BWBR0018466
Geldig vanaf 2008-03-14
Artikel 2
Regeling groenprojecten 2005
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer kan, in overeenstemming met de Minister van Financiën en na overleg met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Minister van Verkeer en Waterstaat, een verklaring afgeven voor:
a. projecten, bestaande uit aaneengesloten gebieden met een oppervlakte van ten minste vijf hectare, die gericht zijn op de ontwikkeling en instandhouding van bos en andere houtopstanden, met uitzondering van vruchtbomen, windsingels, wegbeplantingen en bomen die bestemd zijn om te dienen als kerstbomen en kweekgoed;
b. projecten die zijn gericht op de ontwikkeling en instandhouding van natuur- en landschappelijke waarden in: 1°. gebieden die als beschermd natuurmonument of staatsnatuurmonument zijn aangewezen op grond van de Natuurbeschermingswet 1998, of
2°. gebieden die in het Structuurschema Groene Ruimte (Kamerstukken II 1993/94, 22 880) zijn aangemerkt als gebieden behoud en herstel bestaande landschapskwaliteit en waarvoor een gebiedsperspectief waardevol cultuurlandschap geldt;
1°. gebieden die als beschermd natuurmonument of staatsnatuurmonument zijn aangewezen op grond van de Natuurbeschermingswet 1998, of
2°. gebieden die in het Structuurschema Groene Ruimte (Kamerstukken II 1993/94, 22 880) zijn aangemerkt als gebieden behoud en herstel bestaande landschapskwaliteit en waarvoor een gebiedsperspectief waardevol cultuurlandschap geldt;
c. projecten die zijn gericht op de ontwikkeling en instandhouding van: 1°. nieuwe natuur- en landschappelijke waarden van landgoederen als bedoeld in artikel 2 van de Natuurschoonwet 1928, of
2°. natuur- en landschappelijke waarden blijkens een landinrichtingsplan als bedoeld in artikel 73 van de Landinrichtingswet, een inrichtingsplan als bedoeld in artikel 17 van de Wet inrichting landelijk gebied, een plan van voorzieningen als bedoeld in artikel 44 van de Reconstructiewet Midden-Delfland, of een herinrichtingsplan als bedoeld in artikel 16 van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën;
1°. nieuwe natuur- en landschappelijke waarden van landgoederen als bedoeld in artikel 2 van de Natuurschoonwet 1928, of
2°. natuur- en landschappelijke waarden blijkens een landinrichtingsplan als bedoeld in artikel 73 van de Landinrichtingswet, een inrichtingsplan als bedoeld in artikel 17 van de Wet inrichting landelijk gebied, een plan van voorzieningen als bedoeld in artikel 44 van de Reconstructiewet Midden-Delfland, of een herinrichtingsplan als bedoeld in artikel 16 van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën;
d. projecten: 1°. in een natuurgebied die zijn gericht op de ontwikkeling en instandhouding van nieuwe natuur- en landschappelijke waarden en in aanmerking zijn gekomen voor subsidie op grond van de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 en wat betreft bos en houtopstanden tevens voldoen aan onderdeel a;
2°. in een beheers-, probleem-, natuur- of landschapsgebied die zijn gericht op de ontwikkeling en instandhouding van nieuwe natuur- en landschappelijke waarden en in aanmerking zijn gekomen voor subsidie op grond van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer en wat betreft bos en houtopstanden tevens voldoen aan onderdeel a;
3°. van publiekrechtelijke rechtspersonen of van instellingen als bedoeld in de Regeling bijdragen particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties die zijn gericht op de ontwikkeling en de instandhouding van nieuwe natuur- en landschappelijke waarden in gebieden waarvoor een begrenzingenplan is vastgesteld als bedoeld in de Regeling beheersovereenkomsten en natuurontwikkeling;
4°. die zijn gericht op de ontwikkeling en de instandhouding van nieuwe natuur- en landschappelijke waarden en in aanmerking zijn gekomen voor subsidie op grond van de Tijdelijke regeling particulier natuurbeheer;
