BWBR0017251
Geldig vanaf 2004-10-01
Artikel 2
Nederlandse uitvoeringsvoorschriften belastingverdragen, uitgezonderd die met België, Frankrijk, Verenigde Staten van Amerika en Zwitserland
1. Een inwoner van een verdragsland, niet zijnde een inwoner als bedoeld in artikel 4, die ingevolge het dividendartikel (en het interestartikel) van het Verdrag aanspraak heeft op gehele of gedeeltelijke vermindering van dividendbelasting, levert voor het geldend maken van die aanspraak bij de fiscale autoriteit over zijn woonplaats een ingevulde en ondertekende verklaring in tweevoud in op een formulier volgens het in de bijlage Iopgenomen model (formulier ‘IB 92 Universeel’) 1Een model van het formulier IB 92 Universeel (in het Nederlands, Engels en Duits) is hier niet opgenomen, maar ligt ter inzage op het Ministerie van Financiën, directie Internationale Fiscale Zaken.. Nadat hij een exemplaar van de verklaring voorzien van dagtekening en ondertekening van de daarop voorkomende bevestiging omtrent de woonplaats heeft terugontvangen van vorenbedoelde autoriteit, legt hij dit over bij het innen van de dividenden.
2. De vennootschap die dividend verschuldigd is, degene bij wie de opbrengst betaalbaar is gesteld, het administratiekantoor dat de opbrengst doorbetaalt aan certificaathouders, en degene tot wiens beroep het kopen of innen van dividendbewijzen gewoonlijk behoort, zijn bevoegd die opbrengst uit te betalen zonder aftrek van dividendbelasting of onder aftrek van 10 of 15 percent dividendbelasting of een ander toepasselijk verdragspercentage indien de gerechtigde tot de opbrengst is gerechtigd tot een vermindering van dividendbelasting in overeenstemming met het dividendartikel (en het interestartikel) van het Verdrag en voorts het van een ondertekende bevestiging omtrent de woonplaats voorziene exemplaar van de in het eerste lid bedoelde verklaring heeft overgelegd.
3. Voorzover dividendbelasting door de vennootschap is ingehouden en door haar is afgedragen aan de inspecteur van het organisatieonderdeel van de Belastingdienst, onder wie zij ressorteert, maar zij bij de uitbetaling van de opbrengst aan de gerechtigde tot die opbrengst geen rekening heeft gehouden met de aftrek, bedoeld in het tweede lid, wordt de te veel afgedragen belasting aan de vennootschap teruggegeven na indiening van een verzoek bij de inspecteur onder overlegging van het van een ondertekende bevestiging omtrent de woonplaats voorziene exemplaar van de in het eerste lid bedoelde verklaring. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.
2. De vennootschap die dividend verschuldigd is, degene bij wie de opbrengst betaalbaar is gesteld, het administratiekantoor dat de opbrengst doorbetaalt aan certificaathouders, en degene tot wiens beroep het kopen of innen van dividendbewijzen gewoonlijk behoort, zijn bevoegd die opbrengst uit te betalen zonder aftrek van dividendbelasting of onder aftrek van 10 of 15 percent dividendbelasting of een ander toepasselijk verdragspercentage indien de gerechtigde tot de opbrengst is gerechtigd tot een vermindering van dividendbelasting in overeenstemming met het dividendartikel (en het interestartikel) van het Verdrag en voorts het van een ondertekende bevestiging omtrent de woonplaats voorziene exemplaar van de in het eerste lid bedoelde verklaring heeft overgelegd.
3. Voorzover dividendbelasting door de vennootschap is ingehouden en door haar is afgedragen aan de inspecteur van het organisatieonderdeel van de Belastingdienst, onder wie zij ressorteert, maar zij bij de uitbetaling van de opbrengst aan de gerechtigde tot die opbrengst geen rekening heeft gehouden met de aftrek, bedoeld in het tweede lid, wordt de te veel afgedragen belasting aan de vennootschap teruggegeven na indiening van een verzoek bij de inspecteur onder overlegging van het van een ondertekende bevestiging omtrent de woonplaats voorziene exemplaar van de in het eerste lid bedoelde verklaring. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.