BWBR0017728
Geldig vanaf 2019-12-11
Artikel 7a
Regeling veiligheid zeeschepen
1. Artikel 9, eerste lid, aanhef en onderdeel a, en het tweede lid, van het besluitis van overeenkomstige toepassing op passagiersschepen als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van verordening (EG) 336/2006, vrachtschepen van 500 GT of meer en verplaatsbare offshore booreenheden van 500 GT of meer voor zover deze schepen gebruikt worden voor nationale reizen.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op de volgende schepen:
a. voor andere dan handelsdoeleinden gebruikte overheidsschepen;
b. schepen die niet zijn voorzien van middelen tot werktuiglijke voorstuwing, houten schepen met een primitieve constructie en pleziervaartuigen, tenzij zij een bemanning hebben of zullen hebben en meer dan twaalf passagiers voor handelsdoeleinden vervoeren;
c. andere passagiersschepen dan ro-ro-passagiersveerboten als bedoeld in artikel 2, elfde lid, van verordening (EG) 336/2006, varend in de zeegebieden van klasse C en D als bedoeld in artikel 4 van richtlijn 2009/45/EG.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op de volgende schepen:
a. voor andere dan handelsdoeleinden gebruikte overheidsschepen;
b. schepen die niet zijn voorzien van middelen tot werktuiglijke voorstuwing, houten schepen met een primitieve constructie en pleziervaartuigen, tenzij zij een bemanning hebben of zullen hebben en meer dan twaalf passagiers voor handelsdoeleinden vervoeren;
c. andere passagiersschepen dan ro-ro-passagiersveerboten als bedoeld in artikel 2, elfde lid, van verordening (EG) 336/2006, varend in de zeegebieden van klasse C en D als bedoeld in artikel 4 van richtlijn 2009/45/EG.