BWBR0018191
Geldig vanaf 2005-05-11
Artikel 11
Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie
1. Het salarisnummer van de ambtenaar wordt voor zover het maximale salarisnummer van de voor de ambtenaar van toepassing zijnde salarisschaal nog niet is bereikt, jaarlijks met één salarisnummer verhoogd, indien de ambtenaar naar het oordeel van de commandant de functie naar behoren vervult.
2. De in het eerste lid bedoelde verhoging van het salarisnummer vindt voor de eerste maal plaats:
a. wanneer de ambtenaar 22 jaar of ouder is met ingang van de eerste dag van de maand, waarin sinds de aanstelling van de ambtenaar een jaar is verstreken en nadien telkens na één jaar;
b. wanneer de ambtenaar jonger dan 22 jaar is, met ingang van de eerste dag van de maand, waarop de verjaardag van de ambtenaar valt.
3. Indien de ambtenaar, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, reeds voor diens 22e verjaardag was aangesteld, vindt, onverminderd het vijfde lid, de verhoging van het salarisnummer plaats met ingang van de eerste dag van de maand waarin de verjaardag van de ambtenaar valt.
4. De commandant kan, in aanvulling op het eerste lid, een verhoging van één of meer salarisnummers toekennen binnen de op de ambtenaar van toepassing zijnde salarisschaal, indien de ambtenaar naar het oordeel van de commandant de functie zeer goed of uitstekend vervult.
5. De commandant kan het tijdstip, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, vervroegen indien daartoe naar het oordeel van de commandant aanleiding bestaat.
6. De commandant kan verhoging van het salarisnummer, bedoeld in het eerste lid, achterwege laten, indien de militair naar het oordeel van de commandant de functie niet naar behoren vervult.
2. De in het eerste lid bedoelde verhoging van het salarisnummer vindt voor de eerste maal plaats:
a. wanneer de ambtenaar 22 jaar of ouder is met ingang van de eerste dag van de maand, waarin sinds de aanstelling van de ambtenaar een jaar is verstreken en nadien telkens na één jaar;
b. wanneer de ambtenaar jonger dan 22 jaar is, met ingang van de eerste dag van de maand, waarop de verjaardag van de ambtenaar valt.
3. Indien de ambtenaar, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, reeds voor diens 22e verjaardag was aangesteld, vindt, onverminderd het vijfde lid, de verhoging van het salarisnummer plaats met ingang van de eerste dag van de maand waarin de verjaardag van de ambtenaar valt.
4. De commandant kan, in aanvulling op het eerste lid, een verhoging van één of meer salarisnummers toekennen binnen de op de ambtenaar van toepassing zijnde salarisschaal, indien de ambtenaar naar het oordeel van de commandant de functie zeer goed of uitstekend vervult.
5. De commandant kan het tijdstip, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, vervroegen indien daartoe naar het oordeel van de commandant aanleiding bestaat.
6. De commandant kan verhoging van het salarisnummer, bedoeld in het eerste lid, achterwege laten, indien de militair naar het oordeel van de commandant de functie niet naar behoren vervult.