BWBR0018206
Geldig vanaf 2005-04-28
Artikel 26
Aanvullend luchthavenreglement Teuge
1. Het is verboden om zonder toestemming van de dienstdoende functionaris van de havendienst zweefvliegactiviteiten uit te oefenen.
2. Zweefvliegactiviteiten mogen uitsluitend plaatsvinden op het daartoe aangewezen gedeelte van het luchtvaartterrein.
3. Zweefvliegactiviteiten met behulp van een sleepvliegtuig mogen uitsluitend plaatsvinden binnen de openstellingsuren van het luchtvaartterrein.
4. Buiten de voertuigen, die direct verband houden met zweefvliegactiviteiten, is maximaal één voertuig op het landingsterrein toegestaan. Voor het gebruik van meerdere voertuigen is voorafgaande toestemming vereist van de exploitant of de dienstdoende functionaris van de havendienst.
5. Het landingsterrein mag slechts worden betreden door leden van de zweefvliegclub of door introducés onder begeleiding van een lid van deze club.
6. Bij het zich begeven naar de startplaats wordt de grens van het landingsterrein gevolgd, tenzij door of namens de exploitant een andere route wordt voorgeschreven.
7. Tijdens de zweefvliegactiviteiten is een directe radioverbinding met de havendienst verplicht.
8. Het afwerpen van de sleepkabel geschiedt op zodanige wijze dat er geen gevaar voor personen bestaat en geen schade wordt toegebracht aan eigendommen van de exploitant.
9. Tijdens het oplieren van zweefvliegtuigen op baan 09 wordt de voor het publiek toegankelijke weg naast het zweefvliegterrein afgesloten.
10. Letsel aan personen of schade aan eigendommen veroorzaakt door zweefvliegactiviteiten wordt onmiddellijk gemeld aan de dienstdoende functionaris van de havendienst.
2. Zweefvliegactiviteiten mogen uitsluitend plaatsvinden op het daartoe aangewezen gedeelte van het luchtvaartterrein.
3. Zweefvliegactiviteiten met behulp van een sleepvliegtuig mogen uitsluitend plaatsvinden binnen de openstellingsuren van het luchtvaartterrein.
4. Buiten de voertuigen, die direct verband houden met zweefvliegactiviteiten, is maximaal één voertuig op het landingsterrein toegestaan. Voor het gebruik van meerdere voertuigen is voorafgaande toestemming vereist van de exploitant of de dienstdoende functionaris van de havendienst.
5. Het landingsterrein mag slechts worden betreden door leden van de zweefvliegclub of door introducés onder begeleiding van een lid van deze club.
6. Bij het zich begeven naar de startplaats wordt de grens van het landingsterrein gevolgd, tenzij door of namens de exploitant een andere route wordt voorgeschreven.
7. Tijdens de zweefvliegactiviteiten is een directe radioverbinding met de havendienst verplicht.
8. Het afwerpen van de sleepkabel geschiedt op zodanige wijze dat er geen gevaar voor personen bestaat en geen schade wordt toegebracht aan eigendommen van de exploitant.
9. Tijdens het oplieren van zweefvliegtuigen op baan 09 wordt de voor het publiek toegankelijke weg naast het zweefvliegterrein afgesloten.
10. Letsel aan personen of schade aan eigendommen veroorzaakt door zweefvliegactiviteiten wordt onmiddellijk gemeld aan de dienstdoende functionaris van de havendienst.