BWBR0017809
Geldig vanaf 2005-01-03
Artikel 7
Subsidieregeling aanpak milieudrukvermindering 2005
1. De subsidie voor een basisproject huishoudelijke afvalstoffen bedraagt 50% van de subsidiabele kosten, met een maximum bedrag van € 1,– per inwoner van het gebied waarop het project betrekking heeft.
2. Indien de subsidie, berekend voor een project als bedoeld in het eerste lid, minder dan € 15.000,– bedraagt, en de nulmeting huishoudelijke afvalstoffen betrekking heeft op alle in bijlage Ibij deze regeling genoemde onderdelen, bedraagt de subsidie 100% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 15.000,–.
3. De subsidie voor een plusproject huishoudelijke afvalstoffen bedraagt 50% van de subsidiabele kosten, met een maximum bedrag van € 2,– per inwoner van het gebied waarop het project betrekking heeft.
4. De subsidie voor een uitvoeringsproject inrichtingen bedraagt 30% of, ingeval van een samenwerkingsverband, 40% van de subsidiabele kosten, met een maximum bedrag van € 120.000,–. De subsidie bedraagt 50%, of ingeval van een samenwerkingsverband, 60% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 200.000,–, indien voldoende aandacht wordt besteed aan de in artikel 1.1, tweede lid, van de Wet milieubeheergenoemde aspecten van de bescherming van het milieu. als bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel b.
5. De subsidie voor een combinatieproject inrichtingen bedraagt 20% of, ingeval van een samenwerkingsverband, 30% van de subsidiabele kosten, met een maximum bedrag van € 100.000,–. De subsidie bedraagt 40%, of ingeval van een samenwerkingsverband, 50% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 200.000,–, indien voldoende aandacht wordt besteed aan de in artikel 1.1, tweede lid, van de Wet milieubeheergenoemde aspecten van de bescherming van het milieu, als bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel b.
6. Het totaal van de te verlenen subsidie voor projecten als bedoeld in artikel 1, onder k of l, aan een samenwerkingsverband dan wel aan een gemeente of een samenwerkingsverband waarvan de betrokken gemeente deel uitmaakt, bedraagt in 2005 ten hoogste € 300.000,–.
7. De subsidie voor een basisproject zwerfafval bedraagt voor een gemeente, behorend tot:
a. stedelijkheidklasse 1 of 2: 80% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 15.000,–;
b. stedelijkheidklasse 3: 80% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 10.000,–;
c. stedelijkheidklasse 4 of 5: 80% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 5000,–.
8. De subsidie voor een basisproject zwerfafval voor een samenwerkingsverband is per deelnemende gemeente gelijk aan de subsidie die aan deze gemeente krachtens het zevende lid zou worden verleend.
9. De subsidie voor een plusproject zwerfafval handhaving bedraagt voor een gemeente, behorend tot:
a. stedelijkheidklasse 1 of 2: 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 15.000,–;
b. stedelijkheidklasse 3: 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 10.000,–;
c. stedelijkheidklasse 4 of 5: 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 5000,–.
10. De subsidie voor een plusproject zwerfafval handhaving voor een samenwerkingsverband is per deelnemende gemeente gelijk aan de subsidie die aan deze gemeente krachtens het negende lid zou worden verleend.
11. De subsidie voor een plusproject zwerfafval afvalbakken in de openbare ruimte bedraagt voor een gemeente, behorend tot:
a. stedelijkheidklasse 1 of 2: 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 22.500,–;
b. stedelijkheidklasse 3: 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 15.000,–;
c. stedelijkheidklasse 4 of 5: 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 7.500,–.
12. De subsidie voor een plusproject zwerfafval afvalbakken in de openbare ruimte voor een samenwerkingsverband is per deelnemende gemeente gelijk aan de subsidie die aan deze gemeente ingevolge het elfde lid zou worden verleend.
2. Indien de subsidie, berekend voor een project als bedoeld in het eerste lid, minder dan € 15.000,– bedraagt, en de nulmeting huishoudelijke afvalstoffen betrekking heeft op alle in bijlage Ibij deze regeling genoemde onderdelen, bedraagt de subsidie 100% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 15.000,–.
3. De subsidie voor een plusproject huishoudelijke afvalstoffen bedraagt 50% van de subsidiabele kosten, met een maximum bedrag van € 2,– per inwoner van het gebied waarop het project betrekking heeft.
4. De subsidie voor een uitvoeringsproject inrichtingen bedraagt 30% of, ingeval van een samenwerkingsverband, 40% van de subsidiabele kosten, met een maximum bedrag van € 120.000,–. De subsidie bedraagt 50%, of ingeval van een samenwerkingsverband, 60% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 200.000,–, indien voldoende aandacht wordt besteed aan de in artikel 1.1, tweede lid, van de Wet milieubeheergenoemde aspecten van de bescherming van het milieu. als bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel b.
5. De subsidie voor een combinatieproject inrichtingen bedraagt 20% of, ingeval van een samenwerkingsverband, 30% van de subsidiabele kosten, met een maximum bedrag van € 100.000,–. De subsidie bedraagt 40%, of ingeval van een samenwerkingsverband, 50% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 200.000,–, indien voldoende aandacht wordt besteed aan de in artikel 1.1, tweede lid, van de Wet milieubeheergenoemde aspecten van de bescherming van het milieu, als bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel b.
6. Het totaal van de te verlenen subsidie voor projecten als bedoeld in artikel 1, onder k of l, aan een samenwerkingsverband dan wel aan een gemeente of een samenwerkingsverband waarvan de betrokken gemeente deel uitmaakt, bedraagt in 2005 ten hoogste € 300.000,–.
7. De subsidie voor een basisproject zwerfafval bedraagt voor een gemeente, behorend tot:
a. stedelijkheidklasse 1 of 2: 80% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 15.000,–;
b. stedelijkheidklasse 3: 80% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 10.000,–;
c. stedelijkheidklasse 4 of 5: 80% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 5000,–.
8. De subsidie voor een basisproject zwerfafval voor een samenwerkingsverband is per deelnemende gemeente gelijk aan de subsidie die aan deze gemeente krachtens het zevende lid zou worden verleend.
9. De subsidie voor een plusproject zwerfafval handhaving bedraagt voor een gemeente, behorend tot:
a. stedelijkheidklasse 1 of 2: 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 15.000,–;
b. stedelijkheidklasse 3: 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 10.000,–;
c. stedelijkheidklasse 4 of 5: 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 5000,–.
10. De subsidie voor een plusproject zwerfafval handhaving voor een samenwerkingsverband is per deelnemende gemeente gelijk aan de subsidie die aan deze gemeente krachtens het negende lid zou worden verleend.
11. De subsidie voor een plusproject zwerfafval afvalbakken in de openbare ruimte bedraagt voor een gemeente, behorend tot:
a. stedelijkheidklasse 1 of 2: 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 22.500,–;
b. stedelijkheidklasse 3: 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 15.000,–;
c. stedelijkheidklasse 4 of 5: 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 7.500,–.
12. De subsidie voor een plusproject zwerfafval afvalbakken in de openbare ruimte voor een samenwerkingsverband is per deelnemende gemeente gelijk aan de subsidie die aan deze gemeente ingevolge het elfde lid zou worden verleend.