BWBR0017017
Geldig vanaf 2004-10-30
Artikel 6
Algemene bepalingen
Artikel 6 1 Een ouder heeft voor een tegemoetkomingsjaar aanspraak op een tegemoetkoming van het Rijk, indien de ouder in dat jaar: a. tegenwoordige arbeid verricht waaruit inkomen uit werk en woning in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt genoten, b. zonder enige vergoeding arbeid verricht in de onderneming van de partner in de zin van artikel 3.78 van de Wet inkomstenbelasting 2001 , c. algemene bijstand of een uitkering ontvangt op grond van de Wet werk en bijstand , de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers , de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen of de Algemene nabestaandenwet , en gebruik maakt van een voorziening, gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de Wet werk en bijstand , artikel 34, eerste lid, onder a, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en artikel 34, eerste lid, onder a, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen , die de noodzaak tot kinderopvang met zich brengt, d. een uitkering ontvangt op grond van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars , e. de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, scholing of een opleiding volgt en met toepassing van artikel 16 of artikel 18, eerste en vierde lid, van de Wet werk en bijstand algemene bijstand ontvangt of kan ontvangen, f. als niet-uitkeringsgerechtigde werkzoekende is geregistreerd bij de Centrale organisatie werk en inkomen, genoemd in hoofdstuk 4 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen , en gebruik maakt van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de Wet werk en bijstand , g. nieuwkomer is als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, van de Wet inburgering nieuwkomers , en een inburgeringsprogramma als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van die wet volgt, h. recht heeft op of een uitkering ontvangt op grond van hoofdstuk IIA of IIB van de Werkloosheidswet , en blijkens de bijlage of het plan, bedoeld in artikel 29, derde lid, van die wet , deelneemt aan een traject gericht op het vergroten van de mogelijkheden tot inschakeling in het arbeidsproces, i. arbeidsgehandicapte als bedoeld in de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten is, ten behoeve van wie het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen werkzaamheden, gericht op de bevordering van de inschakeling in het arbeidsproces als bedoeld in artikel 10, derde lid, van die wet laat verrichten of aan wie, blijkens het plan, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van die wet , een voorziening als bedoeld in artikel 22, eerste tot en met vierde lid, van die wet is toegekend, of die werkzaamheden op een proefplaats verricht als bedoeld in artikel 23, eerste lid, onder a, van die wet , j. is ingeschreven bij een school of instelling als bedoeld in paragraaf 2.2 of 2.4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdragen en schoolkosten dan wel als bedoeld in de artikelen 2.8 tot en met 2.11 van de Wet studiefinanciering 2000 . 2 Een ouder die niet in Nederland woont, heeft slechts aanspraak op een tegemoetkoming als hij in een lidstaat woont en, daartoe gerechtigd, in Nederland arbeid verricht dan wel als hij een uitkering ontvangt als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, d, e, h of i. 3 Een ouder met een partner heeft slechts aanspraak, indien ook de partner een persoon is als bedoeld in het eerste lid. Een ouder met een partner die niet in Nederland woont, heeft slechts aanspraak op een tegemoetkoming, indien de partner in een lidstaat woont en, daartoe gerechtigd, in Nederland arbeid verricht dan wel als hij een uitkering ontvangt als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, d, e, h of i. 4 In het geval de partner een bloed- of aanverwant is van de ouder in de rechte lijn of in de tweede graad van de zijlijn, dan heeft de ouder aanspraak als ware hij zonder partner. 5 Voor de toepassing van deze wet wordt met inkomen uit werk en woning als bedoeld in het eerste lid, onder a, gelijkgesteld, een daarmee overeenkomend inkomen dat in het buitenland is belast, dan wel is vrijgesteld van belasting op grond van bepalingen van internationaal recht. 6 Dit lid is nog niet in werking getreden. 2004 455 21-09-2004 09-07-2004 28447 2004 555 29-10-2004 25-10-2004 30-10-2004 Geldt voor kalenderjaren die aanvangen op of na 1 januari 2005.