BWBR0018636
Geldig vanaf 2005-08-12
Artikel 14
Regeling experimenten individuele leerrekening voor laagopgeleide werknemers
1. Het verslag van activiteiten wordt opgesteld volgens een door CINOP opgesteld en verspreid format en bevat tenminste een overzicht van de werkzaamheden waarvoor subsidie is verstrekt en van de daarmee bereikte resultaten, in het bijzonder ten aanzien van het aantal geopende leerrekeningen en de daarmee gevolgde scholing.
2. De financiële verantwoording gaat vergezeld van een verklaring over het financieel verslag en de naleving van de subsidievoorwaarden door de subsidieontvanger, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
3. De verantwoording bevat in ieder geval een vergelijking tussen de nagestreefde en gerealiseerde doelstellingen en een toelichting op de verschillen en een activiteitenverslag.
4. De verantwoording bevat tevens de vaststelling van de restbedragen, genoemd in artikel 14, zesde lid, en de daaruit voortvloeiende terug te storten bedragen.
5. De Minister beslist binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling op die aanvraag.
6. De subsidie wordt uitsluitend aangewend voor het doel waarvoor zij is verstrekt. Eventueel niet-bestede middelen of overschotten na afloop van de activiteiten worden terugbetaald.
7. De restbedragen per leerrekening worden teruggestort naar de inleggers, met dien verstande dat:
a. restbedragen tussen € 0 en € 500 ten gunste komen van de subsidieontvanger;
b. van restbedragen van meer dan € 500, de subsidieontvanger € 500 ontvangt;
c. het meerdere wordt overgemaakt aan de Minister.
8. In het subsidiebedrag zijn de kosten van de verklaring bedoeld in het tweede lid begrepen.
2. De financiële verantwoording gaat vergezeld van een verklaring over het financieel verslag en de naleving van de subsidievoorwaarden door de subsidieontvanger, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
3. De verantwoording bevat in ieder geval een vergelijking tussen de nagestreefde en gerealiseerde doelstellingen en een toelichting op de verschillen en een activiteitenverslag.
4. De verantwoording bevat tevens de vaststelling van de restbedragen, genoemd in artikel 14, zesde lid, en de daaruit voortvloeiende terug te storten bedragen.
5. De Minister beslist binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling op die aanvraag.
6. De subsidie wordt uitsluitend aangewend voor het doel waarvoor zij is verstrekt. Eventueel niet-bestede middelen of overschotten na afloop van de activiteiten worden terugbetaald.
7. De restbedragen per leerrekening worden teruggestort naar de inleggers, met dien verstande dat:
a. restbedragen tussen € 0 en € 500 ten gunste komen van de subsidieontvanger;
b. van restbedragen van meer dan € 500, de subsidieontvanger € 500 ontvangt;
c. het meerdere wordt overgemaakt aan de Minister.
8. In het subsidiebedrag zijn de kosten van de verklaring bedoeld in het tweede lid begrepen.