5°. in een beheers- of reservaatgebied die zijn gericht op de ontwikkeling en instandhouding van nieuwe natuur- en landschappelijke waarden en waarvoor een beheersovereenkomst is gesloten als bedoeld in de Regeling beheersovereenkomsten en natuurontwikkeling;
6°. in een probleemgebied die zijn gericht op de ontwikkeling en instandhouding van nieuwe natuur- en landschappelijke waarden en waarvoor een beheersovereenkomst is gesloten als bedoeld in de Regeling beheersovereenkomsten en natuurontwikkeling;
1°. in een natuurgebied die zijn gericht op de ontwikkeling en instandhouding van nieuwe natuur- en landschappelijke waarden en in aanmerking zijn gekomen voor subsidie op grond van de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 en wat betreft bos en houtopstanden tevens voldoen aan onderdeel a;
2°. in een beheers-, probleem-, natuur- of landschapsgebied die zijn gericht op de ontwikkeling en instandhouding van nieuwe natuur- en landschappelijke waarden en in aanmerking zijn gekomen voor subsidie op grond van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer en wat betreft bos en houtopstanden tevens voldoen aan onderdeel a;
3°. van publiekrechtelijke rechtspersonen of van instellingen als bedoeld in de Regeling bijdragen particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties die zijn gericht op de ontwikkeling en de instandhouding van nieuwe natuur- en landschappelijke waarden in gebieden waarvoor een begrenzingenplan is vastgesteld als bedoeld in de Regeling beheersovereenkomsten en natuurontwikkeling;
4°. die zijn gericht op de ontwikkeling en de instandhouding van nieuwe natuur- en landschappelijke waarden en in aanmerking zijn gekomen voor subsidie op grond van de Tijdelijke regeling particulier natuurbeheer;
5°. in een beheers- of reservaatgebied die zijn gericht op de ontwikkeling en instandhouding van nieuwe natuur- en landschappelijke waarden en waarvoor een beheersovereenkomst is gesloten als bedoeld in de Regeling beheersovereenkomsten en natuurontwikkeling;
6°. in een probleemgebied die zijn gericht op de ontwikkeling en instandhouding van nieuwe natuur- en landschappelijke waarden en waarvoor een beheersovereenkomst is gesloten als bedoeld in de Regeling beheersovereenkomsten en natuurontwikkeling;
e. projecten die zijn gericht op: 1°. het produceren of verwerken van plantaardige landbouwproducten overeenkomstig het Landbouwkwaliteitsbesluit biologische productiemethode;
2°. het produceren of verwerken van dierlijke landbouwproducten overeenkomstig het Landbouwkwaliteitsbesluit biologische productiemethode;
3°. het bedrijfsmatig telen van gewassen in een Groen Label Kas;
1°. het produceren of verwerken van plantaardige landbouwproducten overeenkomstig het Landbouwkwaliteitsbesluit biologische productiemethode;
2°. het produceren of verwerken van dierlijke landbouwproducten overeenkomstig het Landbouwkwaliteitsbesluit biologische productiemethode;
3°. het bedrijfsmatig telen van gewassen in een Groen Label Kas;
f. projecten die zijn gericht op de industriële verwerking van landbouwgrondstoffen of reststoffen van natuurbeheer tot producten die niet geschikt zijn voor menselijke of dierlijke consumptie, indien die producten in Nederland nog niet gangbaar zijn en leiden tot een vermindering van de aantasting van het milieu, met uitzondering van de verwerking van genoemde stoffen tot energie of energiedragers;
g. projecten die zijn gericht op: 1°. het opwekken van elektriciteit uit schoon hout en energierijke gewassen;
2°. het opwekken van elektrische energie door middel van een windturbine die is gecertificeerd volgens NVN 11400-0 (uitgave 1999), voorzover deze normen daarop van toepassing is;
