BWBR0017809
Geldig vanaf 2005-01-03
Artikel 3
Subsidieregeling aanpak milieudrukvermindering 2005
1. Een basisproject huishoudelijke afvalstoffen kan voor subsidie in aanmerking komen, indien:
a. aan de aanvragende gemeente of ten minste één van de gemeenten die betrokken zijn bij het aanvragende samenwerkingsverband nog niet eerder subsidie is verstrekt voor een basisproject huishoudelijke afvalstoffen,
b. het betrekking heeft op het grondgebied of een deel daarvan van de aanvragende gemeente of het grondgebied of een deel daarvan van de gemeenten die betrokken zijn bij het samenwerkingsverband,
c. de start van het project plaatsvindt uiterlijk drie maanden na de datum van de verlening van de subsidie, en
d. de duur van het project, gerekend vanaf de datum van de verlening van subsidie, niet meer dan twee jaar bedraagt.
2. Bij de aanvraag tot subsidieverlening voor een plusproject huishoudelijke afvalstoffen worden de volgende gegevens verstrekt:
a. de resultaten van een nulmeting huishoudelijke afvalstoffen, welke niet ouder zijn dan drie jaar, en
b. het plan van aanpak huishoudelijke afvalstoffen waarop het plusproject huishoudelijke afvalstoffen betrekking heeft.
3. Een plusproject huishoudelijke afvalstoffen kan slechts voor subsidie in aanmerking komen, indien:
a. aan de aanvragende gemeente of ten minste één van de gemeenten die betrokken zijn bij het aanvragende samenwerkingsverband nog geen tweemaal subsidie is verstrekt voor een plusproject huishoudelijke afvalstoffen,
b. de voorgenomen activiteiten in het plan van aanpak huishoudelijke afvalstoffen nieuw en additioneel zijn ten opzichte van de huidige situatie,
c. het betrekking heeft op het grondgebied of een deel daarvan van de aanvragende gemeente of het grondgebied of een deel daarvan van de gemeenten die betrokken zijn bij het samenwerkingsverband,
d. in het project is voorzien in een sorteeranalyse die wordt uitgevoerd aan het einde van het project,
e. de start van het project plaatsvindt uiterlijk drie maanden na de datum van de verlening van de subsidie, en
f. de duur van het project, gerekend vanaf de datum van de verlening van de subsidie, niet meer dan drie jaar bedraagt.
4. Een aanvraag tot subsidieverlening voor een tweede plusproject huishoudelijke afvalstoffen kan slechts worden ingediend indien het eerste plusproject huishoudelijke afvalstoffen inhoudelijk is afgerond.
5. In het kalenderjaar 2005 wordt per gemeente voor slechts één plusproject huishoudelijke afvalstoffen subsidie verstrekt.
6. Bij de aanvraag tot subsidieverlening voor een uitvoeringsproject inrichtingen worden de volgende gegevens verstrekt:
a. een beleidsplan inrichtingen;
b. de categorieën van inrichtingen waarop het project betrekking heeft;
c. gegevens over de wijze waarop monitoring plaatsvindt van de resultaten van de uitgevoerde projecten, en
d. indien de gemeente of het samenwerkingsverband in aanmerking wil komen voor het van toepassing zijnde subsidiepercentage, genoemd in artikel 7, vierde lid, tweede volzin: de vigerende handhavingsuitvoeringsprogramma’s, dan wel bij het ontbreken daarvan, de gegevens, bedoeld in kwaliteitscriterium 1.2 (Prioriteitenstelling en meetbare doelstellingen), waaruit blijkt dat bij de handhaving door de betrokken gemeente of gemeenten voldoende aandacht wordt besteed aan de in artikel 1.1, tweede lid, van de Wet milieubeheer genoemde aspecten van de bescherming van het milieu.
7. Een uitvoeringsproject inrichtingen kan slechts voor subsidie in aanmerking komen, indien:
a. de start van het project plaatsvindt uiterlijk drie maanden na de datum van de verlening van de subsidie, en
b. de duur van het project, gerekend vanaf de datum van verlening van subsidie, niet meer dan twee jaar bedraagt.
