BWBR0018466
Geldig vanaf 2008-03-14
Artikel 12
Regeling groenprojecten 2005
1. De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer kan, in overeenstemming met de Minister van Financiën en na overleg met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Minister van Verkeer en Waterstaat, een verklaring afgeven voor:
a. projecten als bedoeld in artikel 2, onderdeel e, onder 3°, van de Regeling groenprojecten 2002, zoals deze luidde voor de datum van inwerkingtreding van deze regeling, indien een aanvraag daartoe binnen twee weken na de datum van inwerkingtreding van deze regeling wordt ingediend en voor dit project een bouwvergunning is afgegeven die rechtsgeldig is ten tijde van de aanvraag en waarvoor de verplichting tot levering van de kas voor de datum van inwerkingtreding van deze regeling is aangegaan;
b. projecten als bedoeld in artikel 2, onderdeel h, van de Regeling groenprojecten 2002, zoals deze luidde voor de datum van inwerkingtreding van deze regeling, indien een aanvraag daartoe binnen negen weken na de datum van inwerkingtreding van deze regeling wordt ingediend en waarvoor voor de datum van inwerkingtreding van deze regeling een aanvraag voor een bouwvergunning is ingediend;
c. projecten als bedoeld in artikel 2, onderdeel h, van de Regeling groenprojecten 2005, zoals deze luidde voor de datum van inwerkingtreding van de regeling groenprojecten 2006, indien een aanvraag daartoe binnen twaalf weken na de datum van inwerkingtreding van deze regeling wordt ingediend en waarvoor voor 1 januari 2006 een aanvraag voor een bouwvergunning is ingediend.
2. Aan een verklaring voor een project als bedoeld in het eerste lid, onder a, is de voorwaarde verbonden dat binnen drie maanden na het onherroepelijk worden van de bouwvergunning een begin met de uitvoering van de bouwwerkzaamheden wordt gemaakt.
a. projecten als bedoeld in artikel 2, onderdeel e, onder 3°, van de Regeling groenprojecten 2002, zoals deze luidde voor de datum van inwerkingtreding van deze regeling, indien een aanvraag daartoe binnen twee weken na de datum van inwerkingtreding van deze regeling wordt ingediend en voor dit project een bouwvergunning is afgegeven die rechtsgeldig is ten tijde van de aanvraag en waarvoor de verplichting tot levering van de kas voor de datum van inwerkingtreding van deze regeling is aangegaan;
b. projecten als bedoeld in artikel 2, onderdeel h, van de Regeling groenprojecten 2002, zoals deze luidde voor de datum van inwerkingtreding van deze regeling, indien een aanvraag daartoe binnen negen weken na de datum van inwerkingtreding van deze regeling wordt ingediend en waarvoor voor de datum van inwerkingtreding van deze regeling een aanvraag voor een bouwvergunning is ingediend;
c. projecten als bedoeld in artikel 2, onderdeel h, van de Regeling groenprojecten 2005, zoals deze luidde voor de datum van inwerkingtreding van de regeling groenprojecten 2006, indien een aanvraag daartoe binnen twaalf weken na de datum van inwerkingtreding van deze regeling wordt ingediend en waarvoor voor 1 januari 2006 een aanvraag voor een bouwvergunning is ingediend.
2. Aan een verklaring voor een project als bedoeld in het eerste lid, onder a, is de voorwaarde verbonden dat binnen drie maanden na het onherroepelijk worden van de bouwvergunning een begin met de uitvoering van de bouwwerkzaamheden wordt gemaakt.