3°. het opwekken van elektrische energie met behulp van fotovoltaïsche cellen;
4°. het gebruik van thermische zonne-energie door middel van zonnecollectoren;
5°. het winnen van aardwarmte;
6°. het opwekken van elektrische energie uit waterkracht;
7°. het met behulp van warmtepompen met een COP (coëfficiënt of performance) van ten minste 4 en een gesloten bodemwarmtewisselaar of aquifer opwaarderen van laagwaardige warmte naar hoogwaardige warmte op een zodanige wijze dat de hoogwaardige warmte nuttig wordt aangewend;
8°. warmte-, onderscheidenlijk koudeopslag, in een aquifer gedurende ten minste een maand;
9°. het aanleggen van warmtedistributienetten en het bouwen van centrale bijstookketels en warmtebuffers ten behoeve van stadsverwarmingprojecten en de verwarming van tuinbouwkassen die thermische energie benutten van elektriciteitsopwekkinginstallaties;
1°. het opwekken van elektriciteit uit schoon hout en energierijke gewassen;
2°. het opwekken van elektrische energie door middel van een windturbine die is gecertificeerd volgens NVN 11400-0 (uitgave 1999), voorzover deze normen daarop van toepassing is;
3°. het opwekken van elektrische energie met behulp van fotovoltaïsche cellen;
4°. het gebruik van thermische zonne-energie door middel van zonnecollectoren;
5°. het winnen van aardwarmte;
6°. het opwekken van elektrische energie uit waterkracht;
7°. het met behulp van warmtepompen met een COP (coëfficiënt of performance) van ten minste 4 en een gesloten bodemwarmtewisselaar of aquifer opwaarderen van laagwaardige warmte naar hoogwaardige warmte op een zodanige wijze dat de hoogwaardige warmte nuttig wordt aangewend;
8°. warmte-, onderscheidenlijk koudeopslag, in een aquifer gedurende ten minste een maand;
9°. het aanleggen van warmtedistributienetten en het bouwen van centrale bijstookketels en warmtebuffers ten behoeve van stadsverwarmingprojecten en de verwarming van tuinbouwkassen die thermische energie benutten van elektriciteitsopwekkinginstallaties;
h. projecten die zijn gericht op: 1°. het realiseren van nieuw te bouwen woningen die voldoen aan bijlage 1 bij deze regeling en tevens minimaal 150 punten behalen volgens de in die bijlage vermelde systematiek;
2°. het door herbestemming van niet-woningen realiseren van nieuwe woningen die voldoen aan bijlage 2 bij deze regeling en tevens minimaal 125 punten behalen volgens de in die bijlage vermelde systematiek, of
3°. het renoveren van bestaande woningen die zijn gebouwd voor 1980 en die voldoen aan bijlage 2 bij deze regeling en tevens minimaal 125 punten behalen volgens de in die bijlage vermelde systematiek;
4°. het realiseren van utiliteitsgebouwen die voldoen aan bijlage 3 bij deze regeling;
5°. het renoveren van bestaande woningen door de eigenaar-bewoner, waarbij indien hout wordt toegepast dat duurzaam geproduceerd hout is, en waarbij energiebesparende maatregelen worden doorgevoerd, en die voldoen aan één van de volgende niveaus: a. vervallen;
b. de Energie-index van de woning is na renovatie ten minste vier labelstappen lager dan ervoor en de woning verkrijgt na renovatie minimaal een B-label;
c. de Energie-index van de woning is na renovatie ten minste vijf labelstappen lager dan ervoor en de woning verkrijgt na renovatie een A label;
a. vervallen;
b. de Energie-index van de woning is na renovatie ten minste vier labelstappen lager dan ervoor en de woning verkrijgt na renovatie minimaal een B-label;
c. de Energie-index van de woning is na renovatie ten minste vijf labelstappen lager dan ervoor en de woning verkrijgt na renovatie een A label;
1°. het realiseren van nieuw te bouwen woningen die voldoen aan bijlage 1 bij deze regeling en tevens minimaal 150 punten behalen volgens de in die bijlage vermelde systematiek;
