BWBR0017312
Geldig vanaf 2004-10-28
Artikel 4
Regeling subsidieprogramma kennisexploitatie
1. Als projectkosten worden uitsluitend in aanmerking genomen:
a. de volgende rechtstreeks aan de uitvoering van het kennisexploitatieproject toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag om subsidieverlening en voor de aanvraag om subsidievaststelling door de subsidie-ontvanger gemaakte en betaalde kosten: 1°. ten aanzien van de coördinatie van de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid: de loonkosten van het kennisexploitatieverband;
2°. ten aanzien van de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a: de loonkosten van de kennisinstelling en de door de kennisinstelling aan anderen verschuldigde kosten, met uitzondering van binnenlandse reis- en verblijfkosten;
3°. ten aanzien van de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder b: de loonkosten van de kennisinstelling, de door de kennisinstelling aan anderen verschuldigde kosten, met uitzondering van binnenlandse reis- en verblijfkosten, en kosten die zijn verschuldigd voor de behandeling van de octrooi-aanvraag;
4°. ten aanzien van de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder c en d: de loonkosten van degene die door het kennisexploitatieverband is belast met de uitvoering;
5°. ten aanzien van de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder e: de totale waarde van de verstrekte financiële faciliteiten, met dien verstande dat a. de middelen die het kennisexploitatieverband beschikbaar stelt voor het verstrekken van financiële faciliteiten tezamen voor ten hoogste 50 procent bestaan uit aanspraken op een andere dan een geldelijke prestatie tegen uitgestelde betaling, en
b. de waarde van deze aanspraken wordt bepaald op basis van prijzen die niet afwijken van hetgeen in de markt gebruikelijk is;
a. de middelen die het kennisexploitatieverband beschikbaar stelt voor het verstrekken van financiële faciliteiten tezamen voor ten hoogste 50 procent bestaan uit aanspraken op een andere dan een geldelijke prestatie tegen uitgestelde betaling, en
b. de waarde van deze aanspraken wordt bepaald op basis van prijzen die niet afwijken van hetgeen in de markt gebruikelijk is;
1°. ten aanzien van de coördinatie van de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid: de loonkosten van het kennisexploitatieverband;
2°. ten aanzien van de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a: de loonkosten van de kennisinstelling en de door de kennisinstelling aan anderen verschuldigde kosten, met uitzondering van binnenlandse reis- en verblijfkosten;
3°. ten aanzien van de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder b: de loonkosten van de kennisinstelling, de door de kennisinstelling aan anderen verschuldigde kosten, met uitzondering van binnenlandse reis- en verblijfkosten, en kosten die zijn verschuldigd voor de behandeling van de octrooi-aanvraag;
4°. ten aanzien van de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder c en d: de loonkosten van degene die door het kennisexploitatieverband is belast met de uitvoering;
5°. ten aanzien van de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder e: de totale waarde van de verstrekte financiële faciliteiten, met dien verstande dat a. de middelen die het kennisexploitatieverband beschikbaar stelt voor het verstrekken van financiële faciliteiten tezamen voor ten hoogste 50 procent bestaan uit aanspraken op een andere dan een geldelijke prestatie tegen uitgestelde betaling, en
b. de waarde van deze aanspraken wordt bepaald op basis van prijzen die niet afwijken van hetgeen in de markt gebruikelijk is;
a. de middelen die het kennisexploitatieverband beschikbaar stelt voor het verstrekken van financiële faciliteiten tezamen voor ten hoogste 50 procent bestaan uit aanspraken op een andere dan een geldelijke prestatie tegen uitgestelde betaling, en
b. de waarde van deze aanspraken wordt bepaald op basis van prijzen die niet afwijken van hetgeen in de markt gebruikelijk is;
b. een opslag voor algemene kosten, groot 50 procent van de in de onder a bedoelde loonkosten.
2. De loonkosten, bedoeld in het eerste lid, worden bepaald op basis van een uurloon, berekend op basis van het jaarloon bij een volledige dienstbetrekking volgens de kolom ‘loon voor de loonbelasting’ van de loonstaat van het betrokken directe personeel, verhoogd met de wettelijke dan wel de op grond van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, en van 1400 productieve uren per jaar.
