BWBR0016952
Geldig vanaf 2004-07-15
Artikel 2
Organisatiebesluit VROM 2004
1. De hoofdstructuur van het Ministerie bestaat uit de volgende dienstonderdelen:
a. Ambtelijke Leiding;
b. Concernstaf;
c. Gemeenschappelijke Dienst;
d. Auditdienst;
e. Directoraat-Generaal Milieu;
f. Directoraat-Generaal Wonen;
g. Directoraat-Generaal Ruimte;
h. Inspectoraat Generaal VROM;
i. Rijksgebouwendienst;
j. Ruimtelijk Planbureau.
2. De Ambtelijke Leiding staat onder leiding van de Bewindspersonen.
3. De overige in het eerste lid genoemde dienstonderdelen staan onder leiding van de secretaris-generaal. Hierbij geldt dat:
a. de secretaris-generaal rechtstreeks leiding geeft aan de plaatsvervangend secretaris-generaal en aan de directeuren-generaal;
b. de secretaris-generaal rechtstreeks leiding geeft aan de inspecteur-generaal met uitzondering op het gebied van de rapportageplicht aan de Bewindspersonen, welke plicht is voorbehouden aan de inspecteur-generaal;
c. de secretaris-generaal integrale eindverantwoordelijkheid voor het gehele Ministerie draagt;
d. in de Bestuursraad, zoals genoemd in artikel 2.1, lid 1, dragen de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal en de inspecteur-generaal een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor de strategische ontwikkeling van het beleid en de bedrijfsvoering op ministeriebreed niveau.
4. De directoraten-generaal, het inspectoraat-generaal, het Ruimtelijk Planbureau staan respectievelijk onder leiding van een directeur-generaal, de inspecteur-generaal, de directeur Ruimtelijk Planbureau.
5. Onverlet de Ambtelijke Leiding van het Ministerie door de secretaris-generaal zijn de directeuren-generaal, de inspecteur-generaal en de directeur Ruimtelijk Planbureau belast met de integrale dagelijkse leiding van hun dienstonderdeel met uitzondering van de taken, genoemd in de paragrafen 4, 5en 6van dit besluit, welke respectievelijk zijn voorbehouden aan de Concernstaf, de Auditdienst en/of aan de Gemeenschappelijke Dienst, en voorts met uitzondering van de taken, die bij of krachtens de wet zijn opgedragen aan andere instanties.
6. De directie Externe Veiligheid is een onafhankelijk van de directoraten-generaal VROM-breed opererend organisatieonderdeel. Organisatorisch valt de directie Externe Veiligheid onder de secretaris-generaal en is gepositioneerd onder de Bestuursraad. Beleidsmatige en beheersmatige aansturing vindt plaats door de directeur-generaal Milieu. De directie staat onder dagelijkse leiding van de directeur Externe Veiligheid.
7. De Rijksgebouwendienst neemt naast de directoraten-generaal en het inspectoraat-generaal een plaats in als agentschap van het Ministerie. In dat opzicht maakt de Rijksgebouwendienst onderdeel uit van de organisatie. Op grond daarvan valt de Rijksgebouwendienst wat betreft beleid, kaderstelling en control voor de bedrijfsvoering onder het Ministerie.
8. Het Ruimtelijk Planbureau valt onder de ministeriële verantwoordelijkheid van de Minister maar heeft een onafhankelijke positie wat betreft de inhoudelijke standpuntbepaling. Organisatorisch valt het Ruimtelijk Planbureau onder de secretaris-generaal. Wat betreft de bedrijfsvoering valt het Ruimtelijk Planbureau onder de kaderstelling, beleid, control en begrotingscyclus voor de bedrijfsvoering onder het hoofd van dienst van de Gemeenschappelijke Dienst.
9. Met betrekking tot de secretariaten van de Adviesraden en het RMNO, zoals bedoeld in artikel 1, onder f en g, geldt dat voor zowel de primaire taken als voor de beheersmatige relatie de ministeriële verantwoordelijkheid van de Minister geldt. Organisatorisch vallen de adviesraden onder de verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal. Voor wat betreft de bedrijfsvoering vallen de secretariaten van de adviesraden – met ten dele eigen medewerkers voor de bedrijfsvoering – onder de kaderstelling, waaronder de begrotingscyclus, en het beleid voor de bedrijfsvoering onder de plaatsvervangend secretaris-generaal.
