BWBR0018191
Geldig vanaf 2005-05-11
Artikel 52
Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie
1. Bij ministeriële regeling kan de ambtenaar een aanspraak worden toegekend op:
a. een toelage voor het verrichten van werkzaamheden waaraan naar het oordeel van Onze Minister bijzondere risico’s of inconveniënten zijn verbonden;
b. een toelage in verband met het vervullen van een door Onze Minister aangewezen functie of het bezit van een door Onze Minister aangewezen bekwaamheid;
c. een diensttijdgratificatie bij een – naar het oordeel van Onze Minister – eervolle diensttijd van twaalfeneenhalf, vijfentwintig, veertig of vijftig jaren;
d. een vergoeding of een tegemoetkoming in de kosten of – in de plaats daarvan – voorzieningen in natura ter zake van het verblijf van de ambtenaar buiten Nederland;
e. een vergoeding of een tegemoetkoming in de kosten van recepties en representatie;
f. een vergoeding of een tegemoetkoming in de kosten van maaltijden bij overwerk;
g. een vergoeding of een tegemoetkoming in de kosten van communicatie;
h. een vergoeding of een tegemoetkoming in de extra kosten voor zorg voor jonge kinderen bij inzet;
i. eventuele overige inkomsten.
2. Van de bevoegdheid tot het vaststellen van ministeriële regelingen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d tot en met h, wordt mandaat verleend aan de hoofddirecteur personeel van het Ministerie van Defensie.
a. een toelage voor het verrichten van werkzaamheden waaraan naar het oordeel van Onze Minister bijzondere risico’s of inconveniënten zijn verbonden;
b. een toelage in verband met het vervullen van een door Onze Minister aangewezen functie of het bezit van een door Onze Minister aangewezen bekwaamheid;
c. een diensttijdgratificatie bij een – naar het oordeel van Onze Minister – eervolle diensttijd van twaalfeneenhalf, vijfentwintig, veertig of vijftig jaren;
d. een vergoeding of een tegemoetkoming in de kosten of – in de plaats daarvan – voorzieningen in natura ter zake van het verblijf van de ambtenaar buiten Nederland;
e. een vergoeding of een tegemoetkoming in de kosten van recepties en representatie;
f. een vergoeding of een tegemoetkoming in de kosten van maaltijden bij overwerk;
g. een vergoeding of een tegemoetkoming in de kosten van communicatie;
h. een vergoeding of een tegemoetkoming in de extra kosten voor zorg voor jonge kinderen bij inzet;
i. eventuele overige inkomsten.
2. Van de bevoegdheid tot het vaststellen van ministeriële regelingen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d tot en met h, wordt mandaat verleend aan de hoofddirecteur personeel van het Ministerie van Defensie.