BWBR0017711
Geldig vanaf 2008-12-10
Artikel 3
Regeling spoorwegpersoneel
1. De medische keuring vindt plaats met inachtneming van de eisen, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1.
2. Indien de keurling in geringe mate niet aan één of meerdere van de bij deze regeling vastgestelde medische eisen voldoet, kan de keurling desondanks ten aanzien van de betreffende eis of eisen zonder voorwaarden of beperkingen worden goedgekeurd, indien:
a. de keuringsarts vaststelt dat de keuringseis waaraan niet wordt voldaan voldoende wordt gecompenseerd;
b. een veilige uitvoering van de functie hierdoor niet wordt belemmerd; en
c. een arts-deskundige aan de keuringsarts schriftelijk heeft geadviseerd om de keurling ten aanzien van deze keuringseis goed te keuren.
3. Het keuringsinstituut stelt de minister op een niet tot de persoon herleidbare wijze in kennis van elke toepassing van het tweede lid.
2. Indien de keurling in geringe mate niet aan één of meerdere van de bij deze regeling vastgestelde medische eisen voldoet, kan de keurling desondanks ten aanzien van de betreffende eis of eisen zonder voorwaarden of beperkingen worden goedgekeurd, indien:
a. de keuringsarts vaststelt dat de keuringseis waaraan niet wordt voldaan voldoende wordt gecompenseerd;
b. een veilige uitvoering van de functie hierdoor niet wordt belemmerd; en
c. een arts-deskundige aan de keuringsarts schriftelijk heeft geadviseerd om de keurling ten aanzien van deze keuringseis goed te keuren.
3. Het keuringsinstituut stelt de minister op een niet tot de persoon herleidbare wijze in kennis van elke toepassing van het tweede lid.