2°. het door herbestemming van niet-woningen realiseren van nieuwe woningen die voldoen aan bijlage 2 bij deze regeling en tevens minimaal 125 punten behalen volgens de in die bijlage vermelde systematiek, of
3°. het renoveren van bestaande woningen die zijn gebouwd voor 1980 en die voldoen aan bijlage 2 bij deze regeling en tevens minimaal 125 punten behalen volgens de in die bijlage vermelde systematiek;
4°. het realiseren van utiliteitsgebouwen die voldoen aan bijlage 3 bij deze regeling;
5°. het renoveren van bestaande woningen door de eigenaar-bewoner, waarbij indien hout wordt toegepast dat duurzaam geproduceerd hout is, en waarbij energiebesparende maatregelen worden doorgevoerd, en die voldoen aan één van de volgende niveaus: a. vervallen;
b. de Energie-index van de woning is na renovatie ten minste vier labelstappen lager dan ervoor en de woning verkrijgt na renovatie minimaal een B-label;
c. de Energie-index van de woning is na renovatie ten minste vijf labelstappen lager dan ervoor en de woning verkrijgt na renovatie een A label;
a. vervallen;
b. de Energie-index van de woning is na renovatie ten minste vier labelstappen lager dan ervoor en de woning verkrijgt na renovatie minimaal een B-label;
c. de Energie-index van de woning is na renovatie ten minste vijf labelstappen lager dan ervoor en de woning verkrijgt na renovatie een A label;
i. projecten die zijn gericht op de realisatie van vrijgelegen dan wel verhoogde fietspaden die verhard zijn met asfalt en die: 1°. de directe bereikbaarheid van transferia bevorderen,
2°. knelpunten opheffen in het recreatieve landelijk fietsroutenet als aangegeven in het Structuurschema Groene Ruimte, bedoeld in artikel 2, onder b, onderdeel 2°, en gelegen zijn buiten de bebouwde kom,
3°. buiten de bebouwde kom gelegen zijn en de directe verbinding vormen tussen: – woonkernen met meer dan 50.000 inwoners en de direct omringende woonkernen en leiden tot een vermindering van de reistijd,
– Vinex-locaties en de direct omringende woonkernen, of
– een woonkern, waaronder begrepen een verblijfsrecreatieconcentratie, en het landelijk net, bedoeld onder 2°;
– woonkernen met meer dan 50.000 inwoners en de direct omringende woonkernen en leiden tot een vermindering van de reistijd,
– Vinex-locaties en de direct omringende woonkernen, of
– een woonkern, waaronder begrepen een verblijfsrecreatieconcentratie, en het landelijk net, bedoeld onder 2°;
1°. de directe bereikbaarheid van transferia bevorderen,
2°. knelpunten opheffen in het recreatieve landelijk fietsroutenet als aangegeven in het Structuurschema Groene Ruimte, bedoeld in artikel 2, onder b, onderdeel 2°, en gelegen zijn buiten de bebouwde kom,
3°. buiten de bebouwde kom gelegen zijn en de directe verbinding vormen tussen: – woonkernen met meer dan 50.000 inwoners en de direct omringende woonkernen en leiden tot een vermindering van de reistijd,
– Vinex-locaties en de direct omringende woonkernen, of
– een woonkern, waaronder begrepen een verblijfsrecreatieconcentratie, en het landelijk net, bedoeld onder 2°;
– woonkernen met meer dan 50.000 inwoners en de direct omringende woonkernen en leiden tot een vermindering van de reistijd,
– Vinex-locaties en de direct omringende woonkernen, of
– een woonkern, waaronder begrepen een verblijfsrecreatieconcentratie, en het landelijk net, bedoeld onder 2°;
j. projecten die zijn gericht op het vrijwillig saneren van verontreinigde bodems of waterbodems ter zake waarvan overeenkomstig artikel 29 van de Wet op de bodembescherming is beslist dat er sprake is van een geval van ernstige verontreiniging en overeenkomstig artikel 39, tweede lid, van die wet goedkeuring is gegeven aan het saneringsplan en waaraan naar zijn oordeel voorrang moet worden verleend;
k. andere innovatieve en hoogwaardige projecten die naar zijn oordeel in het belang zijn van de bescherming van het milieu, waaronder natuur en bos.
