BWBR0018636
Geldig vanaf 2005-08-12
Artikel 7
Regeling experimenten individuele leerrekening voor laagopgeleide werknemers
1. Een project kan slechts voor subsidie in aanmerking komen, indien:
a. het project is gericht op de doelstelling, bedoeld in artikel 2, eerste lid,
b. de aanvrager onder de werknemers een groep werft van minimaal 250 en maximaal 400 laagopgeleide werknemers in de sector waarin de aanvrager werkzaam is,
c. de deelnemers aan de projecten zich schriftelijk bereid hebben verklaard mee te doen aan onderzoek in het kader van deze regeling,
d. de aanvrager ervoor zorgt dat de werving zo is opgezet dat elke laagopgeleide werknemer in een sector een even grote kans heeft om voor deelname aan het experiment in aanmerking te komen,
e. de aanvrager € 500 uit eigen middelen stort op de leerrekening van elke ingelote deelnemer, en
f. de aanvrager zorgt voor laagdrempelige ondersteuning bij het maken van scholingskeuzes door de deelnemers aan het experiment.
2. De aanvrager houdt een administratie bij van:
a. de namen, adressen, telefoonnummers en werkgevers van de deelnemers ten behoeve van onderzoek zoals vermeld in artikel 2, derde lid,
b. de reactie van degenen die zijn uitgenodigd, onderscheiden naar: ‘wil deelnemen’, ‘wil niet deelnemen’, ‘geen reactie’,
c. eventuele herinneringen en de reactie daarop, en
d. of en zo ja hoe geselecteerd is wanneer zich meer dan het gevraagde aantal deelnemers heeft aangemeld.
3. Het project start uiterlijk 1 maart 2006 met het openen van de leerrekeningen en wordt uiterlijk 29 februari 2008 afgerond met het sluiten van de rekeningen.
4. De subsidieontvanger zorgt ervoor dat de contactgegevens van de deelnemers tot 2½ jaar na het sluiten van de leerrekeningen up-to-date worden gehouden.
5. Aan vijftig procent van de deelnemers binnen een project wordt een leerrekening toegekend, de overige deelnemers ontvangen geen leerrekening. Toekenning van de leerrekening vindt plaats op basis van loting.
a. het project is gericht op de doelstelling, bedoeld in artikel 2, eerste lid,
b. de aanvrager onder de werknemers een groep werft van minimaal 250 en maximaal 400 laagopgeleide werknemers in de sector waarin de aanvrager werkzaam is,
c. de deelnemers aan de projecten zich schriftelijk bereid hebben verklaard mee te doen aan onderzoek in het kader van deze regeling,
d. de aanvrager ervoor zorgt dat de werving zo is opgezet dat elke laagopgeleide werknemer in een sector een even grote kans heeft om voor deelname aan het experiment in aanmerking te komen,
e. de aanvrager € 500 uit eigen middelen stort op de leerrekening van elke ingelote deelnemer, en
f. de aanvrager zorgt voor laagdrempelige ondersteuning bij het maken van scholingskeuzes door de deelnemers aan het experiment.
2. De aanvrager houdt een administratie bij van:
a. de namen, adressen, telefoonnummers en werkgevers van de deelnemers ten behoeve van onderzoek zoals vermeld in artikel 2, derde lid,
b. de reactie van degenen die zijn uitgenodigd, onderscheiden naar: ‘wil deelnemen’, ‘wil niet deelnemen’, ‘geen reactie’,
c. eventuele herinneringen en de reactie daarop, en
d. of en zo ja hoe geselecteerd is wanneer zich meer dan het gevraagde aantal deelnemers heeft aangemeld.
3. Het project start uiterlijk 1 maart 2006 met het openen van de leerrekeningen en wordt uiterlijk 29 februari 2008 afgerond met het sluiten van de rekeningen.
4. De subsidieontvanger zorgt ervoor dat de contactgegevens van de deelnemers tot 2½ jaar na het sluiten van de leerrekeningen up-to-date worden gehouden.
5. Aan vijftig procent van de deelnemers binnen een project wordt een leerrekening toegekend, de overige deelnemers ontvangen geen leerrekening. Toekenning van de leerrekening vindt plaats op basis van loting.