3. De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidie-ontvanger die de kosten heeft gemaakt omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.
a. de volgende rechtstreeks aan de uitvoering van het kennisexploitatieproject toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag om subsidieverlening en voor de aanvraag om subsidievaststelling door de subsidie-ontvanger gemaakte en betaalde kosten: 1°. ten aanzien van de coördinatie van de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid: de loonkosten van het kennisexploitatieverband;
2°. ten aanzien van de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a: de loonkosten van de kennisinstelling en de door de kennisinstelling aan anderen verschuldigde kosten, met uitzondering van binnenlandse reis- en verblijfkosten;
3°. ten aanzien van de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder b: de loonkosten van de kennisinstelling, de door de kennisinstelling aan anderen verschuldigde kosten, met uitzondering van binnenlandse reis- en verblijfkosten, en kosten die zijn verschuldigd voor de behandeling van de octrooi-aanvraag;
4°. ten aanzien van de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder c en d: de loonkosten van degene die door het kennisexploitatieverband is belast met de uitvoering;
5°. ten aanzien van de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder e: de totale waarde van de verstrekte financiële faciliteiten, met dien verstande dat a. de middelen die het kennisexploitatieverband beschikbaar stelt voor het verstrekken van financiële faciliteiten tezamen voor ten hoogste 50 procent bestaan uit aanspraken op een andere dan een geldelijke prestatie tegen uitgestelde betaling, en
b. de waarde van deze aanspraken wordt bepaald op basis van prijzen die niet afwijken van hetgeen in de markt gebruikelijk is;
a. de middelen die het kennisexploitatieverband beschikbaar stelt voor het verstrekken van financiële faciliteiten tezamen voor ten hoogste 50 procent bestaan uit aanspraken op een andere dan een geldelijke prestatie tegen uitgestelde betaling, en
b. de waarde van deze aanspraken wordt bepaald op basis van prijzen die niet afwijken van hetgeen in de markt gebruikelijk is;
1°. ten aanzien van de coördinatie van de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid: de loonkosten van het kennisexploitatieverband;
2°. ten aanzien van de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a: de loonkosten van de kennisinstelling en de door de kennisinstelling aan anderen verschuldigde kosten, met uitzondering van binnenlandse reis- en verblijfkosten;
3°. ten aanzien van de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder b: de loonkosten van de kennisinstelling, de door de kennisinstelling aan anderen verschuldigde kosten, met uitzondering van binnenlandse reis- en verblijfkosten, en kosten die zijn verschuldigd voor de behandeling van de octrooi-aanvraag;
4°. ten aanzien van de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder c en d: de loonkosten van degene die door het kennisexploitatieverband is belast met de uitvoering;
5°. ten aanzien van de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder e: de totale waarde van de verstrekte financiële faciliteiten, met dien verstande dat a. de middelen die het kennisexploitatieverband beschikbaar stelt voor het verstrekken van financiële faciliteiten tezamen voor ten hoogste 50 procent bestaan uit aanspraken op een andere dan een geldelijke prestatie tegen uitgestelde betaling, en
b. de waarde van deze aanspraken wordt bepaald op basis van prijzen die niet afwijken van hetgeen in de markt gebruikelijk is;
a. de middelen die het kennisexploitatieverband beschikbaar stelt voor het verstrekken van financiële faciliteiten tezamen voor ten hoogste 50 procent bestaan uit aanspraken op een andere dan een geldelijke prestatie tegen uitgestelde betaling, en
b. de waarde van deze aanspraken wordt bepaald op basis van prijzen die niet afwijken van hetgeen in de markt gebruikelijk is;
b. een opslag voor algemene kosten, groot 50 procent van de in de onder a bedoelde loonkosten.
2. De loonkosten, bedoeld in het eerste lid, worden bepaald op basis van een uurloon, berekend op basis van het jaarloon bij een volledige dienstbetrekking volgens de kolom ‘loon voor de loonbelasting’ van de loonstaat van het betrokken directe personeel, verhoogd met de wettelijke dan wel de op grond van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, en van 1400 productieve uren per jaar.
3. De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidie-ontvanger die de kosten heeft gemaakt omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.