a. projecten, bestaande uit aaneengesloten gebieden met een oppervlakte van ten minste vijf hectare, die gericht zijn op de ontwikkeling en instandhouding van bos en andere houtopstanden, met uitzondering van vruchtbomen, windsingels, wegbeplantingen en bomen die bestemd zijn om te dienen als kerstbomen en kweekgoed;
b. projecten die zijn gericht op de ontwikkeling en instandhouding van natuur- en landschappelijke waarden in: 1°. gebieden die als beschermd natuurmonument of staatsnatuurmonument zijn aangewezen op grond van de Natuurbeschermingswet 1998, of
2°. gebieden die in het Structuurschema Groene Ruimte (Kamerstukken II 1993/94, 22 880) zijn aangemerkt als gebieden behoud en herstel bestaande landschapskwaliteit en waarvoor een gebiedsperspectief waardevol cultuurlandschap geldt;
1°. gebieden die als beschermd natuurmonument of staatsnatuurmonument zijn aangewezen op grond van de Natuurbeschermingswet 1998, of
2°. gebieden die in het Structuurschema Groene Ruimte (Kamerstukken II 1993/94, 22 880) zijn aangemerkt als gebieden behoud en herstel bestaande landschapskwaliteit en waarvoor een gebiedsperspectief waardevol cultuurlandschap geldt;
c. projecten die zijn gericht op de ontwikkeling en instandhouding van: 1°. nieuwe natuur- en landschappelijke waarden van landgoederen als bedoeld in artikel 2 van de Natuurschoonwet 1928, of
2°. natuur- en landschappelijke waarden blijkens een landinrichtingsplan als bedoeld in artikel 73 van de Landinrichtingswet, een inrichtingsplan als bedoeld in artikel 17 van de Wet inrichting landelijk gebied, een plan van voorzieningen als bedoeld in artikel 44 van de Reconstructiewet Midden-Delfland, of een herinrichtingsplan als bedoeld in artikel 16 van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën;
1°. nieuwe natuur- en landschappelijke waarden van landgoederen als bedoeld in artikel 2 van de Natuurschoonwet 1928, of
2°. natuur- en landschappelijke waarden blijkens een landinrichtingsplan als bedoeld in artikel 73 van de Landinrichtingswet, een inrichtingsplan als bedoeld in artikel 17 van de Wet inrichting landelijk gebied, een plan van voorzieningen als bedoeld in artikel 44 van de Reconstructiewet Midden-Delfland, of een herinrichtingsplan als bedoeld in artikel 16 van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën;
d. projecten: 1°. in een natuurgebied die zijn gericht op de ontwikkeling en instandhouding van nieuwe natuur- en landschappelijke waarden en in aanmerking zijn gekomen voor subsidie op grond van de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 en wat betreft bos en houtopstanden tevens voldoen aan onderdeel a;
2°. in een beheers-, probleem-, natuur- of landschapsgebied die zijn gericht op de ontwikkeling en instandhouding van nieuwe natuur- en landschappelijke waarden en in aanmerking zijn gekomen voor subsidie op grond van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer en wat betreft bos en houtopstanden tevens voldoen aan onderdeel a;
3°. van publiekrechtelijke rechtspersonen of van instellingen als bedoeld in de Regeling bijdragen particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties die zijn gericht op de ontwikkeling en de instandhouding van nieuwe natuur- en landschappelijke waarden in gebieden waarvoor een begrenzingenplan is vastgesteld als bedoeld in de Regeling beheersovereenkomsten en natuurontwikkeling;
4°. die zijn gericht op de ontwikkeling en de instandhouding van nieuwe natuur- en landschappelijke waarden en in aanmerking zijn gekomen voor subsidie op grond van de Tijdelijke regeling particulier natuurbeheer;
5°. in een beheers- of reservaatgebied die zijn gericht op de ontwikkeling en instandhouding van nieuwe natuur- en landschappelijke waarden en waarvoor een beheersovereenkomst is gesloten als bedoeld in de Regeling beheersovereenkomsten en natuurontwikkeling;
