BWBR0018190
Geldig vanaf 2005-04-15
Artikel 10
Subsidieregeling jonge agrariërs
Geen subsidie wordt verstrekt:
a. indien de te verstrekken subsidie niet ten minste € 5.000 bedraagt;
b. indien de aanvrager meer dan één aanvraag tot subsidieverlening heeft ingediend;
c. voor investeringen waarmee een begin van uitvoering is gemaakt – waaronder in elk geval wordt verstaan het aangaan van verplichtingen – alvorens de ontvangst van een aanvraag tot subsidieverlening schriftelijk aan de aanvrager is bevestigd;
d. indien de lening, bedoeld in artikel 6, eerste lid, is aangegaan alvorens de ontvangst van een aanvraag tot subsidieverlening schriftelijk aan de aanvrager is bevestigd;
e. indien op grond van deze regeling eerder aan de aanvrager subsidie is uitbetaald of terzake van een eerdere aanvraag op grond van deze regeling nog een beslissing genomen moet worden tot vaststelling van de subsidie;
f. indien voor de investeringen waarvoor de aanvrager subsidie heeft aangevraagd eerder door een bestuursorgaan een subsidie is verstrekt;
g. indien het eigen vermogen van de aanvrager meer dan 60% bedraagt van de fiscale balanswaarde van het desbetreffende landbouwbedrijf;
h. voor de verwerving van onroerende goederen, niet zijnde grond, als bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel a, ten behoeve waarvan in de periode 10 jaar voorafgaand aan de datum van de subsidieaanvraag subsidie door een bestuursorgaan is verleend, en
i. voor investeringen die gericht zijn op een productieverhoging waarvoor op de markt geen normale afzetmogelijkheden kunnen worden gevonden.
a. indien de te verstrekken subsidie niet ten minste € 5.000 bedraagt;
b. indien de aanvrager meer dan één aanvraag tot subsidieverlening heeft ingediend;
c. voor investeringen waarmee een begin van uitvoering is gemaakt – waaronder in elk geval wordt verstaan het aangaan van verplichtingen – alvorens de ontvangst van een aanvraag tot subsidieverlening schriftelijk aan de aanvrager is bevestigd;
d. indien de lening, bedoeld in artikel 6, eerste lid, is aangegaan alvorens de ontvangst van een aanvraag tot subsidieverlening schriftelijk aan de aanvrager is bevestigd;
e. indien op grond van deze regeling eerder aan de aanvrager subsidie is uitbetaald of terzake van een eerdere aanvraag op grond van deze regeling nog een beslissing genomen moet worden tot vaststelling van de subsidie;
f. indien voor de investeringen waarvoor de aanvrager subsidie heeft aangevraagd eerder door een bestuursorgaan een subsidie is verstrekt;
g. indien het eigen vermogen van de aanvrager meer dan 60% bedraagt van de fiscale balanswaarde van het desbetreffende landbouwbedrijf;
h. voor de verwerving van onroerende goederen, niet zijnde grond, als bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel a, ten behoeve waarvan in de periode 10 jaar voorafgaand aan de datum van de subsidieaanvraag subsidie door een bestuursorgaan is verleend, en
i. voor investeringen die gericht zijn op een productieverhoging waarvoor op de markt geen normale afzetmogelijkheden kunnen worden gevonden.