BWBR0018397
Geldig vanaf 2015-01-01
Artikel 110a
Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s
1. Zodra een gebouw of terrein door het plaatsen van een kenteken, ingevolge <a href="/wet/BWBR0005662/artikel/22" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 22, eerste lid, van de wet</a>, besmet of van besmetting verdacht is verklaard met klassieke varkenspest, mond- en klauwzeer, aviaire influenza, ziekte van Newcastle, Afrikaanse paardepest, of de in bijlage I van richtlijn nr. 92/119/EEG genoemde dierziekten, legt de houder van de zieke of verdachte dieren per voor de ziekte vatbare diersoort schriftelijk vast:
a. het aantal dieren;
b. het aantal gestorven dieren, en
c. het aantal dieren dat verschijnselen van een besmettelijke dierziekte vertoont.
2. De gegevens van de telling dienen, totdat het kenteken is verwijderd, na een mutatie in de gegevens, bedoeld in het eerste lid, zo spoedig mogelijk te worden bijgewerkt.
a. het aantal dieren;
b. het aantal gestorven dieren, en
c. het aantal dieren dat verschijnselen van een besmettelijke dierziekte vertoont.
2. De gegevens van de telling dienen, totdat het kenteken is verwijderd, na een mutatie in de gegevens, bedoeld in het eerste lid, zo spoedig mogelijk te worden bijgewerkt.