BWBR0018190
Geldig vanaf 2005-04-15
Artikel 5
Subsidieregeling jonge agrariërs
Het landbouwbedrijf waarop de natuurlijke persoon, bedoeld in het artikel 4, is gevestigd, is op de datum van de aanvraag, bedoeld in artikel 3:
a. economisch levensvatbaar, en
b. de exploitatie ervan voldoet aan de geldende nationale en Europese minimumnormen op het gebied van milieu, hygiëne en dierenwelzijn, hetgeen in ieder geval betekent dat op het tijdstip van het indienen van de aanvraag tot subsidieverlening het bedrijf wordt uitgeoefend met inachtneming van de bij of krachtens de Wet milieubeheer, de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, de Meststoffenwet, de Wet bodembescherming, de Bestrijdingsmiddelenwet 1962, de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, Diergeneesmiddelenwet, de Plantenziektewet, de Arbeidsomstandighedenwet 1996, de Warenwet en de Woningwet geldende normen.
a. economisch levensvatbaar, en
b. de exploitatie ervan voldoet aan de geldende nationale en Europese minimumnormen op het gebied van milieu, hygiëne en dierenwelzijn, hetgeen in ieder geval betekent dat op het tijdstip van het indienen van de aanvraag tot subsidieverlening het bedrijf wordt uitgeoefend met inachtneming van de bij of krachtens de Wet milieubeheer, de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, de Meststoffenwet, de Wet bodembescherming, de Bestrijdingsmiddelenwet 1962, de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, Diergeneesmiddelenwet, de Plantenziektewet, de Arbeidsomstandighedenwet 1996, de Warenwet en de Woningwet geldende normen.