BWBR0017728
Geldig vanaf 2019-12-11
Artikel 15
Regeling veiligheid zeeschepen
1. De onderzoeken, bedoeld in de artikelen 18, 19en 19a van het besluit, worden uitgevoerd door een daartoe krachtens artikel 23 van het besluitaangewezen organisatie naar keuze van de eigenaar.
2. De onderzoeken waaraan een schip ingevolge de artikelen 13, 14, 16en 17 van het besluitof de artikelen 11, 12, 12aen 12cvan deze regeling wordt onderworpen, worden voor schepen waarvoor een internationaal veiligheidscertificaat als bedoeld in de artikelen 5, eerste lid, onderdeel a of b, of 7 van het besluitbenodigd is, uitgevoerd door een krachtens artikel 23 van het besluitaangewezen organisatie waar het schip is geklasseerd.
3. De onderzoeken waaraan een schip, niet zijnde een schip als bedoeld in het tweede lid, ingevolge de artikelen 13, 14, 15of 17 van het besluitof de artikelen 9a tot en met 12dvan deze regeling wordt onderworpen, worden uitgevoerd door een krachtens artikel 23 van het besluitaangewezen organisatie waar het schip is geklasseerd of, indien het schip niet is geklasseerd, door ambtenaren van de Scheepvaartinspectie.
4. Indien krachtens artikel 23 van het besluitvoor bepaalde onderzoeken ook andere organisaties dan de in het tweede en derde lid bedoelde organisaties zijn aangewezen, mogen de desbetreffende onderzoeken in afwijking van het tweede en derde lid ook door deze andere organisaties worden uitgevoerd.
2. De onderzoeken waaraan een schip ingevolge de artikelen 13, 14, 16en 17 van het besluitof de artikelen 11, 12, 12aen 12cvan deze regeling wordt onderworpen, worden voor schepen waarvoor een internationaal veiligheidscertificaat als bedoeld in de artikelen 5, eerste lid, onderdeel a of b, of 7 van het besluitbenodigd is, uitgevoerd door een krachtens artikel 23 van het besluitaangewezen organisatie waar het schip is geklasseerd.
3. De onderzoeken waaraan een schip, niet zijnde een schip als bedoeld in het tweede lid, ingevolge de artikelen 13, 14, 15of 17 van het besluitof de artikelen 9a tot en met 12dvan deze regeling wordt onderworpen, worden uitgevoerd door een krachtens artikel 23 van het besluitaangewezen organisatie waar het schip is geklasseerd of, indien het schip niet is geklasseerd, door ambtenaren van de Scheepvaartinspectie.
4. Indien krachtens artikel 23 van het besluitvoor bepaalde onderzoeken ook andere organisaties dan de in het tweede en derde lid bedoelde organisaties zijn aangewezen, mogen de desbetreffende onderzoeken in afwijking van het tweede en derde lid ook door deze andere organisaties worden uitgevoerd.