BWBR0017108
Geldig vanaf 2004-09-15
Artikel 4
Besluit vaststelling begrip liquide middelen ex artikel 23, zesde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, enz.
De houder van een ontheffing als bedoeld in artikel 82, vierde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992neemt in ieder geval de volgende voorschriften in acht:
a. alvorens een overeenkomst aan te gaan terzake van het bedrijfsmatig van het publiek aantrekken, ter beschikking verkrijgen of ter beschikking hebben dan wel in enigerlei vorm te bemiddelen ter zake van het bedrijfsmatig van het publiek aantrekken of ter beschikking te verkrijgen van al dan niet op termijn opvorderbare gelden, informeert hij de wederpartij duidelijk en volledig over diens rechten en plichten met betrekking tot de overeenkomst;
b. hij meldt iedere wijziging van de gegevens betreffende het aantal of de identiteit van de in artikel 3 bedoelde personen vooraf aan de Bank. Een wijziging wordt niet doorgevoerd indien de Bank binnen zes weken na ontvangst van de melding, of, indien de Bank om nadere gegevens of inlichtingen heeft verzocht, binnen zes weken na de ontvangst van die gegevens of inlichtingen, aan de ontheffinghouder bekend heeft gemaakt niet met het voornemen in te stemmen;
c. hij stelt de Bank onverwijld schriftelijk in kennis van iedere wijziging in de antecedenten van de in artikel 3 bedoelde personen.
a. alvorens een overeenkomst aan te gaan terzake van het bedrijfsmatig van het publiek aantrekken, ter beschikking verkrijgen of ter beschikking hebben dan wel in enigerlei vorm te bemiddelen ter zake van het bedrijfsmatig van het publiek aantrekken of ter beschikking te verkrijgen van al dan niet op termijn opvorderbare gelden, informeert hij de wederpartij duidelijk en volledig over diens rechten en plichten met betrekking tot de overeenkomst;
b. hij meldt iedere wijziging van de gegevens betreffende het aantal of de identiteit van de in artikel 3 bedoelde personen vooraf aan de Bank. Een wijziging wordt niet doorgevoerd indien de Bank binnen zes weken na ontvangst van de melding, of, indien de Bank om nadere gegevens of inlichtingen heeft verzocht, binnen zes weken na de ontvangst van die gegevens of inlichtingen, aan de ontheffinghouder bekend heeft gemaakt niet met het voornemen in te stemmen;
c. hij stelt de Bank onverwijld schriftelijk in kennis van iedere wijziging in de antecedenten van de in artikel 3 bedoelde personen.