BWBR0017711
Geldig vanaf 2008-12-10
Artikel 13a
Regeling spoorwegpersoneel
1. De duur van het praktijkprogramma van de machinist beperkte bevoegdheid kan worden verkort tot 20 dagen als hij:
a. dienst doet met slechts één materieeltype; of
b. ten minste één jaar ervaring heeft in een andere veiligheidsfunctie in het vervoerproces op de plaats waar hij dienst gaat doen; of
c. dienst doet op een lokatie zonder doorgaand treinverkeer.
2. De duur van het praktijkprogramma voor de machinist volledige bevoegdheid kan worden verkort tot 20 dagen als de machinist ten minste één jaar heeft dienstgedaan als machinist beperkte bevoegdheid.
3. De duur van het praktijkprogramma voor de machinist volledige bevoegdheid kan voorts worden verkort tot 20 dagen als wordt gereden:
a. in de reizigersdienst met slechts één materieeltype en maximaal acht rijtuigbakken; of
b. in de goederendienst met een enkele locomotief van één type met goederentrein; of
c. een onderhoudsvoertuig met bijbehorende wagens; en wordt gereden vanuit een standplaats in de provincies Noord-Holland en Zuid-Holland en Utrecht over trajecten van samen ten hoogste 50 km of buiten de provincies Noord-Holland en Zuid-Holland en Utrecht over trajecten van samen ten hoogste 100 km.
4. De beperking tot één materieeltype tijdens het praktijkprogramma en de navolgende 60 dagen wordt verruimd tot twee materieeltypen als het praktijkprogramma met 10 dagen wordt verlengd en met beide materieeltypen ten minste 10 dagen is dienstgedaan.
5. De beperking tot één materieeltype geldt niet voor machinisten die uitsluitend rijden met onderhoudsmachines met bijbehorende wagens.
6. Als beperking in trajecten geldt voor hen, in afwijking van artikel 13en van het eerste en derde lid dat zij:
a. trajecten waarop de eerste 60 dagen na hun examen zelfstandig gaan rijden met onbeperkte snelheid, ten minste 20 keer in beide richtingen hebben bereden;
b. andere trajecten mogen berijden als waren zij een machinist met beperkte bevoegdheid.
a. dienst doet met slechts één materieeltype; of
b. ten minste één jaar ervaring heeft in een andere veiligheidsfunctie in het vervoerproces op de plaats waar hij dienst gaat doen; of
c. dienst doet op een lokatie zonder doorgaand treinverkeer.
2. De duur van het praktijkprogramma voor de machinist volledige bevoegdheid kan worden verkort tot 20 dagen als de machinist ten minste één jaar heeft dienstgedaan als machinist beperkte bevoegdheid.
3. De duur van het praktijkprogramma voor de machinist volledige bevoegdheid kan voorts worden verkort tot 20 dagen als wordt gereden:
a. in de reizigersdienst met slechts één materieeltype en maximaal acht rijtuigbakken; of
b. in de goederendienst met een enkele locomotief van één type met goederentrein; of
c. een onderhoudsvoertuig met bijbehorende wagens; en wordt gereden vanuit een standplaats in de provincies Noord-Holland en Zuid-Holland en Utrecht over trajecten van samen ten hoogste 50 km of buiten de provincies Noord-Holland en Zuid-Holland en Utrecht over trajecten van samen ten hoogste 100 km.
4. De beperking tot één materieeltype tijdens het praktijkprogramma en de navolgende 60 dagen wordt verruimd tot twee materieeltypen als het praktijkprogramma met 10 dagen wordt verlengd en met beide materieeltypen ten minste 10 dagen is dienstgedaan.
5. De beperking tot één materieeltype geldt niet voor machinisten die uitsluitend rijden met onderhoudsmachines met bijbehorende wagens.
6. Als beperking in trajecten geldt voor hen, in afwijking van artikel 13en van het eerste en derde lid dat zij:
a. trajecten waarop de eerste 60 dagen na hun examen zelfstandig gaan rijden met onbeperkte snelheid, ten minste 20 keer in beide richtingen hebben bereden;
b. andere trajecten mogen berijden als waren zij een machinist met beperkte bevoegdheid.