BWBR0017745
Geldig vanaf 2005-12-09
Artikel 91
Wet financiering sociale verzekeringen
1. Het Zorginstituut doet jaarlijks uitkeringen uit het Fonds langdurige zorg ter dekking van de noodzakelijke uitgaven, gedaan voor de uitvoering van de in de <a href="/wet/BWBR0035917" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet langdurige zorg</a>geregelde verzekering, volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels. Bij of krachtens deze algemene maatregel van bestuur kunnen tevens regels worden gesteld over de vorming en aanwending van reserves door Wlz-uitvoerders als bedoeld in de Wet langdurige zorg.
2. De zorgautoriteit is bevoegd vast te stellen dat uitgaven niet verantwoord waren voor zover deze door hem niet noodzakelijk worden geacht voor de uitvoering van de verzekering op grond van de <a href="/wet/BWBR0035917" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet langdurige zorg</a>. Met de uitkeringen, bedoeld in het eerste lid, evenals met de daarmee verkregen opbrengsten worden geen uitgaven gedekt waarvan de zorgautoriteit heeft vastgesteld dat zij niet verantwoord waren, tenzij de zorgautoriteit anders besluit.
3. Op de uitkeringen, bedoeld in het eerste lid, kunnen voorschotten worden verleend overeenkomstig door het Zorginstituut te stellen regels,
4. Op rechten of verplichtingen die voortvloeien uit hetgeen op grond van dit artikel is geregeld, is <a href="/wet/BWBR0005537" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht</a>niet van toepassing.
2. De zorgautoriteit is bevoegd vast te stellen dat uitgaven niet verantwoord waren voor zover deze door hem niet noodzakelijk worden geacht voor de uitvoering van de verzekering op grond van de <a href="/wet/BWBR0035917" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet langdurige zorg</a>. Met de uitkeringen, bedoeld in het eerste lid, evenals met de daarmee verkregen opbrengsten worden geen uitgaven gedekt waarvan de zorgautoriteit heeft vastgesteld dat zij niet verantwoord waren, tenzij de zorgautoriteit anders besluit.
3. Op de uitkeringen, bedoeld in het eerste lid, kunnen voorschotten worden verleend overeenkomstig door het Zorginstituut te stellen regels,
4. Op rechten of verplichtingen die voortvloeien uit hetgeen op grond van dit artikel is geregeld, is <a href="/wet/BWBR0005537" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht</a>niet van toepassing.