6°. in een probleemgebied die zijn gericht op de ontwikkeling en instandhouding van nieuwe natuur- en landschappelijke waarden en waarvoor een beheersovereenkomst is gesloten als bedoeld in de Regeling beheersovereenkomsten en natuurontwikkeling;
1°. in een natuurgebied die zijn gericht op de ontwikkeling en instandhouding van nieuwe natuur- en landschappelijke waarden en in aanmerking zijn gekomen voor subsidie op grond van de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 en wat betreft bos en houtopstanden tevens voldoen aan onderdeel a;
2°. in een beheers-, probleem-, natuur- of landschapsgebied die zijn gericht op de ontwikkeling en instandhouding van nieuwe natuur- en landschappelijke waarden en in aanmerking zijn gekomen voor subsidie op grond van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer en wat betreft bos en houtopstanden tevens voldoen aan onderdeel a;
3°. van publiekrechtelijke rechtspersonen of van instellingen als bedoeld in de Regeling bijdragen particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties die zijn gericht op de ontwikkeling en de instandhouding van nieuwe natuur- en landschappelijke waarden in gebieden waarvoor een begrenzingenplan is vastgesteld als bedoeld in de Regeling beheersovereenkomsten en natuurontwikkeling;
4°. die zijn gericht op de ontwikkeling en de instandhouding van nieuwe natuur- en landschappelijke waarden en in aanmerking zijn gekomen voor subsidie op grond van de Tijdelijke regeling particulier natuurbeheer;
5°. in een beheers- of reservaatgebied die zijn gericht op de ontwikkeling en instandhouding van nieuwe natuur- en landschappelijke waarden en waarvoor een beheersovereenkomst is gesloten als bedoeld in de Regeling beheersovereenkomsten en natuurontwikkeling;
6°. in een probleemgebied die zijn gericht op de ontwikkeling en instandhouding van nieuwe natuur- en landschappelijke waarden en waarvoor een beheersovereenkomst is gesloten als bedoeld in de Regeling beheersovereenkomsten en natuurontwikkeling;
e. projecten die zijn gericht op: 1°. het produceren of verwerken van plantaardige landbouwproducten overeenkomstig het Landbouwkwaliteitsbesluit biologische productiemethode;
2°. het produceren of verwerken van dierlijke landbouwproducten overeenkomstig het Landbouwkwaliteitsbesluit biologische productiemethode;
3°. het bedrijfsmatig telen van gewassen in een Groen Label Kas;
1°. het produceren of verwerken van plantaardige landbouwproducten overeenkomstig het Landbouwkwaliteitsbesluit biologische productiemethode;
2°. het produceren of verwerken van dierlijke landbouwproducten overeenkomstig het Landbouwkwaliteitsbesluit biologische productiemethode;
3°. het bedrijfsmatig telen van gewassen in een Groen Label Kas;
f. projecten die zijn gericht op de industriële verwerking van landbouwgrondstoffen of reststoffen van natuurbeheer tot producten die niet geschikt zijn voor menselijke of dierlijke consumptie, indien die producten in Nederland nog niet gangbaar zijn en leiden tot een vermindering van de aantasting van het milieu, met uitzondering van de verwerking van genoemde stoffen tot energie of energiedragers;
g. projecten die zijn gericht op: 1°. het opwekken van elektriciteit uit schoon hout en energierijke gewassen;
2°. het opwekken van elektrische energie door middel van een windturbine die is gecertificeerd volgens NVN 11400-0 (uitgave 1999), voorzover deze normen daarop van toepassing is;
3°. het opwekken van elektrische energie met behulp van fotovoltaïsche cellen;
4°. het gebruik van thermische zonne-energie door middel van zonnecollectoren;
5°. het winnen van aardwarmte;
