BWBR0018190
Geldig vanaf 2005-04-15
Artikel 15
Subsidieregeling jonge agrariërs
1. Onverminderd het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, besluit de minister in ieder geval tot weigering of intrekking van de beschikking tot subsidieverlening of de beschikking tot subsidievaststelling, indien de aanvrager door ernstige nalatigheid of opzet een onjuiste aanvraag tot subsidieverlening of -vaststelling heeft ingediend.
2. De minister besluit tot weigering of intrekking van de subsidieverlening of de subsidievaststelling, indien de aanvrager naast de aanvraag tot subsidieverlening of subsidievaststelling op grond van deze regeling:
a. in hetzelfde jaar een andere aanvraag tot subsidieverlening of subsidievaststelling bij een Nederlands bestuursorgaan heeft ingediend waarop titel II, hoofdstuk I, van verordening 1257/1999 van toepassing is en deze andere aanvraag door ernstige nalatigheid of opzet onjuist is, of
b. in het voorafgaande jaar een andere aanvraag tot subsidieverlening of subsidievaststelling bij een Nederlands bestuursorgaan heeft ingediend waarop titel II, hoofdstuk I, van verordening 1257/1999 van toepassing is en deze andere aanvraag door opzet onjuist is.
2. De minister besluit tot weigering of intrekking van de subsidieverlening of de subsidievaststelling, indien de aanvrager naast de aanvraag tot subsidieverlening of subsidievaststelling op grond van deze regeling:
a. in hetzelfde jaar een andere aanvraag tot subsidieverlening of subsidievaststelling bij een Nederlands bestuursorgaan heeft ingediend waarop titel II, hoofdstuk I, van verordening 1257/1999 van toepassing is en deze andere aanvraag door ernstige nalatigheid of opzet onjuist is, of
b. in het voorafgaande jaar een andere aanvraag tot subsidieverlening of subsidievaststelling bij een Nederlands bestuursorgaan heeft ingediend waarop titel II, hoofdstuk I, van verordening 1257/1999 van toepassing is en deze andere aanvraag door opzet onjuist is.