BWBR0017809
Geldig vanaf 2005-01-03
Artikel 4
Subsidieregeling aanpak milieudrukvermindering 2005
1. Bij een beoordeling van aanvragen tot subsidieverlening worden de volgende aspecten bezien:
a. of en in welke mate het project bijdraagt aan de in artikel 2 genoemde doelstellingen;
b. de kosten van het project in relatie tot de kwaliteit, de beoogde resultaten ervan en de wijze van monitoring;
c. of de resultaten van het project structurele invloed zullen hebben op de uitvoering van het gemeentelijk beleid.
2. Naast de aspecten, bedoeld in het eerste lid, wordt een plusproject huishoudelijke afvalstoffen beoordeeld op de volgende aspecten:
a. de volledigheid en actualiteit van de gegevens over afvalscheiding en afvalpreventie, voorzover het huishoudelijke afvalstoffen betreft, waarop het plan van aanpak huishoudelijke afvalstoffen is gebaseerd;
b. de wijze waarop de activiteiten in het plan van aanpak huishoudelijke afvalstoffen aansluiten op de gegevens over afvalscheiding en afvalpreventie, voorzover het huishoudelijke afvalstoffen betreft.
3. Naast de aspecten, bedoeld in het eerste lid, wordt een uitvoerings- of combinatieproject inrichtingen beoordeeld op de volgende aspecten:
a. de inhoud van het beleidsplan inrichtingen en de wijze waarop het uit te voeren project daarbinnen is verankerd;
b. indien de gemeente of het samenwerkingsverband in aanmerking wenst te komen voor de subsidiepercentages, genoemd in artikel 7, vierde lid, tweede volzin, respectievelijk artikel 7, vijfde lid, tweede volzin: de mate waarin aandacht wordt besteed aan de in artikel 1.1, tweede lid, van de Wet milieubeheer genoemde aspecten van de bescherming van het milieu, op basis van de vigerende handhavingsuitvoeringsprogramma’s, dan wel bij het ontbreken daarvan, de gegevens als bedoeld in kwaliteitscriterium 1.2 (Prioriteitenstelling en meetbare doelstellingen).
4. Naast de aspecten, bedoeld in het eerste lid, wordt een combinatieproject inrichtingen beoordeeld op de volgende aspecten:
a. de aspecten, bedoeld in het derde lid;
b. de mate waarin en het niveau waarop specifieke kennis en vaardigheden op het gebied van vergunningverlening of handhaving met betrekking tot afvalpreventie, afvalscheiding en energiebesparing worden verkregen.
5. Naast de aspecten, bedoeld in het eerste lid, wordt een plusproject zwerfafval handhaving beoordeeld op de volgende aspecten:
a. de volledigheid en actualiteit van de gegevens over zwerfafval, waarop het plan van aanpak zwerfafval is gebaseerd;
b. de wijze waarop de activiteiten over de handhaving in het plan van aanpak zwerfafval aansluiten op de gegevens over zwerfafval.
6. Naast de aspecten, bedoeld in het eerste lid, wordt een plusproject zwerfafval afvalbakken in de openbare ruimte beoordeeld op de volgende aspecten:
a. de volledigheid en actualiteit van de gegevens over zwerfafval, waarop het plan van aanpak zwerfafval is gebaseerd;
b. de wijze waarop de activiteiten over plaatsing van afvalbakken in de openbare ruimte in het plan van aanpak zwerfafval aansluiten op de gegevens over zwerfafval, bedoeld onder a.
a. of en in welke mate het project bijdraagt aan de in artikel 2 genoemde doelstellingen;
b. de kosten van het project in relatie tot de kwaliteit, de beoogde resultaten ervan en de wijze van monitoring;
c. of de resultaten van het project structurele invloed zullen hebben op de uitvoering van het gemeentelijk beleid.
2. Naast de aspecten, bedoeld in het eerste lid, wordt een plusproject huishoudelijke afvalstoffen beoordeeld op de volgende aspecten:
a. de volledigheid en actualiteit van de gegevens over afvalscheiding en afvalpreventie, voorzover het huishoudelijke afvalstoffen betreft, waarop het plan van aanpak huishoudelijke afvalstoffen is gebaseerd;
b. de wijze waarop de activiteiten in het plan van aanpak huishoudelijke afvalstoffen aansluiten op de gegevens over afvalscheiding en afvalpreventie, voorzover het huishoudelijke afvalstoffen betreft.
3. Naast de aspecten, bedoeld in het eerste lid, wordt een uitvoerings- of combinatieproject inrichtingen beoordeeld op de volgende aspecten:
a. de inhoud van het beleidsplan inrichtingen en de wijze waarop het uit te voeren project daarbinnen is verankerd;
b. indien de gemeente of het samenwerkingsverband in aanmerking wenst te komen voor de subsidiepercentages, genoemd in artikel 7, vierde lid, tweede volzin, respectievelijk artikel 7, vijfde lid, tweede volzin: de mate waarin aandacht wordt besteed aan de in artikel 1.1, tweede lid, van de Wet milieubeheer genoemde aspecten van de bescherming van het milieu, op basis van de vigerende handhavingsuitvoeringsprogramma’s, dan wel bij het ontbreken daarvan, de gegevens als bedoeld in kwaliteitscriterium 1.2 (Prioriteitenstelling en meetbare doelstellingen).
4. Naast de aspecten, bedoeld in het eerste lid, wordt een combinatieproject inrichtingen beoordeeld op de volgende aspecten:
a. de aspecten, bedoeld in het derde lid;
b. de mate waarin en het niveau waarop specifieke kennis en vaardigheden op het gebied van vergunningverlening of handhaving met betrekking tot afvalpreventie, afvalscheiding en energiebesparing worden verkregen.
5. Naast de aspecten, bedoeld in het eerste lid, wordt een plusproject zwerfafval handhaving beoordeeld op de volgende aspecten:
a. de volledigheid en actualiteit van de gegevens over zwerfafval, waarop het plan van aanpak zwerfafval is gebaseerd;
b. de wijze waarop de activiteiten over de handhaving in het plan van aanpak zwerfafval aansluiten op de gegevens over zwerfafval.
6. Naast de aspecten, bedoeld in het eerste lid, wordt een plusproject zwerfafval afvalbakken in de openbare ruimte beoordeeld op de volgende aspecten:
a. de volledigheid en actualiteit van de gegevens over zwerfafval, waarop het plan van aanpak zwerfafval is gebaseerd;
b. de wijze waarop de activiteiten over plaatsing van afvalbakken in de openbare ruimte in het plan van aanpak zwerfafval aansluiten op de gegevens over zwerfafval, bedoeld onder a.