BWBR0018206
Geldig vanaf 2005-04-28
Artikel 25
Aanvullend luchthavenreglement Teuge
1. Het is verboden om zonder toestemming van de dienstdoende functionaris van de havendienst zich in het landingsterrein te begeven om voorbereidingen te treffen ten behoeve van het aanhaken of afwerpen van een reclamesleepnet.
2. Tijdens het aanhaken of afwerpen van een reclamesleepnet mag het overige vliegverkeer, inclusief het zweefvliegen en parachutespringen, niet in gevaar worden gebracht.
3. Na het afwerpen van een reclamesleepnet wordt deze onmiddellijk door het betrokken luchtvaartreclamebedrijf opgenomen en uit het landingsterrein verwijderd.
4. Het betreffende luchtvaartreclamebedrijf verricht met maximaal twee personen en één voertuig voorbereidende werkzaamheden in het landingsterrein.
5. De in het vierde lid bedoelde personen en het voertuig bevinden zich bij het afwerpen van een reclamesleepnet ten minste 50 meter buiten de vliegbaan van het sleepvliegtuig.
6. Voordat een reclamesleepnet wordt afgeworpen overtuigt de vlieger zich ervan dat dit kan geschieden zonder personen in gevaar te brengen of eigendommen van derden te beschadigen.
7. Het afwerpen van een reclamesleepnet geschiedt op zodanige plaats dat de vlieger van het sleepvliegtuig te allen tijde in staat is het luchtvaartterreinverkeer in het circuit volkomen te overzien, alsmede de plaats waar het reclamesleepnet moet worden afgeworpen.
8. Letsel aan personen of schade aan eigendommen veroorzaakt door reclamesleepactiviteiten wordt onmiddellijk gemeld aan de dienstdoende functionaris van de havendienst.
2. Tijdens het aanhaken of afwerpen van een reclamesleepnet mag het overige vliegverkeer, inclusief het zweefvliegen en parachutespringen, niet in gevaar worden gebracht.
3. Na het afwerpen van een reclamesleepnet wordt deze onmiddellijk door het betrokken luchtvaartreclamebedrijf opgenomen en uit het landingsterrein verwijderd.
4. Het betreffende luchtvaartreclamebedrijf verricht met maximaal twee personen en één voertuig voorbereidende werkzaamheden in het landingsterrein.
5. De in het vierde lid bedoelde personen en het voertuig bevinden zich bij het afwerpen van een reclamesleepnet ten minste 50 meter buiten de vliegbaan van het sleepvliegtuig.
6. Voordat een reclamesleepnet wordt afgeworpen overtuigt de vlieger zich ervan dat dit kan geschieden zonder personen in gevaar te brengen of eigendommen van derden te beschadigen.
7. Het afwerpen van een reclamesleepnet geschiedt op zodanige plaats dat de vlieger van het sleepvliegtuig te allen tijde in staat is het luchtvaartterreinverkeer in het circuit volkomen te overzien, alsmede de plaats waar het reclamesleepnet moet worden afgeworpen.
8. Letsel aan personen of schade aan eigendommen veroorzaakt door reclamesleepactiviteiten wordt onmiddellijk gemeld aan de dienstdoende functionaris van de havendienst.