BWBR0018191
Geldig vanaf 2005-05-11
Artikel 39
Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie
1. Gedurende het adoptieverlof op grond van <a href="/wet/BWBR0013008/artikel/3:2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3:2, eerste tot en met derde lid, van de Wet arbeid en zorg</a>, behoudt de ambtenaar zijn aanspraak op bezoldiging.
2. De commandant draagt ervoor zorg dat de ambtenaar door zijn tussenkomst een uitkering op basis van <a href="/wet/BWBR0013008" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">hoofdstuk 3 van de Wet arbeid en zorg</a>aanvraagt bij het Landelijk instituut sociale verzekeringen. Deze uitkering moet uiterlijk twee weken voor de datum van ingang van het adoptieverlof onderscheidenlijk de datum waarop de ambtenaar het recht op de uitkering wil laten ingaan, worden aangevraagd.
3. Indien de ambtenaar aan wie adoptieverlof is verleend gedurende dat verlof of gedurende een bepaalde periode van dat verlof tevens recht heeft op een uitkering op basis van de <a href="/wet/BWBR0013008" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet arbeid en zorg</a>, wordt door de commandant betreffende de periode waarin sprake is van een samenloop een inhouding op de bezoldiging, bedoeld in het eerste lid, toegepast die overeenkomt met het bedrag van bedoelde uitkering.
4. Indien aan de voorwaarden voor het toekennen van een uitkering, als bedoeld in het derde lid, is voldaan, maar geen uitkering is toegekend omdat de ambtenaar geen aanvraag heeft ingediend, past de commandant het derde lid op overeenkomstige wijze toe.
2. De commandant draagt ervoor zorg dat de ambtenaar door zijn tussenkomst een uitkering op basis van <a href="/wet/BWBR0013008" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">hoofdstuk 3 van de Wet arbeid en zorg</a>aanvraagt bij het Landelijk instituut sociale verzekeringen. Deze uitkering moet uiterlijk twee weken voor de datum van ingang van het adoptieverlof onderscheidenlijk de datum waarop de ambtenaar het recht op de uitkering wil laten ingaan, worden aangevraagd.
3. Indien de ambtenaar aan wie adoptieverlof is verleend gedurende dat verlof of gedurende een bepaalde periode van dat verlof tevens recht heeft op een uitkering op basis van de <a href="/wet/BWBR0013008" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet arbeid en zorg</a>, wordt door de commandant betreffende de periode waarin sprake is van een samenloop een inhouding op de bezoldiging, bedoeld in het eerste lid, toegepast die overeenkomt met het bedrag van bedoelde uitkering.
4. Indien aan de voorwaarden voor het toekennen van een uitkering, als bedoeld in het derde lid, is voldaan, maar geen uitkering is toegekend omdat de ambtenaar geen aanvraag heeft ingediend, past de commandant het derde lid op overeenkomstige wijze toe.