BWBR0017251
Geldig vanaf 2004-10-01
Artikel 5
Nederlandse uitvoeringsvoorschriften belastingverdragen, uitgezonderd die met België, Frankrijk, Verenigde Staten van Amerika en Zwitserland
1. Een Nederlandse vennootschap die dividenden betaalt aan een lichaam dat inwoner is van een verdragsland en dat een deelneming bezit in die Nederlandse vennootschap, welke voldoet aan de voorwaarden in het Verdrag, kan bij de inspecteur van het organisatieonderdeel van de Belastingdienst onder wie zij ressorteert, het verzoek indienen ontslagen te worden van de verplichting om de op de grond van het Verdrag niet-verschuldigde dividendbelasting in te houden.
2. In het verzoek wordt opgaaf verstrekt van:
a) de naam, het adres en de vestigingsplaats van het in het eerste lid bedoelde buitenlandse lichaam;
b) het bedrag van het geplaatste en gestorte kapitaal van de Nederlandse vennootschap;
c) het gedeelte van het kapitaal van de Nederlandse vennootschap dat het in het eerste lid bedoelde buitenlandse lichaam onmiddellijk of middellijk bezit;
d) dat het kapitaal van het buitenlandse lichaam geheel of gedeeltelijk in aandelen is verdeeld indien dit in het Verdrag mede als voorwaarde wordt gesteld;
e) dat het buitenlandse lichaam geen maatschap of vennootschap onder firma is indien dit in het Verdrag mede als voorwaarde wordt gesteld;
f) dat de dividenden naar het vestigingsland (verdragsland) van het buitenlandse lichaam worden overgemaakt en op grond daarvan aldaar aan belasting worden onderworpen indien dit in het Verdrag mede als voorwaarde wordt gesteld;
g) de gegevens met betrekking tot de overige niet hiervoor vermelde voorwaarden indien deze in het Verdrag mede als voorwaarde worden gesteld.
3. Indien de inspecteur gunstig op het verzoek beslist, blijft zijn beslissing van kracht met betrekking tot elk daarin genoemd lichaam zolang:
– het buitenlandse lichaam inwoner van het verdragsland blijft, en
– het buitenlandse lichaam een deelneming blijft bezitten in die Nederlandse vennootschap, welke voldoet aan de voorwaarden in het Verdrag.
2. In het verzoek wordt opgaaf verstrekt van:
a) de naam, het adres en de vestigingsplaats van het in het eerste lid bedoelde buitenlandse lichaam;
b) het bedrag van het geplaatste en gestorte kapitaal van de Nederlandse vennootschap;
c) het gedeelte van het kapitaal van de Nederlandse vennootschap dat het in het eerste lid bedoelde buitenlandse lichaam onmiddellijk of middellijk bezit;
d) dat het kapitaal van het buitenlandse lichaam geheel of gedeeltelijk in aandelen is verdeeld indien dit in het Verdrag mede als voorwaarde wordt gesteld;
e) dat het buitenlandse lichaam geen maatschap of vennootschap onder firma is indien dit in het Verdrag mede als voorwaarde wordt gesteld;
f) dat de dividenden naar het vestigingsland (verdragsland) van het buitenlandse lichaam worden overgemaakt en op grond daarvan aldaar aan belasting worden onderworpen indien dit in het Verdrag mede als voorwaarde wordt gesteld;
g) de gegevens met betrekking tot de overige niet hiervoor vermelde voorwaarden indien deze in het Verdrag mede als voorwaarde worden gesteld.
3. Indien de inspecteur gunstig op het verzoek beslist, blijft zijn beslissing van kracht met betrekking tot elk daarin genoemd lichaam zolang:
– het buitenlandse lichaam inwoner van het verdragsland blijft, en
– het buitenlandse lichaam een deelneming blijft bezitten in die Nederlandse vennootschap, welke voldoet aan de voorwaarden in het Verdrag.