BWBR0016952
Geldig vanaf 2004-07-15
Artikel 5
Organisatiebesluit VROM 2004
1. De Auditdienst staat onder leiding van de directeur Auditdienst.
2. De Auditdienst bestaat uit de volgende clusters:
a. Financial Audits;
b. IT Audits;
c. Operational Audits.
3. De taken van de Auditdienst luiden als volgt:
a. de onderzoeksfunctie; de onderzoeksfunctie heeft betrekking op de verantwoordelijkheid van de Minister om periodiek de doeltreffendheid en de doelmatigheid van het beleid en de doelmatigheid van de bedrijfsvoering te (laten) onderzoeken;
b. de certificerende functie; de certificerende functie omschrijft de taak van de Auditdienst voor het jaarverslag. Deze omvat conform de regelgeving de controle van: – het gevoerde financieel en materieel beheer;
– de ten behoeve van dat beheer bijgehouden administraties;
– de financiële informatie in de jaarverslagen;
– de departementale saldibalansen;
– de totstandkoming van de informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering;
– het gevoerde financieel en materieel beheer;
– de ten behoeve van dat beheer bijgehouden administraties;
– de financiële informatie in de jaarverslagen;
– de departementale saldibalansen;
– de totstandkoming van de informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering;
c. de toetsende functie; – het toetsen van het door het Ministerie gevoerde beleid en bedrijfsvoering;
– het toezicht op de uitvoering van de VROM-subsidieregelingen.
– het toetsen van het door het Ministerie gevoerde beleid en bedrijfsvoering;
– het toezicht op de uitvoering van de VROM-subsidieregelingen.
4. De Auditdienst kan ad hoc werkzaamheden verrichten op verzoek van de Ambtelijke Leiding en de Bewindspersonen en in het geval van calamiteiten op verzoek van het management van de diensten.
5. Voor de positionering van de Auditdienst geldt:
a. er is een adviesrelatie naar de bewindspersonen, de Ambtelijke Leiding en de Bestuursraad;
b. er is een overlegrelatie met de Concernstafdirectie Financiële Economische Zaken, de Gemeenschappelijke Dienst, de overige dienstonderdelen van het Ministerie, de Algemene Rekenkamer, het Ministerie van Financiën en in verband met gedecentraliseerde besteding van VROM subsidies met lagere overheden;
c. er is een toetsende relatie met lagere overheden in verband met de gedecentraliseerde besteding van de VROM-subsidies en met uitvoeringsorganisaties.
6. De bedrijfsvoering voor de Auditdienst geschiedt door het Dienstbureau Concernstaf, zoals bedoeld in artikel 4.2.
2. De Auditdienst bestaat uit de volgende clusters:
a. Financial Audits;
b. IT Audits;
c. Operational Audits.
3. De taken van de Auditdienst luiden als volgt:
a. de onderzoeksfunctie; de onderzoeksfunctie heeft betrekking op de verantwoordelijkheid van de Minister om periodiek de doeltreffendheid en de doelmatigheid van het beleid en de doelmatigheid van de bedrijfsvoering te (laten) onderzoeken;
b. de certificerende functie; de certificerende functie omschrijft de taak van de Auditdienst voor het jaarverslag. Deze omvat conform de regelgeving de controle van: – het gevoerde financieel en materieel beheer;
– de ten behoeve van dat beheer bijgehouden administraties;
– de financiële informatie in de jaarverslagen;
– de departementale saldibalansen;
– de totstandkoming van de informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering;
– het gevoerde financieel en materieel beheer;
– de ten behoeve van dat beheer bijgehouden administraties;
– de financiële informatie in de jaarverslagen;
– de departementale saldibalansen;
– de totstandkoming van de informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering;
c. de toetsende functie; – het toetsen van het door het Ministerie gevoerde beleid en bedrijfsvoering;
– het toezicht op de uitvoering van de VROM-subsidieregelingen.
– het toetsen van het door het Ministerie gevoerde beleid en bedrijfsvoering;
– het toezicht op de uitvoering van de VROM-subsidieregelingen.
4. De Auditdienst kan ad hoc werkzaamheden verrichten op verzoek van de Ambtelijke Leiding en de Bewindspersonen en in het geval van calamiteiten op verzoek van het management van de diensten.
5. Voor de positionering van de Auditdienst geldt:
a. er is een adviesrelatie naar de bewindspersonen, de Ambtelijke Leiding en de Bestuursraad;
b. er is een overlegrelatie met de Concernstafdirectie Financiële Economische Zaken, de Gemeenschappelijke Dienst, de overige dienstonderdelen van het Ministerie, de Algemene Rekenkamer, het Ministerie van Financiën en in verband met gedecentraliseerde besteding van VROM subsidies met lagere overheden;
c. er is een toetsende relatie met lagere overheden in verband met de gedecentraliseerde besteding van de VROM-subsidies en met uitvoeringsorganisaties.
6. De bedrijfsvoering voor de Auditdienst geschiedt door het Dienstbureau Concernstaf, zoals bedoeld in artikel 4.2.