BWBR0017312
Geldig vanaf 2004-10-28
Artikel 3
Regeling subsidieprogramma kennisexploitatie
1. De subsidie bedraagt 50 procent van de projectkosten, maar niet meer dan € 2.500.000.
2. In afwijking van het in het eerste lid genoemde percentage bedraagt de subsidie voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder b,
a. 70 procent van de projectkosten maar niet meer dan € 17.500 per octrooi-aanvraag indien de octrooi-aanvraag of het desbetreffende octrooi binnen 30 maanden na de indiening van de Nederlandse octrooi-aanvraag op grond van de Rijksoctrooiwet 1995 is overgedragen aan de onderneming van een technostarter of indien voor de octrooi-aanvraag of het desbetreffende octrooi binnen deze periode een licentie is verleend aan de onderneming van een technostarter;
b. 50 procent van de projectkosten maar niet meer dan € 12.500 per octrooi-aanvraag indien de octrooi-aanvraag of het desbetreffende octrooi binnen 30 maanden na de indiening van de Nederlandse octrooi-aanvraag op grond van de Rijksoctrooiwet 1995 is overgedragen aan een andere onderneming dan die van een technostarter of indien voor de octrooi-aanvraag of het desbetreffende octrooi binnen deze periode een licentie is verleend aan een andere onderneming dan die van een technostarter; en
c. 30 procent van de projectkosten maar niet meer dan € 7.500 per octrooi-aanvraag in andere gevallen.
3. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid bedraagt de subsidie voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder e, niet meer dan een bedrag dat wordt berekend door vermenigvuldiging van het aantal technostarters aan wie financiële faciliteiten wordt verstrekt met een bedrag van € 50.000.
4. Indien ter zake van de projectkosten of een deel daarvan reeds door een ander bestuursorgaan of door de Commissie van de Europese Gemeenschappen subsidie is verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totale bedrag aan subsidies, uitgedrukt in een percentage van de projectkosten, niet meer bedraagt dan het ingevolge het eerste lid of het tweede lid geldende percentage.
2. In afwijking van het in het eerste lid genoemde percentage bedraagt de subsidie voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder b,
a. 70 procent van de projectkosten maar niet meer dan € 17.500 per octrooi-aanvraag indien de octrooi-aanvraag of het desbetreffende octrooi binnen 30 maanden na de indiening van de Nederlandse octrooi-aanvraag op grond van de Rijksoctrooiwet 1995 is overgedragen aan de onderneming van een technostarter of indien voor de octrooi-aanvraag of het desbetreffende octrooi binnen deze periode een licentie is verleend aan de onderneming van een technostarter;
b. 50 procent van de projectkosten maar niet meer dan € 12.500 per octrooi-aanvraag indien de octrooi-aanvraag of het desbetreffende octrooi binnen 30 maanden na de indiening van de Nederlandse octrooi-aanvraag op grond van de Rijksoctrooiwet 1995 is overgedragen aan een andere onderneming dan die van een technostarter of indien voor de octrooi-aanvraag of het desbetreffende octrooi binnen deze periode een licentie is verleend aan een andere onderneming dan die van een technostarter; en
c. 30 procent van de projectkosten maar niet meer dan € 7.500 per octrooi-aanvraag in andere gevallen.
3. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid bedraagt de subsidie voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder e, niet meer dan een bedrag dat wordt berekend door vermenigvuldiging van het aantal technostarters aan wie financiële faciliteiten wordt verstrekt met een bedrag van € 50.000.
4. Indien ter zake van de projectkosten of een deel daarvan reeds door een ander bestuursorgaan of door de Commissie van de Europese Gemeenschappen subsidie is verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totale bedrag aan subsidies, uitgedrukt in een percentage van de projectkosten, niet meer bedraagt dan het ingevolge het eerste lid of het tweede lid geldende percentage.