BWBR0018397
Geldig vanaf 2015-01-01
Artikel 113
Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s
1. Personen die gebouwen of terreinen verlaten waar een kenteken als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005662/artikel/22" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 22, eerste lid, van de wet</a>is geplaatst:
a. reinigen hun handen en, voorzover de ambtenaar aangeeft dit noodzakelijk te achten, hun overige lichaamsdelen met warm water en zeep;
b. laten hun bedrijfskleding en schoeisel achter en reinigen of vernietigen deze en
c. ontsmetten hun handen, bedrijfskleding en schoeisel met het door de ambtenaar ter beschikking gestelde ontsmettingsmiddel.
2. Indien de in het eerste lid bedoelde personen dieren met zich voeren, reinigen ze de hoeven, de klauwen en de huid van deze dieren zorgvuldig door borstelen en wassen. Voorzover de ambtenaar aangeeft dit noodzakelijk te achten worden de dieren vervolgens ontsmet met het door de ambtenaar ter beschikking gesteld ontsmettingsmiddel.
3. Indien de in het eerste lid bedoelde personen voertuigen, producten of andere voorwerpen met zich voeren, reinigen zij deze zorgvuldig en ontsmetten zij deze vervolgens met het door de ambtenaar ter beschikking gestelde ontsmettingsmiddel.
4. De in het eerste lid bedoelde personen nemen steeds de aanwijzingen van de ambtenaar in acht.
a. reinigen hun handen en, voorzover de ambtenaar aangeeft dit noodzakelijk te achten, hun overige lichaamsdelen met warm water en zeep;
b. laten hun bedrijfskleding en schoeisel achter en reinigen of vernietigen deze en
c. ontsmetten hun handen, bedrijfskleding en schoeisel met het door de ambtenaar ter beschikking gestelde ontsmettingsmiddel.
2. Indien de in het eerste lid bedoelde personen dieren met zich voeren, reinigen ze de hoeven, de klauwen en de huid van deze dieren zorgvuldig door borstelen en wassen. Voorzover de ambtenaar aangeeft dit noodzakelijk te achten worden de dieren vervolgens ontsmet met het door de ambtenaar ter beschikking gesteld ontsmettingsmiddel.
3. Indien de in het eerste lid bedoelde personen voertuigen, producten of andere voorwerpen met zich voeren, reinigen zij deze zorgvuldig en ontsmetten zij deze vervolgens met het door de ambtenaar ter beschikking gestelde ontsmettingsmiddel.
4. De in het eerste lid bedoelde personen nemen steeds de aanwijzingen van de ambtenaar in acht.