8. Bij de aanvraag tot subsidieverlening voor een combinatieproject inrichtingen worden verstrekt:
a. de gegevens, bedoeld in het zesde lid, onderdelen a, b en c,
b. gegevens over de wijze en het tijdstip waarop te verkrijgen kennis en vaardigheden worden toegepast bij de vergunningverlening of de handhaving met betrekking tot afvalpreventie, afvalscheiding en energiebesparing, en
c. indien de gemeente of het samenwerkingsverband in aanmerking wil komen voor het van toepassing zijnde subsidiepercentage, genoemd in artikel 7, vijfde lid, tweede volzin: de vigerende handhavingsuitvoeringsprogramma’s, dan wel bij het ontbreken daarvan, de gegevens als bedoeld in kwaliteitscriterium 1.2 (Prioriteitenstelling en meetbare doelstellingen) waaruit blijkt dat voldoende aandacht zal worden besteed aan de in artikel 1.1, tweede lid, van de Wet milieubeheer genoemde aspecten van de bescherming van het milieu.
9. Een combinatieproject inrichtingen kan slechts voor subsidie in aanmerking komen, indien wordt voldaan aan het zevende lid.
10. Een basisproject zwerfafval kan slechts voor subsidie in aanmerking komen, indien:
a. aan de aanvragende gemeente of ten minste één van de gemeenten die betrokken zijn bij het aanvragende samenwerkingsverband nog niet eerder subsidie is verstrekt voor een basisproject zwerfafval of een zwerfafvalproject als bedoeld in de Subsidieregeling Aanpak Milieudrukvermindering 2004,
b. het betrekking heeft op het grondgebied of een deel daarvan van de aanvragende gemeente of het grondgebied of een deel daarvan van de gemeenten die betrokken zijn bij het samenwerkingsverband,
c. de start van het project plaatsvindt uiterlijk drie maanden na de datum van de verlening van subsidie, en
d. de duur van het project, gerekend vanaf de datum van de verlening van de subsidie, niet meer dan negen maanden bedraagt.
11. Bij de aanvraag tot subsidieverlening voor een plusproject zwerfafval handhaving worden verstrekt:
a. de resultaten van een nulmeting zwerfafval, welke niet ouder zijn dan één jaar,
b. het plan van aanpak zwerfafval waarop het plusproject zwerfafval handhaving betrekking heeft, en
c. een overzicht met voorgenomen handhavingsactiviteiten.
12. Een plusproject zwerfafval handhaving kan slechts voor subsidie in aanmerking komen, indien:
a. aan de aanvragende gemeente of ten minste één van de gemeenten die betrokken zijn bij het aanvragende samenwerkingsverband nog niet eerder subsidie is verstrekt voor een plusproject zwerfafval handhaving,
b. de voorgenomen activiteiten op het gebied van de handhaving in het plan van aanpak zwerfafval additioneel zijn ten opzichte van de huidige situatie,
c. het betrekking heeft op het grondgebied of een deel daarvan van de aanvragende gemeente of het grondgebied of een deel daarvan van de gemeenten die betrokken zijn bij het samenwerkingsverband,
d. in het project is voorzien in een evaluatie die wordt uitgevoerd aan het einde van het project,
e. de start van het project plaatsvindt uiterlijk drie maanden na de datum van de verlening van de subsidie, en
f. de duur van het project, gerekend vanaf de datum van de verlening van de subsidie, niet meer dan negen maanden bedraagt.
13. Bij de aanvraag tot subsidieverlening voor een plusproject zwerfafval afvalbakken in de openbare ruimte worden verstrekt:
a. de resultaten van een nulmeting zwerfafval, welke niet ouder zijn dan één jaar, en
b. het plan van aanpak zwerfafval waarop het plusproject zwerfafval afvalbakken in de openbare ruimte betrekking heeft.
14. Een plusproject zwerfafval afvalbakken in de openbare ruimte kan slechts voor subsidie in aanmerking komen, indien:
a. aan de aanvragende gemeente of ten minste één van de gemeenten die betrokken zijn bij het aanvragende samenwerkingsverband nog niet eerder subsidie is verstrekt voor een plusproject zwerfafval afvalbakken in de openbare ruimte,
b. de leidraad ‘Afvalbakken in de openbare ruimte’ wordt gebruikt bij de uitvoering van de activiteiten met betrekking tot de plaatsing van afvalbakken in de openbare ruimte,
c. de voorgenomen activiteiten op het gebied van de plaatsing van afvalbakken in de openbare ruimte in het plan van aanpak zwerfafval nieuw en additioneel zijn ten opzichte van de huidige situatie,
d. het betrekking heeft op het grondgebied of een deel daarvan van de aanvragende gemeente of het grondgebied of een deel daarvan van de gemeenten die betrokken zijn bij het samenwerkingsverband,
e. in het project is voorzien in een evaluatie die wordt uitgevoerd aan het einde van het project,
f. de start van het project plaatsvindt uiterlijk drie maanden na de datum van de verlening van de subsidie, en
g. de duur van het project, gerekend vanaf de datum van de verlening van de subsidie, niet meer dan één jaar bedraagt.
