BWBR0017711
Geldig vanaf 2008-12-10
Artikel 12
Regeling spoorwegpersoneel
1. Een machinist in opleiding volgt een praktijkprogramma onder begeleiding van een mentor-machinist.
2. Een mentor-machinist is een machinist die:
a. bevoegd is tot uitoefening van de veiligheidsfunctie van machinist met volledige of beperkte bevoegdheid, als bedoeld in artikel 4 van het Besluit;
b. ten minste twee jaar praktijkervaring heeft met de taak waarvoor hij een machinist in opleiding praktijkinstructies geeft;
c. vaktheoretische kennis heeft;
d. didactisch geschoold is voor het geven van praktijkinstructie;
e. volgens een instructieplan begrijpelijk en adequaat praktijkinstructie kan verzorgen;
f. in staat is vorderingen te beoordelen en daarover te rapporteren.
3. Een machinist in opleiding krijgt in het praktijkprogramma instructies van ten minste twee mentor-machinisten. De koppeling aan een mentor-machinist vindt zoveel mogelijk aaneengesloten plaats voor perioden van ten minste vijf dagen.
4. Een praktijkprogramma kan tevens plaatsvinden onder begeleiding van een vakinhoudelijk leidinggevende, als bedoeld in artikel 38 van het Besluit, of een instructeur voor wie het opleiden van machinisten de hoofdtaak is.
2. Een mentor-machinist is een machinist die:
a. bevoegd is tot uitoefening van de veiligheidsfunctie van machinist met volledige of beperkte bevoegdheid, als bedoeld in artikel 4 van het Besluit;
b. ten minste twee jaar praktijkervaring heeft met de taak waarvoor hij een machinist in opleiding praktijkinstructies geeft;
c. vaktheoretische kennis heeft;
d. didactisch geschoold is voor het geven van praktijkinstructie;
e. volgens een instructieplan begrijpelijk en adequaat praktijkinstructie kan verzorgen;
f. in staat is vorderingen te beoordelen en daarover te rapporteren.
3. Een machinist in opleiding krijgt in het praktijkprogramma instructies van ten minste twee mentor-machinisten. De koppeling aan een mentor-machinist vindt zoveel mogelijk aaneengesloten plaats voor perioden van ten minste vijf dagen.
4. Een praktijkprogramma kan tevens plaatsvinden onder begeleiding van een vakinhoudelijk leidinggevende, als bedoeld in artikel 38 van het Besluit, of een instructeur voor wie het opleiden van machinisten de hoofdtaak is.