BWBR0018466
Geldig vanaf 2008-03-14
Artikel 3
Regeling groenprojecten 2005
1. Een verklaring wordt niet afgegeven op aanvragen voor:
a. een bestaand project;
b. een project waarvan het projectvermogen minder bedraagt dan € 22.689;
c. een project waarvan het niet aannemelijk is dat het enig eigen rendement heeft, subsidies van overheden en convenantsmiddelen daaronder begrepen;
d. een project waarvan het te verwachten economisch rendement in verhouding tot het risico en het milieubelang zodanig is dat het zonder toepassing van deze regeling tot stand kan komen;
e. een project als bedoeld in artikel 2, onderdeel h, onder 1° of 2°, indien per kalenderjaar reeds voor 5000 woningen een verklaring is afgegeven;
f. een project als bedoeld in artikel 2, onderdeel h, onder 3°, indien per kalenderjaar reeds voor 5000 woningen een verklaring is afgegeven;
g. een project betreffende een woning als bedoeld in artikel 2, onderdeel h, onder 1° of 2°, waarvan de stichtingskosten meer dan € 272.268 bedragen;
h. een project betreffende een utiliteitsgebouw als bedoeld in artikel 2, onderdeel h, onder 4°, indien de aanvraag voor een groenverklaring is ingediend voor 1 januari 2005;
i. een project betreffende een utiliteitsgebouw als bedoeld in artikel 2, onderdeel h, onder 4°, indien per kalenderjaar reeds voor 50.000 m2 bruto vloeroppervlak een verklaring is afgegeven;
j. een project, indien dit tot gevolg zou hebben dat op een bouwwerk gelijktijdig een verklaring op grond van artikel 2, onderdeel h, onder 4°, en een verklaring op grond van artikel 2, onderdeel g of k, van toepassing zou zijn;
k. een project, waarvoor vanwege de overheid of de Commissie van de Europese Gemeenschappen uit anderen hoofde dan toekenning van een financieel of ander voordeel dat op grond van deze regeling door de projectbeheerder wordt genoten, een zodanig voordeel is of zal worden verstrekt, dat door die toekenning het totale op grond van de communautaire regelgeving toegestane voordeel, zou worden overschreden.
2. Het eerste lid, onderdeel c, is niet van toepassing op projecten als bedoeld in artikel 2, onderdeel i.
3. Het eerste lid, onderdeel b, is niet van toepassing op projecten als bedoeld in artikel 2, onderdeel g.3°, g.4°, of g.7°, die worden uitgevoerd op of aan een woning en die worden uitgevoerd voor rekening en risico van de eigenaar-bewoner.
a. een bestaand project;
b. een project waarvan het projectvermogen minder bedraagt dan € 22.689;
c. een project waarvan het niet aannemelijk is dat het enig eigen rendement heeft, subsidies van overheden en convenantsmiddelen daaronder begrepen;
d. een project waarvan het te verwachten economisch rendement in verhouding tot het risico en het milieubelang zodanig is dat het zonder toepassing van deze regeling tot stand kan komen;
e. een project als bedoeld in artikel 2, onderdeel h, onder 1° of 2°, indien per kalenderjaar reeds voor 5000 woningen een verklaring is afgegeven;
f. een project als bedoeld in artikel 2, onderdeel h, onder 3°, indien per kalenderjaar reeds voor 5000 woningen een verklaring is afgegeven;
g. een project betreffende een woning als bedoeld in artikel 2, onderdeel h, onder 1° of 2°, waarvan de stichtingskosten meer dan € 272.268 bedragen;
h. een project betreffende een utiliteitsgebouw als bedoeld in artikel 2, onderdeel h, onder 4°, indien de aanvraag voor een groenverklaring is ingediend voor 1 januari 2005;
i. een project betreffende een utiliteitsgebouw als bedoeld in artikel 2, onderdeel h, onder 4°, indien per kalenderjaar reeds voor 50.000 m2 bruto vloeroppervlak een verklaring is afgegeven;
j. een project, indien dit tot gevolg zou hebben dat op een bouwwerk gelijktijdig een verklaring op grond van artikel 2, onderdeel h, onder 4°, en een verklaring op grond van artikel 2, onderdeel g of k, van toepassing zou zijn;
k. een project, waarvoor vanwege de overheid of de Commissie van de Europese Gemeenschappen uit anderen hoofde dan toekenning van een financieel of ander voordeel dat op grond van deze regeling door de projectbeheerder wordt genoten, een zodanig voordeel is of zal worden verstrekt, dat door die toekenning het totale op grond van de communautaire regelgeving toegestane voordeel, zou worden overschreden.
2. Het eerste lid, onderdeel c, is niet van toepassing op projecten als bedoeld in artikel 2, onderdeel i.
3. Het eerste lid, onderdeel b, is niet van toepassing op projecten als bedoeld in artikel 2, onderdeel g.3°, g.4°, of g.7°, die worden uitgevoerd op of aan een woning en die worden uitgevoerd voor rekening en risico van de eigenaar-bewoner.