minister verstrekte formulier, dat met betrekking tot het tweede kwartaal van het jaar 2006 is ingericht overeenkomstig het model van bijlage 2abij deze regeling, met betrekking tot het derde kwartaal van het jaar 2006 is ingericht overeenkomstig het model van bijlage 2bbij deze regeling en met betrekking tot het vierde kwartaal van het jaar 2006 is ingericht overeenkomstig het model van bijlage 2cbij deze regeling.
7. De subsidieaanvrager draagt, door tussenkomst van OSB, er zorg voor dat de relevante gegevens over onderscheidenlijk het tweede en derde kwartaal van het jaar 2006, opgenomen in een door hem ondertekende declaratie als bedoeld in het zesde lid door de Minister zijn ontvangen uiterlijk op de twintigste van de tweede maand volgende op het kwartaal waarop deze betrekking heeft. De subsidieaanvrager draagt er zorg voor dat de relevante gegevens over het vierde kwartaal van het jaar 2006, opgenomen in een door hem ondertekende declaratie als bedoeld in het zesde lid door de Minister is ontvangen uiterlijk op de twintigste van de tweede maand volgende op het kwartaal waarop deze betrekking heeft.
8. Het voorschot, bedoeld in het vierde lid, met betrekking tot het eerste kwartaal van het jaar 2006 wordt betaald op of omstreeks 15 april 2006. Het voorschot, bedoeld in het vierde lid, met betrekking tot onderscheidenlijk het tweede, derde en vierde kwartaal van het jaar 2006 wordt betaald op of omstreeks de dertigste van de maand volgend op de maand waarin de declaratie is ontvangen. Het voorschot, bedoeld in het vierde lid, wordt niet verleend, indien de minister van de subsidieaanvrager de bescheiden, nodig voor de subsidievaststelling betreffende voorgaande subsidieverstrekkingen, niet heeft ontvangen.
9. Indien vóór de subsidievaststelling een verzoek tot faillietverklaring van of verlening van surseance van betaling aan de subsidieaanvrager is ingediend, vindt geen uitbetaling van een voorschot als bedoeld in het vierde lid meer plaats.
10. De subsidie, bedoeld in artikel 4, eerste lid, wordt uiterlijk betaald tezamen met het voorschot, bedoeld in het vierde lid, met betrekking tot het vierde kwartaal van het jaar 2006. Indien de minister besluit tot gehele of gedeeltelijke betaling van deze subsidie op een eerder tijdstip, doet hij daarvan mededeling in de Staatscourant.
11. De subsidie, bedoeld in artikel 5, eerste lid, en 6, eerste lid, wordt na subsidievaststelling vanaf het kalenderjaar 2007 betaald.
2. Namens de minister geeft OSB met betrekking tot het verlenen van subsidie op grond van artikel 3, eerste lid, een beschikking tot subsidieverlening.
3. De subsidie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt verleend met ingang 1 januari 2006.
4. De minister betaalt de subsidie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, bij wijze van voorschot per kwartaal. De betaling met betrekking tot het eerste kwartaal van het jaar 2006 vindt plaats aan de hand van de aanvraag tot subsidieverlening. De betaling met betrekking tot onderscheidenlijk het tweede, derde en vierde kwartaal van het jaar 2006 vindt plaats aan de hand van een declaratie met opgave van gegevens over arbeidsuren volgens de arbeidsovereenkomst en het aantal arbeidsuren waarvoor de werkgever loon heeft betaald. In de declaratie vermeldt de subsidieaanvrager tevens het aantal werknemers met wie de arbeidsovereenkomst is beëindigd, telkens de ingangsdatum van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, alsmede het aantal werknemers ten aanzien van wie sprake is van positieve uitstroom.
5. Het voorschot, bedoeld in het vierde lid, is met betrekking tot het eerste kwartaal van het jaar 2006 in hoogte gelijk aan de subsidie waarop de subsidieaanvrager in het derde kwartaal van het jaar 2005 op grond van de Regeling schoonmaakdiensten particulieren 2005aanspraak had.
6. De subsidieaanvrager maakt bij de indiening van een declaratie als bedoeld in het vierde lid, gebruik van het daarvoor door de minister verstrekte formulier, dat met betrekking tot het tweede kwartaal van het jaar 2006 is ingericht overeenkomstig het model van bijlage 2abij deze regeling, met betrekking tot het derde kwartaal van het jaar 2006 is ingericht overeenkomstig het model van bijlage 2bbij deze regeling en met betrekking tot het vierde kwartaal van het jaar 2006 is ingericht overeenkomstig het model van bijlage 2cbij deze regeling.
7. De subsidieaanvrager draagt, door tussenkomst van OSB, er zorg voor dat de relevante gegevens over onderscheidenlijk het tweede en derde kwartaal van het jaar 2006, opgenomen in een door hem ondertekende declaratie als bedoeld in het zesde lid door de Minister zijn ontvangen uiterlijk op de twintigste van de tweede maand volgende op het kwartaal waarop deze betrekking heeft. De subsidieaanvrager draagt er zorg voor dat de relevante gegevens over het vierde kwartaal van het jaar 2006, opgenomen in een door hem ondertekende declaratie als bedoeld in het zesde lid door de Minister is ontvangen uiterlijk op de twintigste van de tweede maand volgende op het kwartaal waarop deze betrekking heeft.
8. Het voorschot, bedoeld in het vierde lid, met betrekking tot het eerste kwartaal van het jaar 2006 wordt betaald op of omstreeks 15 april 2006. Het voorschot, bedoeld in het vierde lid, met betrekking tot onderscheidenlijk het tweede, derde en vierde kwartaal van het jaar 2006 wordt betaald op of omstreeks de dertigste van de maand volgend op de maand waarin de declaratie is ontvangen. Het voorschot, bedoeld in het vierde lid, wordt niet verleend, indien de minister van de subsidieaanvrager de bescheiden, nodig voor de subsidievaststelling betreffende voorgaande subsidieverstrekkingen, niet heeft ontvangen.
9. Indien vóór de subsidievaststelling een verzoek tot faillietverklaring van of verlening van surseance van betaling aan de subsidieaanvrager is ingediend, vindt geen uitbetaling van een voorschot als bedoeld in het vierde lid meer plaats.
10. De subsidie, bedoeld in artikel 4, eerste lid, wordt uiterlijk betaald tezamen met het voorschot, bedoeld in het vierde lid, met betrekking tot het vierde kwartaal van het jaar 2006. Indien de minister besluit tot gehele of gedeeltelijke betaling van deze subsidie op een eerder tijdstip, doet hij daarvan mededeling in de Staatscourant.
11. De subsidie, bedoeld in artikel 5, eerste lid, en 6, eerste lid, wordt na subsidievaststelling vanaf het kalenderjaar 2007 betaald.