BWBR0018206
Geldig vanaf 2005-04-28
Artikel 20
Aanvullend luchthavenreglement Teuge
1. Bij het tanken wordt elke handeling nagelaten die brand kan veroorzaken of het gevaar daarvoor kan vergroten.
2. Het tanken geschiedt op zodanige wijze dat geen brandstof wordt gemorst.
3. Van het lekken of morsen van olie of brandstof wordt onmiddellijk de dienstdoende functionaris van de havendienst in kennis gesteld.
4. Gemorste olie en brandstof wordt onmiddellijk, in overleg met de dienstdoende functionaris van de havendienst, verwijderd.
5. Wanneer bij of uit een vliegtuig brandstoflekkage wordt geconstateerd, vindt het (opnieuw) starten van de motoren niet eerder plaats, dan na verkregen toestemming van de dienstdoende functionaris van de havendienst.
6. Drainmonsters van brandstof uit motoren en vleugels van luchtvaartuigen dienen te worden opgevangen en te worden gedeponeerd in daarvoor bestemde vaten of jerrycans.
2. Het tanken geschiedt op zodanige wijze dat geen brandstof wordt gemorst.
3. Van het lekken of morsen van olie of brandstof wordt onmiddellijk de dienstdoende functionaris van de havendienst in kennis gesteld.
4. Gemorste olie en brandstof wordt onmiddellijk, in overleg met de dienstdoende functionaris van de havendienst, verwijderd.
5. Wanneer bij of uit een vliegtuig brandstoflekkage wordt geconstateerd, vindt het (opnieuw) starten van de motoren niet eerder plaats, dan na verkregen toestemming van de dienstdoende functionaris van de havendienst.
6. Drainmonsters van brandstof uit motoren en vleugels van luchtvaartuigen dienen te worden opgevangen en te worden gedeponeerd in daarvoor bestemde vaten of jerrycans.