BWBR0017108
Geldig vanaf 2004-09-15
Artikel 1
Besluit vaststelling begrip liquide middelen ex artikel 23, zesde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, enz.
Onder liquide middelen als bedoeld in artikel 23, zesde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992wordt verstaan:
a. aanwezige munten of bankbiljetten;
b. direct opvorderbare tegoeden;
c. kortlopende vorderingen, niet zijnde direct opvorderbare tegoeden;
d. activa, niet zijnde kortlopende vorderingen, die op zeer korte termijn en zonder substantiële verliezen zouden kunnen worden omgezet in munten of bankbiljetten of direct opvorderbare tegoeden.
a. aanwezige munten of bankbiljetten;
b. direct opvorderbare tegoeden;
c. kortlopende vorderingen, niet zijnde direct opvorderbare tegoeden;
d. activa, niet zijnde kortlopende vorderingen, die op zeer korte termijn en zonder substantiële verliezen zouden kunnen worden omgezet in munten of bankbiljetten of direct opvorderbare tegoeden.