a. aan de aanvragende gemeente of ten minste één van de gemeenten die betrokken zijn bij het aanvragende samenwerkingsverband nog niet eerder subsidie is verstrekt voor een basisproject huishoudelijke afvalstoffen,
b. het betrekking heeft op het grondgebied of een deel daarvan van de aanvragende gemeente of het grondgebied of een deel daarvan van de gemeenten die betrokken zijn bij het samenwerkingsverband,
c. de start van het project plaatsvindt uiterlijk drie maanden na de datum van de verlening van de subsidie, en
d. de duur van het project, gerekend vanaf de datum van de verlening van subsidie, niet meer dan twee jaar bedraagt.
2. Bij de aanvraag tot subsidieverlening voor een plusproject huishoudelijke afvalstoffen worden de volgende gegevens verstrekt:
a. de resultaten van een nulmeting huishoudelijke afvalstoffen, welke niet ouder zijn dan drie jaar, en
b. het plan van aanpak huishoudelijke afvalstoffen waarop het plusproject huishoudelijke afvalstoffen betrekking heeft.
3. Een plusproject huishoudelijke afvalstoffen kan slechts voor subsidie in aanmerking komen, indien:
a. aan de aanvragende gemeente of ten minste één van de gemeenten die betrokken zijn bij het aanvragende samenwerkingsverband nog geen tweemaal subsidie is verstrekt voor een plusproject huishoudelijke afvalstoffen,
b. de voorgenomen activiteiten in het plan van aanpak huishoudelijke afvalstoffen nieuw en additioneel zijn ten opzichte van de huidige situatie,
c. het betrekking heeft op het grondgebied of een deel daarvan van de aanvragende gemeente of het grondgebied of een deel daarvan van de gemeenten die betrokken zijn bij het samenwerkingsverband,
d. in het project is voorzien in een sorteeranalyse die wordt uitgevoerd aan het einde van het project,
e. de start van het project plaatsvindt uiterlijk drie maanden na de datum van de verlening van de subsidie, en
f. de duur van het project, gerekend vanaf de datum van de verlening van de subsidie, niet meer dan drie jaar bedraagt.
4. Een aanvraag tot subsidieverlening voor een tweede plusproject huishoudelijke afvalstoffen kan slechts worden ingediend indien het eerste plusproject huishoudelijke afvalstoffen inhoudelijk is afgerond.
5. In het kalenderjaar 2005 wordt per gemeente voor slechts één plusproject huishoudelijke afvalstoffen subsidie verstrekt.
6. Bij de aanvraag tot subsidieverlening voor een uitvoeringsproject inrichtingen worden de volgende gegevens verstrekt:
a. een beleidsplan inrichtingen;
b. de categorieën van inrichtingen waarop het project betrekking heeft;
c. gegevens over de wijze waarop monitoring plaatsvindt van de resultaten van de uitgevoerde projecten, en
d. indien de gemeente of het samenwerkingsverband in aanmerking wil komen voor het van toepassing zijnde subsidiepercentage, genoemd in artikel 7, vierde lid, tweede volzin: de vigerende handhavingsuitvoeringsprogramma’s, dan wel bij het ontbreken daarvan, de gegevens, bedoeld in kwaliteitscriterium 1.2 (Prioriteitenstelling en meetbare doelstellingen), waaruit blijkt dat bij de handhaving door de betrokken gemeente of gemeenten voldoende aandacht wordt besteed aan de in artikel 1.1, tweede lid, van de Wet milieubeheer genoemde aspecten van de bescherming van het milieu.
7. Een uitvoeringsproject inrichtingen kan slechts voor subsidie in aanmerking komen, indien:
a. de start van het project plaatsvindt uiterlijk drie maanden na de datum van de verlening van de subsidie, en
b. de duur van het project, gerekend vanaf de datum van verlening van subsidie, niet meer dan twee jaar bedraagt.
8. Bij de aanvraag tot subsidieverlening voor een combinatieproject inrichtingen worden verstrekt:
a. de gegevens, bedoeld in het zesde lid, onderdelen a, b en c,
b. gegevens over de wijze en het tijdstip waarop te verkrijgen kennis en vaardigheden worden toegepast bij de vergunningverlening of de handhaving met betrekking tot afvalpreventie, afvalscheiding en energiebesparing, en
c. indien de gemeente of het samenwerkingsverband in aanmerking wil komen voor het van toepassing zijnde subsidiepercentage, genoemd in artikel 7, vijfde lid, tweede volzin: de vigerende handhavingsuitvoeringsprogramma’s, dan wel bij het ontbreken daarvan, de gegevens als bedoeld in kwaliteitscriterium 1.2 (Prioriteitenstelling en meetbare doelstellingen) waaruit blijkt dat voldoende aandacht zal worden besteed aan de in artikel 1.1, tweede lid, van de Wet milieubeheer genoemde aspecten van de bescherming van het milieu.