6°. het opwekken van elektrische energie uit waterkracht;
7°. het met behulp van warmtepompen met een COP (coëfficiënt of performance) van ten minste 4 en een gesloten bodemwarmtewisselaar of aquifer opwaarderen van laagwaardige warmte naar hoogwaardige warmte op een zodanige wijze dat de hoogwaardige warmte nuttig wordt aangewend;
8°. warmte-, onderscheidenlijk koudeopslag, in een aquifer gedurende ten minste een maand;
9°. het aanleggen van warmtedistributienetten en het bouwen van centrale bijstookketels en warmtebuffers ten behoeve van stadsverwarmingprojecten en de verwarming van tuinbouwkassen die thermische energie benutten van elektriciteitsopwekkinginstallaties;
1°. het opwekken van elektriciteit uit schoon hout en energierijke gewassen;
2°. het opwekken van elektrische energie door middel van een windturbine die is gecertificeerd volgens NVN 11400-0 (uitgave 1999), voorzover deze normen daarop van toepassing is;
3°. het opwekken van elektrische energie met behulp van fotovoltaïsche cellen;
4°. het gebruik van thermische zonne-energie door middel van zonnecollectoren;
5°. het winnen van aardwarmte;
6°. het opwekken van elektrische energie uit waterkracht;
7°. het met behulp van warmtepompen met een COP (coëfficiënt of performance) van ten minste 4 en een gesloten bodemwarmtewisselaar of aquifer opwaarderen van laagwaardige warmte naar hoogwaardige warmte op een zodanige wijze dat de hoogwaardige warmte nuttig wordt aangewend;
8°. warmte-, onderscheidenlijk koudeopslag, in een aquifer gedurende ten minste een maand;
9°. het aanleggen van warmtedistributienetten en het bouwen van centrale bijstookketels en warmtebuffers ten behoeve van stadsverwarmingprojecten en de verwarming van tuinbouwkassen die thermische energie benutten van elektriciteitsopwekkinginstallaties;
h. projecten die zijn gericht op: 1°. het realiseren van nieuw te bouwen woningen die voldoen aan bijlage 1 bij deze regeling en tevens minimaal 150 punten behalen volgens de in die bijlage vermelde systematiek;
2°. het door herbestemming van niet-woningen realiseren van nieuwe woningen die voldoen aan bijlage 2 bij deze regeling en tevens minimaal 125 punten behalen volgens de in die bijlage vermelde systematiek, of
3°. het renoveren van bestaande woningen die zijn gebouwd voor 1980 en die voldoen aan bijlage 2 bij deze regeling en tevens minimaal 125 punten behalen volgens de in die bijlage vermelde systematiek;
4°. het realiseren van utiliteitsgebouwen die voldoen aan bijlage 3 bij deze regeling;
5°. het renoveren van bestaande woningen door de eigenaar-bewoner, waarbij indien hout wordt toegepast dat duurzaam geproduceerd hout is, en waarbij energiebesparende maatregelen worden doorgevoerd, en die voldoen aan één van de volgende niveaus: a. vervallen;
b. de Energie-index van de woning is na renovatie ten minste vier labelstappen lager dan ervoor en de woning verkrijgt na renovatie minimaal een B-label;
c. de Energie-index van de woning is na renovatie ten minste vijf labelstappen lager dan ervoor en de woning verkrijgt na renovatie een A label;
a. vervallen;
b. de Energie-index van de woning is na renovatie ten minste vier labelstappen lager dan ervoor en de woning verkrijgt na renovatie minimaal een B-label;
c. de Energie-index van de woning is na renovatie ten minste vijf labelstappen lager dan ervoor en de woning verkrijgt na renovatie een A label;
1°. het realiseren van nieuw te bouwen woningen die voldoen aan bijlage 1 bij deze regeling en tevens minimaal 150 punten behalen volgens de in die bijlage vermelde systematiek;
2°. het door herbestemming van niet-woningen realiseren van nieuwe woningen die voldoen aan bijlage 2 bij deze regeling en tevens minimaal 125 punten behalen volgens de in die bijlage vermelde systematiek, of
