BWBR0017017
Geldig vanaf 2010-08-01
Artikel 1.72
Wet kinderopvang
1. Het college kan degene die een verplichting als bedoeld bij of krachtens de artikelen 1.45, derde lid, 1.47, eerste lid, 1.48d, tweede en derde lid, 1.49 tot en met 1.59, 1.60aen 1.60c, een afspraak als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003420/artikel/160" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 160 van de Wet op het primair onderwijs</a>, een aanwijzing onderscheidenlijk een bevel als bedoeld in artikel 1.65of een vordering tot medewerking als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:20" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>niet nakomt dan wel handelt in strijd met een verbod krachtens artikel 1.66, een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 45 000.
2. In afwijking van het eerste lid kan de overtreding niet met een bestuurlijke boete worden afgedaan, indien de overtreding opzettelijk of roekeloos geschiedt en een direct gevaar voor de gezondheid of de veiligheid van personen tot gevolg heeft.
2. In afwijking van het eerste lid kan de overtreding niet met een bestuurlijke boete worden afgedaan, indien de overtreding opzettelijk of roekeloos geschiedt en een direct gevaar voor de gezondheid of de veiligheid van personen tot gevolg heeft.