9. Een combinatieproject inrichtingen kan slechts voor subsidie in aanmerking komen, indien wordt voldaan aan het zevende lid.
10. Een basisproject zwerfafval kan slechts voor subsidie in aanmerking komen, indien:
a. aan de aanvragende gemeente of ten minste één van de gemeenten die betrokken zijn bij het aanvragende samenwerkingsverband nog niet eerder subsidie is verstrekt voor een basisproject zwerfafval of een zwerfafvalproject als bedoeld in de Subsidieregeling Aanpak Milieudrukvermindering 2004,
b. het betrekking heeft op het grondgebied of een deel daarvan van de aanvragende gemeente of het grondgebied of een deel daarvan van de gemeenten die betrokken zijn bij het samenwerkingsverband,
c. de start van het project plaatsvindt uiterlijk drie maanden na de datum van de verlening van subsidie, en
d. de duur van het project, gerekend vanaf de datum van de verlening van de subsidie, niet meer dan negen maanden bedraagt.
11. Bij de aanvraag tot subsidieverlening voor een plusproject zwerfafval handhaving worden verstrekt:
a. de resultaten van een nulmeting zwerfafval, welke niet ouder zijn dan één jaar,
b. het plan van aanpak zwerfafval waarop het plusproject zwerfafval handhaving betrekking heeft, en
c. een overzicht met voorgenomen handhavingsactiviteiten.
12. Een plusproject zwerfafval handhaving kan slechts voor subsidie in aanmerking komen, indien:
a. aan de aanvragende gemeente of ten minste één van de gemeenten die betrokken zijn bij het aanvragende samenwerkingsverband nog niet eerder subsidie is verstrekt voor een plusproject zwerfafval handhaving,
b. de voorgenomen activiteiten op het gebied van de handhaving in het plan van aanpak zwerfafval additioneel zijn ten opzichte van de huidige situatie,
c. het betrekking heeft op het grondgebied of een deel daarvan van de aanvragende gemeente of het grondgebied of een deel daarvan van de gemeenten die betrokken zijn bij het samenwerkingsverband,
d. in het project is voorzien in een evaluatie die wordt uitgevoerd aan het einde van het project,
e. de start van het project plaatsvindt uiterlijk drie maanden na de datum van de verlening van de subsidie, en
f. de duur van het project, gerekend vanaf de datum van de verlening van de subsidie, niet meer dan negen maanden bedraagt.
13. Bij de aanvraag tot subsidieverlening voor een plusproject zwerfafval afvalbakken in de openbare ruimte worden verstrekt:
a. de resultaten van een nulmeting zwerfafval, welke niet ouder zijn dan één jaar, en
b. het plan van aanpak zwerfafval waarop het plusproject zwerfafval afvalbakken in de openbare ruimte betrekking heeft.
14. Een plusproject zwerfafval afvalbakken in de openbare ruimte kan slechts voor subsidie in aanmerking komen, indien:
a. aan de aanvragende gemeente of ten minste één van de gemeenten die betrokken zijn bij het aanvragende samenwerkingsverband nog niet eerder subsidie is verstrekt voor een plusproject zwerfafval afvalbakken in de openbare ruimte,
b. de leidraad ‘Afvalbakken in de openbare ruimte’ wordt gebruikt bij de uitvoering van de activiteiten met betrekking tot de plaatsing van afvalbakken in de openbare ruimte,
c. de voorgenomen activiteiten op het gebied van de plaatsing van afvalbakken in de openbare ruimte in het plan van aanpak zwerfafval nieuw en additioneel zijn ten opzichte van de huidige situatie,
d. het betrekking heeft op het grondgebied of een deel daarvan van de aanvragende gemeente of het grondgebied of een deel daarvan van de gemeenten die betrokken zijn bij het samenwerkingsverband,
e. in het project is voorzien in een evaluatie die wordt uitgevoerd aan het einde van het project,
f. de start van het project plaatsvindt uiterlijk drie maanden na de datum van de verlening van de subsidie, en
g. de duur van het project, gerekend vanaf de datum van de verlening van de subsidie, niet meer dan één jaar bedraagt.