3°. het renoveren van bestaande woningen die zijn gebouwd voor 1980 en die voldoen aan bijlage 2 bij deze regeling en tevens minimaal 125 punten behalen volgens de in die bijlage vermelde systematiek;
4°. het realiseren van utiliteitsgebouwen die voldoen aan bijlage 3 bij deze regeling;
5°. het renoveren van bestaande woningen door de eigenaar-bewoner, waarbij indien hout wordt toegepast dat duurzaam geproduceerd hout is, en waarbij energiebesparende maatregelen worden doorgevoerd, en die voldoen aan één van de volgende niveaus: a. vervallen;
b. de Energie-index van de woning is na renovatie ten minste vier labelstappen lager dan ervoor en de woning verkrijgt na renovatie minimaal een B-label;
c. de Energie-index van de woning is na renovatie ten minste vijf labelstappen lager dan ervoor en de woning verkrijgt na renovatie een A label;
a. vervallen;
b. de Energie-index van de woning is na renovatie ten minste vier labelstappen lager dan ervoor en de woning verkrijgt na renovatie minimaal een B-label;
c. de Energie-index van de woning is na renovatie ten minste vijf labelstappen lager dan ervoor en de woning verkrijgt na renovatie een A label;
i. projecten die zijn gericht op de realisatie van vrijgelegen dan wel verhoogde fietspaden die verhard zijn met asfalt en die: 1°. de directe bereikbaarheid van transferia bevorderen,
2°. knelpunten opheffen in het recreatieve landelijk fietsroutenet als aangegeven in het Structuurschema Groene Ruimte, bedoeld in artikel 2, onder b, onderdeel 2°, en gelegen zijn buiten de bebouwde kom,
3°. buiten de bebouwde kom gelegen zijn en de directe verbinding vormen tussen: – woonkernen met meer dan 50.000 inwoners en de direct omringende woonkernen en leiden tot een vermindering van de reistijd,
– Vinex-locaties en de direct omringende woonkernen, of
– een woonkern, waaronder begrepen een verblijfsrecreatieconcentratie, en het landelijk net, bedoeld onder 2°;
– woonkernen met meer dan 50.000 inwoners en de direct omringende woonkernen en leiden tot een vermindering van de reistijd,
– Vinex-locaties en de direct omringende woonkernen, of
– een woonkern, waaronder begrepen een verblijfsrecreatieconcentratie, en het landelijk net, bedoeld onder 2°;
1°. de directe bereikbaarheid van transferia bevorderen,
2°. knelpunten opheffen in het recreatieve landelijk fietsroutenet als aangegeven in het Structuurschema Groene Ruimte, bedoeld in artikel 2, onder b, onderdeel 2°, en gelegen zijn buiten de bebouwde kom,
3°. buiten de bebouwde kom gelegen zijn en de directe verbinding vormen tussen: – woonkernen met meer dan 50.000 inwoners en de direct omringende woonkernen en leiden tot een vermindering van de reistijd,
– Vinex-locaties en de direct omringende woonkernen, of
– een woonkern, waaronder begrepen een verblijfsrecreatieconcentratie, en het landelijk net, bedoeld onder 2°;
– woonkernen met meer dan 50.000 inwoners en de direct omringende woonkernen en leiden tot een vermindering van de reistijd,
– Vinex-locaties en de direct omringende woonkernen, of
– een woonkern, waaronder begrepen een verblijfsrecreatieconcentratie, en het landelijk net, bedoeld onder 2°;
j. projecten die zijn gericht op het vrijwillig saneren van verontreinigde bodems of waterbodems ter zake waarvan overeenkomstig artikel 29 van de Wet op de bodembescherming is beslist dat er sprake is van een geval van ernstige verontreiniging en overeenkomstig artikel 39, tweede lid, van die wet goedkeuring is gegeven aan het saneringsplan en waaraan naar zijn oordeel voorrang moet worden verleend;
k. andere innovatieve en hoogwaardige projecten die naar zijn oordeel in het belang zijn van de bescherming van het milieu, waaronder natuur en bos.