BWBR0017203
Geldig vanaf 2004-09-19
Artikel 2
Regeling subsidies diensten Kenniswijk 2004
1. De minister verstrekt op aanvraag ten behoeve van de ontwikkeling van een gevarieerd en volwaardig aanbod van interactieve elektronische diensten van de toekomst voor consumenten in Nederland subsidies aan:
a. een ondernemer die voor eigen rekening en risico een klein dienstenproject of een groot dienstenproject uitvoert;
b. de deelnemers in een samenwerkingsverband die voor gezamenlijke rekening en risico een klein dienstenproject of een groot dienstenproject uitvoeren.
2. Indien de aanvragers deelnemers in een samenwerkingsverband zijn, wordt de subsidie verstrekt aan de deelnemers gezamenlijk en betaald aan de deelnemer die als indiener van de aanvraag om subsidie is opgetreden.
3. Geen subsidie wordt verstrekt:
a. indien voor het project reeds door de minister subsidie is verstrekt;
b. aan een aanvrager die een onderneming in stand houdt als bedoeld in artikel 1, onder a, van verordening (EG) nr. 69/2001 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op de minimis-steun (PbEG L 10);
c. indien, door een of meer bestuursorganen, aan de aanvrager die een ondernemer is, in de drie aan de aanvraag voorafgaande jaren reeds € 100 000 of meer aan subsidie is verstrekt zonder goedkeuring van de Commissie van de Europese Gemeenschappen.
a. een ondernemer die voor eigen rekening en risico een klein dienstenproject of een groot dienstenproject uitvoert;
b. de deelnemers in een samenwerkingsverband die voor gezamenlijke rekening en risico een klein dienstenproject of een groot dienstenproject uitvoeren.
2. Indien de aanvragers deelnemers in een samenwerkingsverband zijn, wordt de subsidie verstrekt aan de deelnemers gezamenlijk en betaald aan de deelnemer die als indiener van de aanvraag om subsidie is opgetreden.
3. Geen subsidie wordt verstrekt:
a. indien voor het project reeds door de minister subsidie is verstrekt;
b. aan een aanvrager die een onderneming in stand houdt als bedoeld in artikel 1, onder a, van verordening (EG) nr. 69/2001 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op de minimis-steun (PbEG L 10);
c. indien, door een of meer bestuursorganen, aan de aanvrager die een ondernemer is, in de drie aan de aanvraag voorafgaande jaren reeds € 100 000 of meer aan subsidie is verstrekt zonder goedkeuring van de Commissie van de Europese Gemeenschappen.