10. De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Ruimte en Milieu (STAB) is een onafhankelijk opererende stichting, waarvoor met betrekking tot de rechtmatigheid en doelmatigheid de ministeriële verantwoordelijkheid geldt. Organisatorisch valt de STAB onder de secretaris-generaal. Voor wat betreft de bedrijfsvoering valt de STAB onder de kaderstelling, waaronder de begrotingscyclus, en het beleid voor de bedrijfsvoering onder de plaatsvervangend secretaris-generaal.
a. Ambtelijke Leiding;
b. Concernstaf;
c. Gemeenschappelijke Dienst;
d. Auditdienst;
e. Directoraat-Generaal Milieu;
f. Directoraat-Generaal Wonen;
g. Directoraat-Generaal Ruimte;
h. Inspectoraat Generaal VROM;
i. Rijksgebouwendienst;
j. Ruimtelijk Planbureau.
2. De Ambtelijke Leiding staat onder leiding van de Bewindspersonen.
3. De overige in het eerste lid genoemde dienstonderdelen staan onder leiding van de secretaris-generaal. Hierbij geldt dat:
a. de secretaris-generaal rechtstreeks leiding geeft aan de plaatsvervangend secretaris-generaal en aan de directeuren-generaal;
b. de secretaris-generaal rechtstreeks leiding geeft aan de inspecteur-generaal met uitzondering op het gebied van de rapportageplicht aan de Bewindspersonen, welke plicht is voorbehouden aan de inspecteur-generaal;
c. de secretaris-generaal integrale eindverantwoordelijkheid voor het gehele Ministerie draagt;
d. in de Bestuursraad, zoals genoemd in artikel 2.1, lid 1, dragen de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal en de inspecteur-generaal een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor de strategische ontwikkeling van het beleid en de bedrijfsvoering op ministeriebreed niveau.
4. De directoraten-generaal, het inspectoraat-generaal, het Ruimtelijk Planbureau staan respectievelijk onder leiding van een directeur-generaal, de inspecteur-generaal, de directeur Ruimtelijk Planbureau.
5. Onverlet de Ambtelijke Leiding van het Ministerie door de secretaris-generaal zijn de directeuren-generaal, de inspecteur-generaal en de directeur Ruimtelijk Planbureau belast met de integrale dagelijkse leiding van hun dienstonderdeel met uitzondering van de taken, genoemd in de paragrafen 4, 5en 6van dit besluit, welke respectievelijk zijn voorbehouden aan de Concernstaf, de Auditdienst en/of aan de Gemeenschappelijke Dienst, en voorts met uitzondering van de taken, die bij of krachtens de wet zijn opgedragen aan andere instanties.
6. De directie Externe Veiligheid is een onafhankelijk van de directoraten-generaal VROM-breed opererend organisatieonderdeel. Organisatorisch valt de directie Externe Veiligheid onder de secretaris-generaal en is gepositioneerd onder de Bestuursraad. Beleidsmatige en beheersmatige aansturing vindt plaats door de directeur-generaal Milieu. De directie staat onder dagelijkse leiding van de directeur Externe Veiligheid.
7. De Rijksgebouwendienst neemt naast de directoraten-generaal en het inspectoraat-generaal een plaats in als agentschap van het Ministerie. In dat opzicht maakt de Rijksgebouwendienst onderdeel uit van de organisatie. Op grond daarvan valt de Rijksgebouwendienst wat betreft beleid, kaderstelling en control voor de bedrijfsvoering onder het Ministerie.
8. Het Ruimtelijk Planbureau valt onder de ministeriële verantwoordelijkheid van de Minister maar heeft een onafhankelijke positie wat betreft de inhoudelijke standpuntbepaling. Organisatorisch valt het Ruimtelijk Planbureau onder de secretaris-generaal. Wat betreft de bedrijfsvoering valt het Ruimtelijk Planbureau onder de kaderstelling, beleid, control en begrotingscyclus voor de bedrijfsvoering onder het hoofd van dienst van de Gemeenschappelijke Dienst.
9. Met betrekking tot de secretariaten van de Adviesraden en het RMNO, zoals bedoeld in artikel 1, onder f en g, geldt dat voor zowel de primaire taken als voor de beheersmatige relatie de ministeriële verantwoordelijkheid van de Minister geldt. Organisatorisch vallen de adviesraden onder de verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal. Voor wat betreft de bedrijfsvoering vallen de secretariaten van de adviesraden – met ten dele eigen medewerkers voor de bedrijfsvoering – onder de kaderstelling, waaronder de begrotingscyclus, en het beleid voor de bedrijfsvoering onder de plaatsvervangend secretaris-generaal.
10. De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Ruimte en Milieu (STAB) is een onafhankelijk opererende stichting, waarvoor met betrekking tot de rechtmatigheid en doelmatigheid de ministeriële verantwoordelijkheid geldt. Organisatorisch valt de STAB onder de secretaris-generaal. Voor wat betreft de bedrijfsvoering valt de STAB onder de kaderstelling, waaronder de begrotingscyclus, en het beleid voor de bedrijfsvoering onder de plaatsvervangend secretaris-generaal.